Posts tonen met het label oud zuilen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oud zuilen. Alle posts tonen

woensdag 2 februari 2011

De Vecht 7 - Op weg naar Maarssen

Met tekenaar Gerard Kuit aan het stuur vervolgen we, op een wisselvallige zondagochtend in augustus, onze autorit langs de Vecht. Het weer slaat bijna elk kwartier om, van zonneschijn naar regenbui en weer terug. Maar we hebben regenkleding meegenomen en een goed humeur.

We rijden naar Utrecht-Overvecht en zoeken zo snel mogelijk de rivier op, richting Oud Zuilen. Eerst komen we langs flatblokken, met een enkel oud huis er tussen. Cafe het Vechtse park, bijvoorbeeld en verderop een herenhuis met terras aan het water.

We gaan langs het kasteel, het kerkje en de ophaalbrug, de dorpsstraat van Oud Zuilen in. Hier wisselen oudere huisjes en redelijk smaakvolle nieuwbouw elkaar af. Voorbij het dorp rennen joggers langs de rivier. In een boom, waarvan de takken over het water hangen, zien we een paar eenden zitten.

Een stukje verder ligt de salonboot, 'MS de Tijd', langs de wal. Dit schip heb ik naderhand niet op internet kunnen vinden, maar voor de liefhebbers zijn er salonboten genoeg te huur. Bijvoorbeeld de Belle van Zuylen, met ruimte voor 30 personen. Voor twee uur betaal je 525 euro, exclusief bediening, want onderweg kun je een high tea gebruiken of een borrel met hapjes.*)
 




We parkeren de auto bij een smal zijweggetje dat naar twee molens voert. '…een houten standermolen en zoo'n dikkerd met een groot rieten dak, ' schrijft Jac. P. Thijsse, in het Verkade-album 'De Vecht' uit 1915. Dominee Craandijk noemt de molens niet, hoewel ze er al wel stonden toen hij hier, 25 jaar eerder, voorbij wandelde. Misschien zag hij deze functionele bouwsels niet als bezienswaardig, maar alleen als nuttig.
 
De houten molen, een wipwatermolen volgens mijn monumentengids, heet de Buitenwegse molen en is in 1830 gebouwd om de polder Buitenweg te bemalen. Zijn grotere overbuurman is een met riet gedekte, achtkantige bovenkruier uit 1753, die de Westbroekse molen heet, naar het waterschap waarvoor hij tot 1946 water uit de polder maalde. Ze staan elk aan hun eigen molengang, een smal watertje dat naar de Vecht afvoert. Ertussenin staat een klein gebouwtje dat vermoedelijk een modern, elektrisch gemaal herbergt. Op de top van de bovenste wiek zit bij alle twee de molens een aalscholver.

We proberen foto's te maken, maar Gerard komt tot de ontdekking dat zijn toestel stuk is. Gelukkig heb ik mijn digitale cameraatje bij me. Groene weiden, de zon die schijnt tussen dreigende wolken, het is een schilderachtig plaatje.
 



Op de hoek van het weggetje naar de molens staat een witgeverfde boerderij, met een lage schuur erachter. Als we die passeren valt ons ineens op dat de deur, die toegang lijkt te geven tot het gebouwtje, niet echt is maar op de muur geschilderd. Het venster ernaast, met twee dichtgeslagen luiken ervoor, is wel echt en om het effect te verhogen heeft men op de nepdeur een echte knop gemonteerd. Humor langs de Vecht !

Het begint weer te spetteren dus we stappen weer in de auto. De Vecht maakt tussen Zuilen en Maarssen een grote S-bocht. Zo zelfs dat je na enige tijd aan je linkerhand Zuilen weer zou moeten kunnen zien liggen. '…met eenige verbazing herkennen we ons geliefd Zuilen…', schrijft Thijsse, maar hoewel ik erg zit op te letten, zie ik geen bebouwing tussen de bomen. Misschien zijn die in de tussentijd gewoon te dicht en te hoog opgegroeid.
 



We rijden onder het viaduct door van de N230, die Groenekan en Maarssen met elkaar verbindt, passeren kantoorgebouwen en fabrieken, een verkeersdrempel, een voetbalveld en wat nieuwbouwwoningen. De buitenwijken van Maarssen '…een mengelmoesje van oud en nieuw', schrijft Thijsse, 'een fabriek, druk in werking, een ander die te huur staat, een vervallen oud werfje, een coquet theehuisje…'.

Een jonge meerkoet scharrelt langs de oever bij het hek van de buitenplaats Vechtenstein. Het huis zelf lijkt me niet al te oud, Craandijk noemt het in 1875 '…het nieuwe, vrolijke Vechtenstein…', maar er stonden ook toen al een paar mooie oude bomen.
 
Bij de brug steken we de Vecht over, eigenlijk willen we rechtsaf, de rivier volgen, maar eenrichtingsverkeer dwingt ons eerst naar links. Een beetje per ongeluk belanden we zo bij de oude kerk van Maarssen, waar we de auto parkeren. De regen is weer even opgehouden, dus stappen we uit voor een foto.




*) Dit verhaal verscheen in 2005 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock  in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

 
Tekening: Gerard Kuit 


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996.

Wikipedia over Maarssen 

Website van de Gemeente Maarssen 

Zie Rederij Belle voor salonboten op de Vecht 

 

maandag 31 januari 2011

De Vecht 6 - Slot Zuylen

Belle van Zuilen heette eigenlijk Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken. Haar familie erfde het slot Zuylen in 1665 en in de loop van de 18e eeuw, lieten ze het door de architect Jacob Marot verbouwen, tot het kasteel dat we nu kennen. Het bleef in de familie tot 1951. De laatste bewoner, Frederik Christiaan Constantijn van Tuyll van Serooskerken, die enige tijd opperkamerheer van Koningin Juliana was en burgemeester van Zuylen, droeg het toen over aan een stichting die het sindsdien als museum beheert.
 
tekening - Gerard Kuit



Een andere beroemde bewoner van het kasteel was Frank van Borssele, de geheime geliefde van Jacoba van Beieren. Als je hun liefdesgeschiedenis naleest vraag je je af waarom er nog geen film of musical aan is gewijd. Jacoba maakte aanspraken op de graafschappen Holland en Zeeland, die door de Duitse keizer Sigismund waren toegewezen aan haar oom Jan. Ze gaf zo nieuwe brandstof aan de schermutselingen die bekend staan als de Hoekse en Kabejauwse twisten.

Frank was de kleinzoon van Eleonora, de laatste telg uit het geslacht Van Zuylen, dat ergens in de 13e eeuw slot Zuylen stichtte. Hij was in 1425 door Philips van Bourgondië aangesteld tot ruwaard van Holland en gaf leiding aan de Kabeljauwen, in hun strijd tegen de Hoeken in Zeeland.

Jacoba was nu net het boegbeeld van de Hoeken. Zij had al drie mannen versleten in haar strijd om het graafschap Holland. Ze trouwde voor het eerst, toen ze 15 was, met de Franse kroonprins Jan van Touraine, maar die werd twee jaar later vergiftigd. Daarna huwde ze haar neef Jan IV van Brabant. Toen die niet naar haar zin omsprong met haar bezittingen en aanspraken, liet ze het huwelijk ongeldig verklaren.

In 1422, net 21 jaar oud, trouwde ze voor de derde keer. Nu met de broer van de Engelse koning Hendrik V, Humphry van Gloucester. Die ging al snel er vandoor met een hofdame, waarop Jacoba door Philips van Bourgondië gevangen gezet werd in Gent. In 1425 werd haar oom Jan van Beieren, die bekend stond als Jan zonder genade, door zijn tegenstanders vergiftigd. Jacoba werd bevrijd uit haar gevangenschap en de poppen waren weer aan het dansen.

Uiteindelijk mocht Jacoba zich, na het vredesverdrag van 1428, de zogenaamde Zoen van Delft, gravin van Holland noemen, onder voorwaarde dat ze niet meer zou trouwen. Toch huwde ze na een paar jaar stiekem met Frank van Borssele. Het zal wel echte liefde geweest zijn en daarom moest het wel mislopen.

Frank werd door Philips van Bourgondië gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Omdat Jacoba daarop afstand deed van al haar rechten, konden toch de violen inzetten voor een happy end. Lang en gelukkig leefden ze echter niet. Jacoba stierf al in 1436, net 35 jaar oud, aan tuberculose, weduwnaar Frank overleed in 1471.
 



foto - de StripmanHet slot van Zuylen was ondertussen in 1422 door de Utrechters verwoest. Pas na 1511, toen het door vererving in bezit kwam van Cornelia van Culemborg en haar man Willem van Lalaing, vrijgraaf van Rennenberg, werd het weer opgebouwd.

Tegenwoordig is er op een rustige zondagochtend van dit roerige verleden niets te merken. De oprijlaan voert langs de slotgracht en de zogenaamde slangenmuur, speciaal voor de teelt van kostbare gewassen voorzien van halfronde uitstulpingen. Daarachter zie je wat sinds de laatste verbouwing de achterkant van het slot is. We kijken even onder het poortje door, maar het museum is gesloten.

Dominee Craandijk belde gewoon aan, maar: 'De eigenaar is niet te huis, en bij zijne afwezigheid wordt de toegang tot het huis niet vergund.'
 



foto - de StripmanWe wandelen terug naar het kleine kerkje direct aan de Vecht. Oorspronkelijk werd het in 1654 door Adam van Lockhorst, ambachtsheer van Zuilen, gesticht. Na een brand in 1874 werd de huidige kerk gebouwd. Tenminste dat staat op een bord aan de gevel.

In mijn monumentenboek staat Gijsbert Theunisz. Van Vianen als stichter vermeld en Craandijk schrijft dat eerder op deze plek al een romaanse kerk stond. Delen van het 17e eeuwse muurwerk zijn bij de herbouw opnieuw gebruikt en aan de westgevel zijn 17e eeuwse cartouches aangebracht met de wapens van de Staten van Utrecht en de families van Tuyll van Serooskerke en van Reede.

Gerard en ik rijden, voor het eerst echt langs de Vecht, terug naar Utrecht. Na een paar kilometer kunnen we al niet verder en worden we weer Overvecht in geleid. Hopelijk zien we meer van de rivier bij de volgende etappe: van Oud Zuilen naar Breukelen.




Dit verhaal verscheen in 2005 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest.
 
 
 
Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996.





donderdag 27 januari 2011

De Vecht 5 - Oud Zuilen

'Dat kleine Zuilen vind ik nu het allermooiste dorpje aan de Vecht,' schrijft Jac. P. Thijsse in 1915. 'Aardig kerkje, mooi rechthuis, kleurige daakjes, rood en wit geblokte vensterluiken, zwaar geboomte op beide oevers en ja, tusschen de boomen van de rechteroever door schemert het oud kasteel…'

Ik zou zonder problemen door kunnen gaan met citeren, want op het eerste gezicht lijkt er in Zuilen weinig veranderd. Er staan nieuwerwetse lantaarnpalen en verkeersborden langs de weg, de brug wordt opgehaald voor een modern motorjacht en de enkele auto die passeert is ook niet klassiek. Maar verder zou je je zonder veel moeite honderd jaar terug kunnen wanen. Het heet alleen tegenwoordig officieel Oud Zuilen, om het te onderscheiden van de Utrechtse wijk met dezelfde naam.
 




Gerard en ik laten de auto bij de brug staan en wandelen eerst een stukje de dorpsstraat in. Direct naast de brug staat het aardige huis 'Klein Zuilen' te koop. Het gaat deels verscholen achter de weelderige tuinbegroeiing en heeft een romantisch terras aan het water. Toen dominee Craandijk hier voorbijkwam was het net gebouwd. 'Nieuw is de villa met haar begroeide veranda, aan de brug,' schrijft hij. We vragen ons een moment af wat de vraagprijs mag wezen, maar het zal wel ver boven onze mogelijkheden zijn. Een deur verder is het voormalige gemeentehuis.

Zuilen was vroeger een veel grotere, zelfstandige gemeente, met in 1952 ruim 23.000 inwoners. Maar een groot deel van het grondoppervlak is in 1954 geannexeerd door de stad Utrecht, die deze kant op flink is uitgebreid en het dorp bijna opgeslokt heeft. Wat restte van Zuilen, nu dus Oud Zuilen, is bij de gemeente Maarssen gevoegd.




Gemeentehuis Oud Zuilen
Het oude gemeentehuis dateert van 1896 en heeft een gevelsteen met het gemeentewapen, drie witte zuilen, geflankeerd door reuzen met knuppels over de schouders. Een van de verklaringen voor de naam Zuilen is dat het een vertaling zou zijn van het Latijnse Colonna. Dat zou dan de naam zijn van een familie die zich hier gevestigd zou hebben, ten tijde van Karel de Grote, die leefde van 742 tot 814.

Een ander verhaal gaat zelfs nog verder terug. De heren van Zuilen zouden rechtstreeks afstammen van de Romeinse keizer Sulla, die regeerde in de eerste eeuw voor Christus. Het is geschiedschrijving met behulp van veel fantasie.

Zeker is het dat er in Zuilen rond 1300 een kasteel stond, waar de heren van Zuylen woonden. De eerste betrouwbare vermelding is van 1278. Toen sloot de Hollandse graaf Floris V een verdrag met een aantal Stichtse edelen, waaronder ene Steven, heer van Zuylen. Waarschijnlijk is het dorpje pas ontstaan nadat dit slot gebouwd werd.


 
Swaenen Vecht
De huizen langs de dorpsstraat gaan niet zover terug. Het merendeel is 19e eeuws. Teruglopend naar de brug komen we langs het statige 18e eeuwse Zuijlenburg. Een deftig huis met een symmetrische gevel en een monumentale ingang in Lodewijk XIV-stijl. Pal daarnaast het wat kleinere Swaenen-Vecht, met in de 17e eeuwse gevel een opvallende gevelsteen waarop twee vechtende zwanen staan. Volgens Craandijk '…een niet zeer gelukkige toespeling op de naam.'

We komen langs restaurant Belle, genoemd naar de beroemdste bewoonster van het kasteel, de schrijfster Belle van Zuylen en wandelen naar het kasteel. De bekendheid van Belle van Zuylen, die hier in 1740 geboren werd, is trouwens tamelijk recent op gang gekomen. Als Isabelle de Charrière publiceerde ze in Zwitserland een aantal romans en essays. Ze was getrouwd met Charles-Emmanuel de Charrière, een Zwitser en voormalig huisleraar van haar broers. Na haar dood in 1805 raakte ze wat in de vergetelheid.

In de jaren '70 van de twintigste eeuw kwam ze weer in de belangstelling, vooral door publicaties van het echtpaar Simone en Pierre Dubois. Ze sprak vooral tot de verbeelding omdat ze een vrouw was die, tegen de wil van haar ouders, trouwde met een man van haar eigen keuze en als schrijfster blijk gaf van een grotere intelligentie dan in haar tijd van vrouwen verwacht werd. Dat ze juist in de jaren '70 van de twintigste eeuw bekend werd is, gezien de emancipatiegolf van die tijd, niet verwonderlijk.

Maar rond 1900 was Belle van Zuylen dus geen grote beroemdheid, ze wordt door Thijsse noch Craandijk genoemd. Roem is vergankelijk, al kun je als kunstenaar nog wel eens herontdekt worden, zoals blijkt.




Dit verhaal verscheen in 2005 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest.
 

 
 
Foto's: Jan de Stripman

Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996.

Wikipedia over Oud Zuilen  , Slot Zuylen  en Belle van Zuylen