Posts tonen met het label openluchtmuseum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openluchtmuseum. Alle posts tonen

woensdag 5 december 2018

De Zuiderzee – 48 – Schokland werelderfgoed


In de jaren '80 ben ik al eens eerder op Schokland en Urk geweest. Dat was met een uitstapje van de tekenkamer van de Oudheidkundige Dienst, waar ik toen werkte. Ik herinner me er weinig meer van, behalve dat we een uitsmijter hebben gegeten, in een restaurant aan de haven van Urk.



Bij het droogvallen van de IJsselmeerpolders werden veel archeologische vondsten gedaan. Gezonken schepen kwamen boven water en rond Schokland vond men ook sporen van eerdere bewoning. Op de website van Museum Schokland wordt met trots de vondst van 4000 jaar oude voetsporen vermeld, bewaard gebleven in de klei.

In 1960 zijn de contouren van het eiland beter zichtbaar gemaakt door er bomen langs te planten. Daardoor zie je het voormalige eiland nu, vanuit de verte, als een strook bos. Dat is nodig ook, want door inklinking van de bodem is het nu lager dan het omringende bouwland.

Aanvankelijk werden de oudheidkundige vondsten bewaard in Kampen, maar omdat de collectie snel groeide werd in 1947 besloten tot het oprichten van een Zuiderzeemuseum. Als locatie werd de leegstaande kerk van Schokland gekozen. Nou ja, leegstaand, het pand werd gebruikt als paardenstal en opslagruimte.

Het museum was direct populair, in 1953 kwamen er al 100.000 bezoekers naar de expositie over de geschiedenis van het eiland en de polders. Het kerkgebouw dateert uit 1836 en is op een terp gebouwd, niet lang voordat het eiland ontruimd werd. In 1960 bleek dat het door uitdroging van de ondergrond zo begon te verzakken dat een ingrijpende restauratie nodig was.

In de loop der jaren is het omringd door andere gebouwtjes, deels van elders hier naartoe verplaatst, zoals de voormalige visafslag, die ooit, aan het andere eind van het eiland, bij de haven stond. Een ander deel van de huisjes is gereconstrueerd om een indruk te geven van een 19e eeuws vissersdorpje. Ook is een houten waterkering nagebouwd en een basalten dijk aangelegd.

Dat alles is keurig afgesloten door een hek, waar Gerard en ik voor staan te kijken. Dat het museum dicht was, op maandag, wist ik wel, maar ik had gehoopt er toch iets meer van te zien te krijgen. Er zijn wat onderhoudslieden aan het werk, een ouder echtpaar wandelt net als wij wat verloren over de parkeerplaats. Uiteindelijk besluiten we er via het wandelpad omheen te lopen. Zo kunnen we toch een paar aardige foto's maken.

In 1995 werd Schokland op de werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst. De website schrijft: 'Het voormalige eiland kon immers bij uitstek worden gezien als symbool voor een oerhollands fenomeen: het leven met en de strijd tegen het water.' Door het museum '...werd naast de bewoningsgeschiedenis van het Noordoostpoldergebied grote nadruk gelegd op de unieke plaats die Schokland inneemt binnen de archeologie en historie van Nederland.'

Hoe die expositie er uitziet moeten jullie dus zelf maar eens gaan bekijken. Gerard en ik rijden nog door het Schokkerbos, waar de geologie van het eiland te zien zou moeten zijn in de vorm van keileem uit de ijstijd. We nemen nog een kijkje bij het voormalige haventje voor we verder gaan richting Vollenhove.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2017, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Flevoland 2006; Google maps, Wikipedia en andere websites.






vrijdag 6 april 2018

De Zuiderzee – 32 – Een locomotiefhuisje in Nunspeet en in Soest

Verstopt in een nieuwbouwwijkje, aan de rand van Nunspeet, staat een zogenaamd locomotiefhuisje. Het is een klein, langwerpig, eenlaags gebouwtje, onder een rieten dak en het heeft z'n schoorsteen in de voorgevel. Daarom heeft het wel wat weg van een stoomlocomotief. Verder heeft het met de spoorwegen niets te maken.


Dergelijke huisjes werden oorspronkelijk, in de 19e eeuw en eerder, bewoond door eenvoudige boeren, dagloners en eekschillers. Die laatsten schilden de bast van eikenbomen.

Als ik op internet zoek naar het gebruik van eikenbast kom ik eerst allerlei verwijzingen tegen naar alternatieve geneeswijzen. Eikenbast zou goed zijn voor de bloedvorming, huid en tandvlees, het is antiseptisch en vermindert transpiratie. Een wondermiddel dus. Maar vroeger werd het vooral gebruikt in de leerlooierij.

Locomotiefhuisje Nunspeet
De schapenteelt, het verstoken van hout en daardoor ontbossen van de Veluwe zorgden er voor dat er grote stuifzandgebieden ontstonden. Hele dorpen verdwenen onder het zand en ook Nunspeet werd er door bedreigd. Dat duurde tot aan het begin van de 20ste eeuw, toen men door grootschalige aanplant, vooral van naaldbomen, het stuifzand vastlegde.

Dezelfde ontwikkelingen heeft ons eigen Soest doorgemaakt. Ook wij hebben stuifzanden, de Korte en de Lange Duinen en grappig genoeg stond er ook in ons dorp ooit zo'n laag huisje met een opvallende schoorsteen, dat 'de locomotief' genoemd werd.

Het stond aan de Korte Brinkweg en mijn eigen oma woonde er aan het begin van de jaren '50. Mijn ouders woonden enige tijd bij haar in en mijn oudere broer is er geboren. Uiteindelijk werd 'de locomotief', die uit 1663 stamde, getuige een bronzen plaatje in de fraai betegelde schouw, onbewoonbaar verklaard.

Het leidde tot een artikeltje in de krant. Daarin wordt de indeling beschreven: een voorkamertje van 3,5 bij 3 meter, met drie raampjes van 30 bij 30 cm, een alkoof die verbouwd was tot keukentje en in het achterhuis een slaaphokje en het oorspronkelijke woonkeukentje. Onder het pannendak was nog een vliering waar je niet rechtop in kon staan, maar waar wel een oom van me sliep.

Mijn ouders verhuisden uiteindelijk naar een ander pandje dat ook al op de nominatie stond om gesloopt te worden. Het duurde tot 1962 voor ze een behoorlijk huis kregen, in één van de eerste flats van ons dorp.

De locomotief was toen al afgebroken, want zoals het krantenbericht besluit: '...we zijn vanouds niet erg zuinig op antiek en historische overblijfselen geweest.'

Het locomotiefhuisje in Nunspeet is het enige, daar in de omgeving, dat nog op zijn oorspronkelijke plaats staat. Een tweede huisje, dat aan de sloop ontsnapt is, staat nu in het Openluchtmuseum in Arnhem...



NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.