Posts tonen met het label 14e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 14e eeuw. Alle posts tonen

vrijdag 9 augustus 2019

De Zuiderzee – 59 – Watergang en het Noordhollandsch Kanaal


Het is de laatste dag van maart. De lucht is bewolkt en het heeft een beetje geregend, maar als we uit Soestdijk vertrekken is het droog. Op de ringweg Amsterdam breekt de zon door.



We nemen deze keer de afslag richting Volendam, maar kiezen voor een omweg, over de N235 langs het Noordhollandsch Kanaal. Dit is het biljartlakenvlakke, Hollandse polderlandschap. Vijf eeuwen geleden was hier meer water dan land. Wikipedia heeft een lijst van meer dan 70 droogmakerijen, in grootte van 2 hectare – zeg maar 4 voetbalvelden, zoals het Hoornse Weeltje, bij Hoorn – tot ruim 7000 hectare.

We zijn hier vlak bij de Beemster, een van de grootste inpolderingen en zullen later een stukje door de Purmer rijden, dat is een bescheiden middenmoter wat oppervlakte betreft. Van de aardrijkskundelessen kunnen we ons ook nog wel de Wormer en de Schermer herinneren, maar er zijn er dus nog veel meer. De allergrootste, 7600 hectare, meer dan 30.000 voetbalvelden, is de Zijpe bij Schagen.

Watergang
Het Noordhollandsch Kanaal, waar we langs rijden, is de eerste poging om de haven van Amsterdam met de Noordzee te verbinden. Later zou men, dwars door de duinen, het Noordzeekanaal graven, maar aan het begin van de 19e eeuw zag men op tegen de grote waterwerken, sluizen en dijken, die dan aangelegd zouden moeten worden.

Een kanaal van Amsterdam naar Den Helder, over de hele lengte van Noordholland leek dan makkelijker te realiseren. Het werd met schep en kruiwagen gegraven, door 9000 arbeiders, die karig betaald werden. Wikipedia schrijft:

'Vooral in de winter was het leed groot. Regelmatig waren er ongeregeldheden en de regering werd genoodzaakt militaire eenheden langs het kanaal te stationeren om de controle te behouden.
Het kanaal had een lengte van 80 kilometer. Het was 40 meter breed aan de waterspiegel en had een diepte van 6 tot 7 meter over een bodembreedte van bijna 10 meter. Het was destijds het breedste en diepste kanaal ter wereld. Het kanaal heeft zo'n 11 miljoen gulden gekost en de aanleg duurde ongeveer vijf jaar.'

Nu ligt het Noordhollandsch Kanaal er vredig bij. Wij slaan na een paar kilometer rechtsaf en vinden een parkeerplaats op 50 meter van de kerk van Watergang. Dat is een lieflijk dorpje. Boerderijen liggen er roerloos, elk op hun eigen eilandje, een aantal met een eigen, wit geschilderde ophaalbrug. Een vlaamse gaai vliegt door een van de tuinen.

Zoals vaak op zondagochtend lijkt Nederland verlaten. Een oudere man trekt zich niets aan van de zondagsrust en is bezig grind te storten in de voortuin van zijn huis, geholpen door een peuter in een knalgeel overalletje met een blauw mutsje op. Hij zegt vriendelijk goedemorgen, als we hem groeten, het kind heeft alleen oog voor het grind.

Watergang is ontstaan in de 14e eeuw en was er dus al lang voor het kanaal gegraven werd. Het kleine kerkje, dat bereikbaar is via een ophaalbrug, heeft een leuk, wit, houten spitsje en dateert uit de 17e eeuw. De meeste boerderijen zijn van het stolptype, woongedeelte en stallen onder één, piramidevormig pannendak.

We maken wat foto's en gaan dan verder, weer langs het kanaal, richting Ilpendam.

NB: Op de website van Theo Bakker, die helemaal gewijd is aan de Noordhollandse droogmakerijen, is te zien hoeveel water er ooit was. Er is ook een animatie die aangeeft hoeveel er door overstromingen en landafslag nog bij had kunnen komen. 






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites






maandag 15 oktober 2018

De Zuiderzee – 42 – De poorten van Kampen

Jac P. Thijsse schreef het al, zo'n 100 jaar geleden, over 'het beroemde Kampen': 'Er zijn weinig steden in ons land, die zo mooi zijn gebleven (…) de Singels zijn beplant en vormen zoo een mooi park, dat rechtstreeks in verband staat met de vrije buitenwereld. De stad is een van de oudste van ons land en heeft veel oude gebouwen in goeden staat weten te bewaren.'
De Broederpoort

De Cellebroederspoort
De stad is rond 1100 ontstaan en verwierf in de 13e eeuw stedelijke onafhankelijkheid. Het oude centrum heeft geen planmatige aanleg, maar strekt zich langs de rivier uit, met de Oudestraat als centrale as. De eerste stadsmuren zijn waarschijnlijk tegen het eind van de 13 eeuw gebouwd, maar daar is nu niet veel meer van terug te zien.

Rond 1500 kwam er een nieuwe ommuring, langs de huidige Singels. Nog een eeuw later werden er wallen, forten en bolwerken aangelegd. In later jaren zijn grote delen van die verdedigingswerken weer gesloopt. Toch blijft er nog heel wat moois over.

Koornmarktspoort stadszijde
Kampen heeft bijvoorbeeld nog drie van zijn stadspoorten behouden. Wij parkeren de auto vlak bij de Broederpoort, die genoemd is naar het Broederklooster, waar je langs komt als je, onder de poort door, over de Broederweg, de stad inloopt. De poort dateert uit het tweede deel van de 15e eeuw, maar is in later tijd meermaals verbouwd, verfraaid en gerestaureerd. Met zijn vier hoektorens ziet hij er nu uit als een klein kasteeltje.

De Broederpoort staat aan de landzijde van de stad, net als de Cellebroederspoort. Die is ook genoemd naar een klooster, waarvan nog delen te zien zijn, niet ver van de poort. Het kloostercomplex werd vanaf de 16e eeuw gebruikt als weeshuis en is later flink verbouwd en uitgebreid.

De Cellebroederspoort is in dezelfde periode gebouwd als de Broederpoort, maar heeft twee, in plaats van vier torens. Zware jongens zijn het, met speklagen, dat zijn lichtere banden, in het metselwerk en hoge torenspitsen.

Koornmarktspoort rivierzijde
Maar de mooiste poort van Kampen staat aan de rivier en heet de Koornmarktspoort. Thijsse schrijft dat hier vroeger de brug over de IJssel was en dat dit de hoofdtoegang tot de stad was. Deze poort heeft zijn sobere middeleeuwse uiterlijk behouden. Hij is dan ook bijna een eeuw ouder dan de andere twee poorten.

De Koornmarktspoort bestaat uit een vierkant gebouw met aan de rivierkant twee zware ronde torens. Boven de doorgang zijn aan weerskanten twee stenen leeuwen aangebracht, die een wapenschild vasthouden. Mijn monumentenboek schrijft dat die van andere, gesloopte poorten afkomstig zijn.

Ik kan me van lang geleden herinneren, toen ik eens op een fietstocht Kampen aandeed, dat de poort witgekalkt was. Tegenwoordig houden we van schoon metselwerk, dus die verflaag is inmiddels verwijderd.




NB: Dit verhaal is geschreven in 2016, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


donderdag 11 oktober 2018

De Zuiderzee – 41 – Kampen en de Kogge


Kampen heeft zijn middeleeuwse pracht te danken aan de Kogge, het type vrachtschip waarmee handelswaar werd aan- en afgevoerd, naar andere Hanzesteden in ons land en het Noord- en Oostzeegebied. Als we aan de koffie zitten, bij Café de Unie aan de IJsselkade, wordt ons dan ook gevraagd of we de Kamper Kogge al hebben gezien. En als we er weggaan worden we de goede kant op gewezen, verderop langs de kade, 5 minuutjes lopen.


Botters bij Kampen
Dat klopt aardig, al waaien we zowat uit onze jassen en moet ik mijn pet goed vasthouden. De Kamper Kogge is een replica, gebouwd tussen 1994 en '98, naar voorbeeld van een wrak dat gevonden is ter hoogte van Nijkerk, bij het droogleggen van de Flevopolder. Dat oorspronkelijke schip zou dateren uit 1336.

Het is maar een notendopje, zwarte geteerd, met een kasteelachtige opbouw op het achterdek. Het is ongeveer 20 meter lang en meet 7,5 meter op z'n breedste punt. Het scheepje heeft één mast waar, volgens Wikipedia, 144 m2 zeil aan gehesen kan worden. Het heeft 12 man nodig om uit te zeilen.

De Kamper Kogge is het enige schip van z'n soort in ons land. Het is een aantal keer te gast geweest op Sail Amsterdam en heeft in 2004 een reis gemaakt langs een aantal oude hanzesteden. Die zogenaamde 'ommelandvaart' duurde 7 weken en ging langs havens in Duitsland, Denemarken en Zweden.

Nu ligt het in een eigen haventje, de Koggewerf, langs de IJssel, waar ook een middeleeuws vissershuisje is nagebouwd, naar voorbeeld van een archeologische vondst in het nabijgelegen Brunnepe. Belangstellenden kunnen zich laten rondleiden en er worden ook rondvaarten gemaakt.

Het toeval wil dat begin dit jaar (2016) een Kogge is geborgen, omhoog gehaald uit de IJssel, vlak bij de Koggewerf. Dat bijzonder gave exemplaar werd in 2011 ontdekt bij sonaronderzoek. Het is zo goed bewaard gebleven omdat het in het zoete rivierwater heeft gelegen. De wrakken, die bij het droogleggen van de Flevopolders zijn gevonden, zijn meer aangetast door het zoute zeewater.

Naast de IJsselkogge zijn nog twee kleinere scheepjes aangetroffen, een aak en een punter, die ongeveer uit dezelfde tijd dateren. Archeologen denken dat de bootjes met opzet op die plaats zijn afgezonken om de stroming van de rivier te beïnvloeden. De drie vaartuigjes worden geconserveerd met het doel ze later ten toon te kunnen stellen.

De Kogge werd als laatste gelicht en is, onder grote belangstelling, overgebracht naar de Bataviawerf, in Lelystad, waar het scheepje de komende jaren geprepareerd zal worden.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2016, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Zie voor meer informatie http://www.kamper-kogge.nl/ – http://www.ijsselkogge.nl/ en Wikipedia

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


maandag 1 oktober 2018

De Zuiderzee – 40 – Zalk en Klazien


We grappen erover als we, over de dijk langs de IJssel, van Hattem naar Zalk rijden. Klazien uut Zalk, het kruidenvrouwtje ! Ik denk daarbij aan de parodie van Wim de Bie en realiseer me later pas dat Klazien echt geleefd heeft. Het personage van de Bie was Berendien uut Wisp.



De echte Klazien heette Klaasje Rotstein-van den Brink en leefde vanaf 1919 in Zalk. Ze overleed in 1997 in Zwolle en verkreeg in de tussentijd bekendheid door haar tv-optredens voor de NCRV en de boeken die ze schreef. Ze gaf gezondheidsadviezen gebaseerd op ouderwetse huismiddeltjes en hoewel reguliere artsen haar een kwakzalver vonden, werden haar boeken bestsellers.

Klazien ligt begraven in Zalk. Aanvankelijk werd er, op haar eigen verzoek, geen grafsteen geplaatst, omdat ze wilde voorkomen dat het dorpje een bedevaartsoord zou worden. Na het overlijden van haar man, in 2007, kwam die steen er toch. Haar bekendheid is inmiddels verflauwd, maar men heeft in Zalk wel een straat naar haar genoemd, het Klaasje van den Brinkerf.

De rit naar Zalk is prachtig. Ongemerkt passeren we de grens tussen Gelderland en Overijssel, die tevens de gemeentegrens is. Links van de dijk ligt een langwerpige waterpartij die, zoals ik later te weten kom, de Gelderse Kolk heet. Misschien van oorsprong een dijkdoorbraak, nu door een brede sloot verbonden met de Ijssel.

De weg slingert met de dijk mee en gaat langs weilanden vol ganzen, rustige boerderijen en hier en daar een groepje wilgen. Wat verderop passeren we nog een paar wielen, waaien, of oude rivierlopen. Ideaal terrein voor watervogels.

Van een afstand zie je het dorp met z'n grijze kerktoren al liggen. Het is piepklein, nog geen 800 inwoners en lijkt oorspronkelijk maar uit één straatje bestaan te hebben. Als je de dijk afdraait rij je er vanzelf in, naar de kerk toe. Die heeft een Romaanse toren uit de 13e eeuw en een Gotisch schip van honderd jaar later.

Het dorp is ontstaan bij het versterkte huis van de heren van Buckhorst. Dat is in de eerste helft van de 19e eeuw gesloopt, maar het dorp zelf is redelijk ongeschonden gebleven.

Het is er stil als we er parkeren om een paar foto's te maken. Alleen vanuit een wit huisje, tegenover het kerkhof klinkt geroezemoes. Daar gaat de dorpsjeugd naar zondagsschool. Volgens het ANWB-bord op de gevel was het ooit het huis van de schout, zeg maar het politiebureau.

Dit 'schultehuis' dateert uit de 16e en 17e eeuw, maar dankt zijn huidige uiterlijk aan een restauratie in de jaren '70 van de 20ste eeuw. Het dorp heeft ook nog een paar aardige boerderijen en een windmolen uit de 19e eeuw, die we alleen van een afstandje zien.

We laten Klazien rusten en rijden verder naar Kampen.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2016, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


woensdag 5 september 2018

De Zuiderzee – 36 – Elburg, stadsmuren en een onweersbui


Na de koffie rolt Gerard me verder de Jufferenstraat op, richting Vischpoort. Veel oude binnensteden zijn een wirwar van steegjes en straatje, in Harderwijk dwaalden we nog van pleintje naar pleintje, maar hier is daar geen sprake van.


Het stratenplan van Elburg is een keurig, strak ruitjespatroon. Als we links of rechts een zijstraat inkijken zien we de stadsmuur, met op regelmatige afstanden een muurtoren. Een deel daarvan is omgebouwd tot piepkleine woonhuisjes.

De Vischpoort is de enige stadspoort die in Elburg overgebleven is. Als je er onderdoor gaat kom je bij de haven. Oorspronkelijk schijnt het een gesloten toren te zijn geweest, al vraag ik me wel af hoe de Elburgers in die tijd dan toegang hadden tot de haven. Er moet een andere doorgang zijn geweest, tenzij men de goederen en vis – vanuit de haven – om het stadje heen naar een andere poort vervoerde. Boven de poortdoorgang is een wachtlokaal en de toren heeft een klok, middenin de gevel, die op de hoeken nog gesierd is met arkeltorentjes.

Wij gaan niet onder de poort door maar slaan rechtsaf, langs de stadsmuur. Het weer is nog steeds prima en op ons gemak wandelen we over de keitjes. We komen langs het Arent Thoe Boecopshuis, het stadskasteel dat rentmeester Arent in de 14e eeuw bouwde in opdracht van de hertog van Gelder.

Stel je er niet al teveel van voor, het is niet meer dan een flinke vierkante toren, flink verbouwd en met grote ramen, die alleen door de daklijst met z'n kleine hoektorentjes nog een beetje middeleeuws aandoet. Het heeft een tijd dienst gedaan als stadhuis en politiebureau. Op de binnenplaats moeten de oude politiecellen nog te zien zijn. Momenteel is er een museum in gevestigd.

Een stukje verder komen we langs de kerk, die in een hoek van het stadje geplaatst is. Men begon aan de bouw van deze St. Nicolaaskerk in 1397, vlak na de aanleg van de vesting. Het is een laatgotisch gebouw met een kruisvormige plattegrond. Vermoedelijk heeft men geen al te betrouwbare aannemer gekozen, want al halverwege de 15e eeuw, bleek de kerk zo bouwvallig dat hij ingrijpend verbouwd moest worden.

De torenspits is in 1693 door brand verwoest en niet meer herbouwd. Verder staat hij er keurig bij, als wij er voorbij wandelen. Aan het eind van de straat komen we weer bij onze auto uit, die vlak bij het Agnietenklootser geparkeerd staat. Dit is in de 15e eeuw gesticht door de Zusters Des Gemenen Levens. Momenteel doet het complex dienst als raadszaal en museum en is een deel verbouwd tot woonhuizen.

Niet ver daar vandaan, aan de Van Kinsbergenstraat, staat het voormalige weeshuis, dat later gebruikt werd als Latijns School. Boven de ingang vraagt men, met een gedicht van Vondel, om een gift voor de arme kinderen.

Terwijl de lucht langzaam betrekt rijden we over de snelweg weer naar huis. Tien minuten buiten Elburg barst er een stevig onweer los. De regen komt met bakken uit de nu diep donkere wolken. Net op tijd...




NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


De Zuiderzee – 35 – Elburg, een gaaf vestingstadje


Jac. P. Thijsse wandelde, in zijn boek 'Langs de Zuiderzee', uit 1915, in twee alinea's van Kampen naar Harderwijk. Daarbij passeerde hij Doornspijk en Elburg in omgekeerde volgorde, vergeleken met onze reis. Aan Doornspijk besteedde hij niet veel woorden, Elburg komt er iets beter vanaf:

'Het is een heel oud stadje, maar in zijn bouwtrant herinnert het aan Mannheim of liever nog aan de nieuwere steden in Noord-Amerika: allemaal rechte lengtestraten en dwarsstraten, die rechthoekige huizenblokken omsluiten.'



Hij noemt de Vischpoort, de oude vestingwallen en het Klooster en schrijft nog dat hij er graag langer was verbleven, maar dat hem daar de tijd voor ontbrak. Of Gerard en ik er heel veel langer zullen zijn weet ik niet, maar ik ga er zeker meer over schrijven.

We parkeren de auto binnen de vesting, aan de Walstraat, laden de rolstoel uit en Gerard rolt me de hobbelige keitjes van de Jufferenstraat over, op zoek naar een terras en een kop koffie. In feite is dit de hoofdstraat van het stadje, die recht op de Vischpoort af loopt. Om ons te herinneren aan het visserijverleden heeft men hier en daar viskorven en -netten over de straat uitgehangen.

Er lopen nogal wat dagjesmensen door het stadje en aan lonkende terrasjes is geen gebrek. We strijken neer op het grote kruispunt, middenin het stadje, tegenover de muziektent. Boven ons hoofd kwetteren huismussen, die ook af en toe onder de tafeltjes door scharrelen, op zoek naar gevallen kruimels.

Elburg is ontstaan in de middeleeuwen en kreeg rond 1230 stadsrechten. In 1339 liet de hertog van Gelre het stadje meer landinwaarts verplaatsen, vanwege de voortdurende kustafslag en overstromingen door de Zuiderzee.

Een deel van de nederzetting, rond de Ellestraat, kwam binnen de nieuwe stadsmuren te liggen, een deel werd aan de zee prijsgegeven. Daar is nu de jachthaven. In de 16e eeuw werd Elburg versterkt met wallen, rondelen en kazematten. Bij een grote brand, in 1593, ging een kwart van alle huizen verloren.

De welvaart in het stadje hing sterk af van de visserij. Vanaf de 17e eeuw ging het daar minder goed mee en met de aanleg van de afsluitdijk was het definitief afgelopen. Door de economische stagnatie bleef het middeleeuwse karakter van Elburg bewaard en aangezien de oude, nauwe gemeentegrenzen tot 1973 gehandhaafd werden, was er ook weinig nieuwbouw, buiten de stadsmuren.

Pas toen, in 1974, de gemeente Elburg samengevoegd werd met Doornspijk kwam er een forse stadsuitbreiding, waarbij het dorp Oostendorp opgeslokt werd.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.