Posts tonen met het label nieuwersluis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwersluis. Alle posts tonen

zaterdag 2 april 2011

De Vecht 17 Het verdwenen station van Nieuwersluis

Toen Jac. P. Thijsse in 1915 langs de Vecht wandelde was Nederland gemobiliseerd. Dat betekent niet dat iedereen mobiel was, zoals nu, maar dat het leger in staat van paraatheid was gebracht. De Vechtstreek maakte deel uit van de Hollandse Waterlinie, een gebied dat onder water gezet kon worden in tijden van oorlog. Overal waren forten, wachtposten en versterkingen.

En men hield elkaar in de gaten. Een oplettende soldaat vermoedde in het groepje wandelaars, dat aantekeningen en schetsjes maakte, een stel spionnen en waarschuwde de politie. In Breukelen werden Thijsse en zijn metgezellen aangehouden en ondervraagd. Het was omdat hij bekendheid genoot, door zijn Verkade-albums, dat de schrijver weer op vrije voeten gesteld werd. Maar door het oponthoud moest hij zich haasten om in Nieuwersluis de trein nog te kunnen halen.


Nieuwersluis dankt zijn bestaan en naam aan de sluis die hier in de Nieuwe Wetering is aangelegd. Dit kanaaltje, dat ook wel de Rechte Angstel genoemd wordt, vormt een verbinding tussen de Vecht en de Angstel en was in de middeleeuwen van belang voor de scheepvaart tussen Utrecht en Amsterdam. Het kanaal werd vermoedelijk al in de 15e eeuw gegraven, de sluis, die er nu nog is, dateert uit de 16e eeuw.

Al spoedig bleek Nieuwersluis van strategisch belang te zijn. Toen in 1629 de Spaanse troepen, tijdens het beleg van ’s Hertogenbosch, ook het westen van het land bedreigden werd hier een eerste verdedigingswerk opgeworpen. Deze eerste, in de haast opgeworpen, aarden verdedigingswal werd vrij snel weer ontmanteld.

Maar in 1673, toen de Fransen langs de Vecht optrokken, zond legeraanvoerder Willem III een leger van 1600 man en 1000 werklieden, vanuit Weesp, naar Nieuwersluis. Onder aanvoering van luitenant-generaal Stockheim legden zij in drie dagen een versterking aan die degelijk genoeg bleek om de Franse dreiging af te wenden. Later dat jaar werd Nieuwersluis omgebouwd tot een stervormig fort dat zich aan weerszijden van de Vecht uitstrekte.



Van die vesting zijn nu alleen nog grachten en vage sporen in het landschap overgebleven. Maar in later jaren, toen de sterkte van het geschut toenam, werden er nieuwe verdedigingswerken aangelegd. Je zou het niet zeggen als je het dorpje binnenrijdt, maar eigenlijk is het één grote vesting. Aan de ene kant is er de kazerne, met zijn pupillenschool, waarachter nog overblijfselen van grachten en wallen zijn te vinden.

Aan de andere kant van het dorp, waar wij ons nu bevinden, is achter de huizen een groot fort, met een aanzienlijke geschutstoren. We zien er niet veel van, als we om het opvallende huis met de veranda heen rijden. Dit was vroeger de woning van de Opzichter van Fortificatiën. De weg heet hier de Stationsweg, hier heeft de oude Jac. dus langs gerend op weg naar zijn trein.

Rechts zien we aarden wallen en bunkers, links liggen woonboten. Daarachter is het fort. We rijden door tot we niet verder kunnen. Voor ons zien we het Amsterdam-Rijnkanaal. Aan de overkant passeert net een trein. Een station is er zo te zien niet meer. Niet dat we er heel veel aan missen. Thijsse beschrijft het zo: ‘…een kaal steenen station, een kaal kanaal, een kale luchtbrug en een kale waterbrug, met van die huiverig uitziende brugwachtershuisjes…’.



Thuisgekomen vindt ik op het internet nog oude ansichtkaarten van het station van Nieuwersluis. Wanneer het precies is gesloten weet ik niet, maar ook in 1915 liep de spoorlijn dus al langs een kanaal, het Merwedekanaal. Je vraagt je af, als je de kaart bekijkt, waarom er eigenlijk ooit besloten is om die spoorlijn ten westen van dat kanaal aan te leggen ? De hele Vechtstreek wordt zo van de spoorlijn afgesneden.

Maar wellicht had men niet voorzien dat het kanaal ooit verbreed zou worden. De grote modernisering kwam pas na de tweede wereldoorlog tot stand. Toen werd het noordelijke stuk van het oude Merwedekanaal, dat Amsterdam met Gorinchem verbond, verdiept en verbreed en omgedoopt tot Amsterdam-Rijnkanaal. Alleen bij Breukelen, Vreeland en Weesp zijn nu nog bruggen.

Craandijk vertelt hoe treinreizigers erover mopperden dat alle treinen in Nieuwersluis stopten. Het blijkt dat de eigenaar van de buitenplaats Sterrenschans, de heer Troostwijk, rond 1840, aan de Nederlandsche Rhijn Spoorwegmaatschappij, kosteloos toestemming heeft gegeven voor de aanleg van het spoor, van Amsterdam naar Utrecht, over zijn land. Onder voorwaarde dat er een station zou komen en dat elke trein er zou stoppen.

‘Wat eens bij contract was bepaald, werd later door een proces bekrachtigd…’, schrijft Craandijk en vandaar dat Thijsse er jaren later op kon stappen. Inmiddels is het station verdwenen en kun je vanuit Nieuwersluis, aan de overkant van het kanaal, de treinen alleen nog maar voorbij zien razen.



Dit verhaal verscheen in 2007 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

Wikipedia over: Nieuwersluis
 
Nieuwersluis op Google Maps

zaterdag 26 maart 2011

De Vecht 16 - Van Nieuwersluis naar Breukelen en weer terug

Als we, langs de Pupillenschool, Nieuwersluis uitrijden komen we in een landelijk gebied. Van het door militaire activiteiten gekenmerkte vestingdorp gaan we weer richting buitenplaatsen en lusthoven. Of zoals dominee Craandijk in een filosofische bui schrijft: ‘…de overlevering, die aan de boorden van de Vecht van zooveel bloedigen strijd en zooveel droevige verwoestingen heeft te verhalen, (…maar…) die ook van zooveel kinderachtige geldverspilling en van zooveel jammerlijke verkrachting der natuur heeft te gewagen…’.

Op een rustige zondagochtend zou je het allemaal niet achter dit vredige landschap zoeken. Nu staan er mooie boerderijen, de meeste buitenplaatsen aan deze oever zijn door de Fransen verwoest, of door hun eigenaren verlaten en gesloopt. Craandijk noemt Veenvecht, Lisboa, Angola en Hunthum, die allemaal verdwenen zijn. Maar sommige namen vindt je nog terug, zoals bij die ene boerenhoeve waarop Lixboa geschilderd is. Tussen de bomen, schuren en stallen door zie je af en toe in de verte een glimp van het plassengebied rond Loosdrecht.




We stoppen even bij Weeresteijn, zo’n beetje de enige buitenplaats die er in dit stuk nog wel te bewonderen valt, ‘…met zijn deftig, vierkant, maar niet antiek huis…’ zoals Craandijk schrijft. Maar inmiddels zijn we ruim honderd jaar verder en mogen we het, in aanleg 18e eeuwse, gebouw best antiek noemen. De plek is schilderachtig, met het statige landhuis omgeven door hoge bomen, een sluisje dat de toevoer van water, uit of in de Weere, regelt en een paar erg mooie boerderijen.

Die Weere lijkt een brede, gegraven sloot, maar je weet het maar nooit. De dominee vermeldt dat hij hier in de Vecht uitloopt, dus wellicht was het van oorsprong wel een klein zijstroompje. Het vormt de verbinding tussen de rivier en het plassengebied en volgens Gerard kan het hier ’s zomers druk zijn met pleziervaartuigjes.

De twee boerderijen heten Vechtlust, misschien naar een verdwenen landgoed, en de Vliegende kraai, wat een prima naam lijkt voor een herberg. Op het sluisje is een gedenkplaat aangebracht waarop staat dat de eerste steen gelegd is in 1887. Een van de notabelen, die erop met naam vermeld wordt, heet Huydekoper. Die familie zijn we eerder tegengekomen in Maarssen, waar ze het landgoed Goudestein bewoonden. Joan Huydecooper was er aan het eind van de 19e eeuw burgemeester.

We maken een paar foto’s, ook van de wilgenboom met het grote gat erin, die voor de Vliegende kraai staat en van de watertoren van Breukelen, die als een betonnen reuzenviltstift boven de huisjes aan de overkant van het water uitsteekt.
Jac. Thijsse maakte hier een klein omweggetje, langs Breukelenveen, een buurtje in het grotendeels uitgeveende gebied tussen de rivier en de Vechtplassen. ‘Rechts van de kade was al meer water dan land’, schrijft hij, ‘en de weinige huisjes lagen elk op zijn eiland, door een draaibruggetje te bereiken.’

We komen langs een begraafplaats. Thuis had ik van te voren op GoogleEarth gekeken, om onze tocht vast een beetje voor te bereiden en vanuit de lucht kon ik dit terrein, met al die kleine paadjes, niet thuis brengen. Was het een bungalow park ? Nee, zo blijkt nu, de bewoners zijn al een poosje overleden.





Bij Gunterstein steken wij de brug over, Breukelen in, en zoeken de straatweg waarlangs Craandijk wandelde. Eerst kom je door een tamelijk nieuwe woonwijk. Daarna langs een aantal aan elkaar grenzende landgoederen. Oorspronkelijk waren hier grote stukken land in eigendom van lieden die Mennonieten of Menisten genoemd werden, volgelingen van de Friese priester Menno Simons. Deze predikte in de 16e eeuw een zeer sobere leefstijl, te vergelijken met de Amish in de Verenigde Staten.

Thijsse noemt het gebied de Menistenhemel en schrijft dat er een eikenlaan moet zijn ‘…op zijn minst even mooi als de Middachter allee.’ Die laatste was een legendarische beukenlaan bij het landgoed Middachten, niet ver van Arnhem. Trouwe lezers weten dat die aan het begin van de 20ste eeuw gekapt is.

Van de eikenlaan in de Mennistenhemel hebben Gerard en ik niets teruggevonden. Wel zijn hier een paar mooie buitenplaatsen. Thijsse noemt Hofwerk, Vijverhof, Over-Holland, Rupelmonde en Sterrenschans. Van de laatste twee herkennen we de namen op fraaie tuinhekken, maar voor we het weten staan we alweer in Nieuwersluis. Daar is en dat wordt ook een soort traditie tijdens onze tochten, net de brug open over de Rechte Angstel. We willen graag aan de overkant dit zijstroompje volgen om te zien waar Thijsse, bijna honderd jaar geleden op de trein stapte.




Dit verhaal verscheen in 2006 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.


Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

Wikipedia over: Nieuwersluis en de Mennonieten


Nieuwersluis op Google Maps

vrijdag 18 maart 2011

De Vecht 15 – Naar Nieuwersluis


Op een frisse zondagochtend in oktober hervatten Gerard en ik onze reis langs de Vecht. We zijn de vorige keer gestopt bij Gunterstein, het kasteel bij Breukelen en moeten nu kiezen, want onze reisgidsen uit vervlogen dagen volgen hier elk een andere weg. Jac Thijsse had in 1914 haast om in Nieuwersluis de trein te nemen en rende in een ruk door, over de rechter oever. Hij zou z’n trein trouwens missen ‘…en de volgende trein had ook nog drie kwartier vertraging.’

Dominee Craandijk nam 25 jaar eerder wel de tijd om Breukelen te bezichtigen en wandelde verder over de straatweg op de linker Vechtoever. Een bijkomende vraag is hoe we vanaf Soest het snelste naar Breukelen kunnen rijden. Mogelijkheid één is langs Maartensdijk en Westbroek, maar dan doen we een deel van onze vorige etappe nog eens over, omdat we dan een stuk voor Breukelen al op de Vecht uitkomen.

Volgens de ANWB routeplanner is de kortste weg via Hilversum en Oud-Loosdrecht. Dan komen we een stuk verder, vlak onder Loenen, de Vecht tegen en zouden we een stukje terug moeten rijden, naar Breukelen. Maar misschien is dat juist wel een goed idee, zo kunnen we eerst langs de rechteroever Thijsse tegemoet rijden en dan, langs de andere kant, de route van Craandijk nemen.


ANWB-borden in Nieuwersluis
Terwijl de zon een beetje bleek door de laaghangende bewolking schijnt, rijden we genoeglijk keuvelend tussen de Loosdrechtse plassen door naar de Vecht. Daar valt ons plan direct in duigen. Het weggetje langs de rechteroever is aan deze kant afgesloten voor auto’s. We steken dus de rivier over en rijden over de straatweg op Nieuwersluis aan. De afstanden zijn maar klein, na een paar minuten komen we de volgende brug al tegen en besluiten om die over te steken en zo alsnog eerst de rechteroever te nemen.

Voor de ouderen onder ons heeft de naam Nieuwersluis een aparte bijklank. Daar was de militaire gevangenis gevestigd. Nieuwersluis daar ging je naar toe als je het in het leger heel bont gemaakt had, of wanneer je helemaal niet in het leger wilde. Bij een van de oudere Artishockleden thuis heb ik wel eens foto’s gezien uit de jaren ’60. Een Artishocker van het eerste uur weigerde dienst en werd door een groep vrienden en vriendinnen, mannen met lange haren en baarden, vrouwen in oosterse gewaden, afgeleverd aan de poort van de gevangenis. Hij is er heelhuids weer uitgekomen.

Wij parkeren voor die gevangenispoort. En bewonderen de imposante pupillenschool, een militaire instelling voor jongens tussen de 12 en 15 jaar oud, uit 1877. Je moet er niet aan denken hoe het voor die jongens geweest moet zijn om hier gedrild te worden. Vast geen pretje.


Gevangenispoort - Nieuwersluis
De langgerekte bakstenen gevel, met witgepleisterde ingang- en hoekpartijen, versierd met wapenschilden, leeuwen en krijgshaftige spreuken, domineert het dorp, dat met zijn kleine huisjes aan de overkant van de rivier ligt. 

Veel dorp is het trouwens niet. Eigenlijk maar één straat en daar overheersen de militaire gebouwen. Er is op het eerste gezicht niet eens een kerk, maar het zou goed kunnen dat de bewoners vroeger voor de mis naar het nabijgelegen Loenen gingen.

Bij thuiskomst lees ik Craandijk er nog eens op na. Die schrijft dat er in 1673 ‘…ten behoeve van het garnizoen en van de talrijke bevolking van den omtrek een kerkje gebouwd en een predikant beroepen…’ werd. Hij noemt zelfs de naam van de dominee: ‘Thomas Coenen, gewezen predikant te Smyrna…’ Als we later op de ochtend nog eens door het dorp rijden ontdek ik het kerkje weer niet. Dus het is of erg klein en onopvallend, of verdwenen.




Dit verhaal verscheen in 2006 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.


Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

Wikipedia over Nieuwersluis

Nieuwersluis op Google Maps