maandag 15 oktober 2018

De Zuiderzee – 42 – De poorten van Kampen

Jac P. Thijsse schreef het al, zo'n 100 jaar geleden, over 'het beroemde Kampen': 'Er zijn weinig steden in ons land, die zo mooi zijn gebleven (…) de Singels zijn beplant en vormen zoo een mooi park, dat rechtstreeks in verband staat met de vrije buitenwereld. De stad is een van de oudste van ons land en heeft veel oude gebouwen in goeden staat weten te bewaren.'
De Broederpoort

De Cellebroederspoort
De stad is rond 1100 ontstaan en verwierf in de 13e eeuw stedelijke onafhankelijkheid. Het oude centrum heeft geen planmatige aanleg, maar strekt zich langs de rivier uit, met de Oudestraat als centrale as. De eerste stadsmuren zijn waarschijnlijk tegen het eind van de 13 eeuw gebouwd, maar daar is nu niet veel meer van terug te zien.

Rond 1500 kwam er een nieuwe ommuring, langs de huidige Singels. Nog een eeuw later werden er wallen, forten en bolwerken aangelegd. In later jaren zijn grote delen van die verdedigingswerken weer gesloopt. Toch blijft er nog heel wat moois over.

Koornmarktspoort stadszijde
Kampen heeft bijvoorbeeld nog drie van zijn stadspoorten behouden. Wij parkeren de auto vlak bij de Broederpoort, die genoemd is naar het Broederklooster, waar je langs komt als je, onder de poort door, over de Broederweg, de stad inloopt. De poort dateert uit het tweede deel van de 15e eeuw, maar is in later tijd meermaals verbouwd, verfraaid en gerestaureerd. Met zijn vier hoektorens ziet hij er nu uit als een klein kasteeltje.

De Broederpoort staat aan de landzijde van de stad, net als de Cellebroederspoort. Die is ook genoemd naar een klooster, waarvan nog delen te zien zijn, niet ver van de poort. Het kloostercomplex werd vanaf de 16e eeuw gebruikt als weeshuis en is later flink verbouwd en uitgebreid.

De Cellebroederspoort is in dezelfde periode gebouwd als de Broederpoort, maar heeft twee, in plaats van vier torens. Zware jongens zijn het, met speklagen, dat zijn lichtere banden, in het metselwerk en hoge torenspitsen.

Koornmarktspoort rivierzijde
Maar de mooiste poort van Kampen staat aan de rivier en heet de Koornmarktspoort. Thijsse schrijft dat hier vroeger de brug over de IJssel was en dat dit de hoofdtoegang tot de stad was. Deze poort heeft zijn sobere middeleeuwse uiterlijk behouden. Hij is dan ook bijna een eeuw ouder dan de andere twee poorten.

De Koornmarktspoort bestaat uit een vierkant gebouw met aan de rivierkant twee zware ronde torens. Boven de doorgang zijn aan weerskanten twee stenen leeuwen aangebracht, die een wapenschild vasthouden. Mijn monumentenboek schrijft dat die van andere, gesloopte poorten afkomstig zijn.

Ik kan me van lang geleden herinneren, toen ik eens op een fietstocht Kampen aandeed, dat de poort witgekalkt was. Tegenwoordig houden we van schoon metselwerk, dus die verflaag is inmiddels verwijderd.




NB: Dit verhaal is geschreven in 2016, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


donderdag 11 oktober 2018

De Zuiderzee – 41 – Kampen en de Kogge


Kampen heeft zijn middeleeuwse pracht te danken aan de Kogge, het type vrachtschip waarmee handelswaar werd aan- en afgevoerd, naar andere Hanzesteden in ons land en het Noord- en Oostzeegebied. Als we aan de koffie zitten, bij Café de Unie aan de IJsselkade, wordt ons dan ook gevraagd of we de Kamper Kogge al hebben gezien. En als we er weggaan worden we de goede kant op gewezen, verderop langs de kade, 5 minuutjes lopen.


Botters bij Kampen
Dat klopt aardig, al waaien we zowat uit onze jassen en moet ik mijn pet goed vasthouden. De Kamper Kogge is een replica, gebouwd tussen 1994 en '98, naar voorbeeld van een wrak dat gevonden is ter hoogte van Nijkerk, bij het droogleggen van de Flevopolder. Dat oorspronkelijke schip zou dateren uit 1336.

Het is maar een notendopje, zwarte geteerd, met een kasteelachtige opbouw op het achterdek. Het is ongeveer 20 meter lang en meet 7,5 meter op z'n breedste punt. Het scheepje heeft één mast waar, volgens Wikipedia, 144 m2 zeil aan gehesen kan worden. Het heeft 12 man nodig om uit te zeilen.

De Kamper Kogge is het enige schip van z'n soort in ons land. Het is een aantal keer te gast geweest op Sail Amsterdam en heeft in 2004 een reis gemaakt langs een aantal oude hanzesteden. Die zogenaamde 'ommelandvaart' duurde 7 weken en ging langs havens in Duitsland, Denemarken en Zweden.

Nu ligt het in een eigen haventje, de Koggewerf, langs de IJssel, waar ook een middeleeuws vissershuisje is nagebouwd, naar voorbeeld van een archeologische vondst in het nabijgelegen Brunnepe. Belangstellenden kunnen zich laten rondleiden en er worden ook rondvaarten gemaakt.

Het toeval wil dat begin dit jaar (2016) een Kogge is geborgen, omhoog gehaald uit de IJssel, vlak bij de Koggewerf. Dat bijzonder gave exemplaar werd in 2011 ontdekt bij sonaronderzoek. Het is zo goed bewaard gebleven omdat het in het zoete rivierwater heeft gelegen. De wrakken, die bij het droogleggen van de Flevopolders zijn gevonden, zijn meer aangetast door het zoute zeewater.

Naast de IJsselkogge zijn nog twee kleinere scheepjes aangetroffen, een aak en een punter, die ongeveer uit dezelfde tijd dateren. Archeologen denken dat de bootjes met opzet op die plaats zijn afgezonken om de stroming van de rivier te beïnvloeden. De drie vaartuigjes worden geconserveerd met het doel ze later ten toon te kunnen stellen.

De Kogge werd als laatste gelicht en is, onder grote belangstelling, overgebracht naar de Bataviawerf, in Lelystad, waar het scheepje de komende jaren geprepareerd zal worden.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2016, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Zie voor meer informatie http://www.kamper-kogge.nl/http://www.ijsselkogge.nl/ en Wikipedia

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


maandag 1 oktober 2018

De Zuiderzee – 40 – Zalk en Klazien


We grappen erover als we, over de dijk langs de IJssel, van Hattem naar Zalk rijden. Klazien uut Zalk, het kruidenvrouwtje ! Ik denk daarbij aan de parodie van Wim de Bie en realiseer me later pas dat Klazien echt geleefd heeft. Het personage van de Bie was Berendien uut Wisp.



De echte Klazien heette Klaasje Rotstein-van den Brink en leefde vanaf 1919 in Zalk. Ze overleed in 1997 in Zwolle en verkreeg in de tussentijd bekendheid door haar tv-optredens voor de NCRV en de boeken die ze schreef. Ze gaf gezondheidsadviezen gebaseerd op ouderwetse huismiddeltjes en hoewel reguliere artsen haar een kwakzalver vonden, werden haar boeken bestsellers.

Klazien ligt begraven in Zalk. Aanvankelijk werd er, op haar eigen verzoek, geen grafsteen geplaatst, omdat ze wilde voorkomen dat het dorpje een bedevaartsoord zou worden. Na het overlijden van haar man, in 2007, kwam die steen er toch. Haar bekendheid is inmiddels verflauwd, maar men heeft in Zalk wel een straat naar haar genoemd, het Klaasje van den Brinkerf.

De rit naar Zalk is prachtig. Ongemerkt passeren we de grens tussen Gelderland en Overijssel, die tevens de gemeentegrens is. Links van de dijk ligt een langwerpige waterpartij die, zoals ik later te weten kom, de Gelderse Kolk heet. Misschien van oorsprong een dijkdoorbraak, nu door een brede sloot verbonden met de Ijssel.

De weg slingert met de dijk mee en gaat langs weilanden vol ganzen, rustige boerderijen en hier en daar een groepje wilgen. Wat verderop passeren we nog een paar wielen, waaien, of oude rivierlopen. Ideaal terrein voor watervogels.

Van een afstand zie je het dorp met z'n grijze kerktoren al liggen. Het is piepklein, nog geen 800 inwoners en lijkt oorspronkelijk maar uit één straatje bestaan te hebben. Als je de dijk afdraait rij je er vanzelf in, naar de kerk toe. Die heeft een Romaanse toren uit de 13e eeuw en een Gotisch schip van honderd jaar later.

Het dorp is ontstaan bij het versterkte huis van de heren van Buckhorst. Dat is in de eerste helft van de 19e eeuw gesloopt, maar het dorp zelf is redelijk ongeschonden gebleven.

Het is er stil als we er parkeren om een paar foto's te maken. Alleen vanuit een wit huisje, tegenover het kerkhof klinkt geroezemoes. Daar gaat de dorpsjeugd naar zondagsschool. Volgens het ANWB-bord op de gevel was het ooit het huis van de schout, zeg maar het politiebureau.

Dit 'schultehuis' dateert uit de 16e en 17e eeuw, maar dankt zijn huidige uiterlijk aan een restauratie in de jaren '70 van de 20ste eeuw. Het dorp heeft ook nog een paar aardige boerderijen en een windmolen uit de 19e eeuw, die we alleen van een afstandje zien.

We laten Klazien rusten en rijden verder naar Kampen.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2016, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


dinsdag 18 september 2018

De Zuiderzee – 39 – Hattem, rivier en binnenstad


'Hattem, het oude kleine stadje aan den Veluwerand met zijn schilderachtige poorten en merkwaardig geplaveide straatjes,' schrijft Jac.P.Thijsse in zijn boek over de IJssel.

Het pand der liefde


Maar als ik Hattem nog eens opzoek, op Google Maps, valt me ineens op dat het stadje helemaal niet aan de IJssel ligt. Toen Gerard en ik er naar toe reden zagen we links water – ik dacht de rivier – en rechts het stadje. Maar tussen de IJssel en Hattem ligt nu een flinke strook land, het water dat ik zag is een gegraven kanaal, dat een stukje verderop 'de Veluwse Wetering' heet. Je komt ook nog voorbij een jachthaven, als je vanuit het stadje naar de rivier zou willen lopen, of rijden.

Hattem stadhuis
Dat moet ooit anders zijn geweest, maar misschien is dat al lang geleden. In 1401 schonk Hertog Willem van Gelre de Hoenwaard aan de bewoners van Hattem, om er hun vee op te laten grazen. Dat gebied, van oorsprong uitgestrekte uiterwaarden, ligt ten oosten van de de stad, met daarachter de rivier. Het bleef tot halverwege de 20ste eeuw gemeenschappelijke grond en het was verboden er te bouwen. Het is nu nog steeds een open gebied, waar Staatsbosbeheer gedeelten van beheert.

Ondertussen wandelden Gerard in ik over de 'merkwaardig geplaveide straatjes' van de binnenstad. Eerst een prettig winkelstraatje door, met aan het eind het rood-wit gestreepte stadhuis, annex waaggebouw, op het hoekje van de markt. Het huidige uiterlijk dankt dat aan een ingrijpende verbouwing, aan het begin van de 17e eeuw. Daarvoor was het pand in gebruik als Heilige Geest Gasthuis.

De kerk waar, terwijl wij passeren, vrome Hattemers zich naartoe spoeden voor de zondagsochtenddienst, heeft een romaanse toren uit de 13e eeuw. Voor het overige dateert het gotische gebouw uit de 15e eeuw, of later.
Op het plein verder erg veel terrasstoelen en -tafels. Op andere dagen – en bij goed weer – is het er vast erg gezellig.

We krijgen het al behoorlijk koud en lopen dus nog maar een klein stukje verder, een straatje in dat de Adelaarshoek heet. Aan het eind daarvan stond ooit het kasteel de 'Dikke Tinne'.

We stoppen even bij een schilderachtig pand, dat de aandacht trekt door zijn 'rijke maniëristische voorgevel met boven de ingang een bakstenen arkel op geprofileerde consoles', zoals het in 'Monumenten van Nederland' beschreven staat.

Volgens het ANWB-bord op de gevel heet het 'Het Pand Der Liefde'. Je zou zeggen dat het dan misschien ooit een huis van lichte zeden is geweest, maar dat is volgens dat plakkaat niet het geval. Het is in 1676 '...als patriciërswoning gebouwd en heeft nooit een andere functie dan woonhuis gehad.' Hattem heeft dus ook z'n raadsels...



NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


Zuiderzee - 38 - Hattem, de Dijkpoort

We beleven het warmste jaar sinds de meteorologen dat soort gegevens bijhouden. Er zijn best al wel warmere jaren geweest, hoor, er waren tijden dat de hele wereld zo'n beetje onder water stond. Geen poolijs en gletsjers meer te bekennen. Maar dat is al erg lang geleden. Toen waren er nog geen meteorologen.



Afgelopen november hadden we een paar heel warme dagen. Maar in oktober was het een paar keer flink koud. Eén van die koude oktoberdagen viel op een zondag, er stond een gure oostenwind en Gerard en ik reden richting Hattem.
In de auto hadden er nog niet zo'n erg in, maar toen we stopten, vlakbij de Dijkpoort, aan de rand van het oude centrum, gierde de wind door onze jassen. Toch wilden we het stadje beter bekijken, dus zette ik me in de rolstoel en reed Gerard me over de hobbelige keitjes richting kerk.

De Markt met terras in Hattem
Hattem is in de vroege middeleeuwen ontstaan op een oeverwal langs de IJssel. Het wordt al genoemd in het jaar 892, maar een paar honderd jaar later kwam het stadje pas echt tot bloei. Het kreeg stadsrechten in 1299 en een omwalling met 3 poorten en aan de rand daarvan, de landheerlijke burcht de 'Grote Tinne'.

Er was een stadsbrand, in 1504, waarbij de helft van Hattem in de as gelegd werd. Maar men herstelde de boel en het kasteel Grote Tinne werd nu opgenomen binnen de nieuwe stadmuren.

In de 17e eeuw nam het belang van Hattem als handelsstadje af. In 1777 werd het kasteel gesloopt, er zijn nu alleen nog wat muurresten te herkennen in voormalige bijgebouwen. Een groot deel van de stadmuren werd gesloopt, alleen aan de zuidkant is nog een stuk bewaard gebleven.

En die Dijkpoort, natuurlijk, een hoge vierkante toren met op de hoeken uitkragende arkeltorentjes. Hij staat te blinken in de frisse ochtendzon. Je kunt zien dat het bovenste stuk uit nieuwer metselwerk bestaat, dat is in 1909 gereconstrueerd door de bekende architect P. J. H. Cuijpers. Die bouwde ook het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, maar nam, bijvoorbeeld, ook kasteel de Haar, in Haarzuilens, en de koppelpoort in Amersfoort onder handen.

Aan de buitenzijde van de Dijkpoort is nog een stuk muur te zien, met schietgaten voor haakbussen, dat naar een nu verdwenen voorpoort leidde. Een haakbus was een primitief geweer, dat je met een haak aan de muur vast kon zetten, om de terugslag op te vangen.

Aan de stadskant staat een klein withuisje, tegen de zijkant van de poort geleund. Dat was, volgens een opschrift van de ANWB, het 'vroedvrouwenhuisje'. Daar woonde de 'Wiese Moer' die door de stad betaald werd om arme gezinnen te helpen bij bevallingen...



NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


dinsdag 11 september 2018

Zuiderzee - 37 - Café de Unie in Kampen


Het moet wel iets bijzonders geweest zijn als je, na een heerlijk uitstapje met prachtig weer, grootse uitzichten over landschappen vol vogels en mooie historische stadjes, zegt dat het halfuurtje dat je aan de koffie zat eigenlijk het leukste was.


Maar dat was echt het eerste waar we over begonnen, toen we weer thuis waren. Niet omdat de koffie zo uitzonderlijk was, die was gewoon lekker en de appelpunt met slagroom was ook prima, maar vooral omdat we zo'n leuk gesprek hadden met de kroegbaas en zijn gasten.

We begonnen eigenlijk een beetje te wanhopen toen we, rond een uur of half elf op zondagochtend, door Kampen wandelden. Het was een mooi zonnige herfstdag, maar er stond een koude wind en in Hattem en Zalk, waar we eerder waren, was geen kop koffie te krijgen geweest. Alles dicht, behalve de kerk en de zondagsschool.

In Kampen leek dat ook zo. Iedereen zei ons vriendelijk gedag, hoor. Twee middelbare heren wekken ook niet direct argwaan, vooral niet als er één zit te kleumen in een rolstoel. Maar de café's en restaurants waren gesloten.
Tot we aan de IJsselkade kwamen en een klein kroegje met een terras onder een groene luifel zagen. Op de buitenmuur was een ouderwetse bierreclame geschilderd en eigenlijk zag ook dit er niet erg geopend uit, maar Gerard probeerde de voordeur en... ja, hoor.

Even later stonden we in een knusse gelagkamer, die vol stond met tafels en stoelen en waar vier oudere heren, één dame en een hond ons wat verbaasd zaten op te nemen. 'Koffie, jongens ?' vroeg één van de mannen, een stevige vent met halflang grijs haar en een fraaie snor.

'Nou graag,' zeiden we en niet lang daarna zaten we aan het gebak, terwijl het gesprek rond om ons weer werd voortgezet. Over erwtensoep ging het, die 'goed gemeubileerd' moest wezen. Daarna wilden ze weten waar wij vandaan kwamen en ik vertelde iets over onze reizen.

Natuurlijk kwamen ze toen met tips, de Kampense Kogge moesten we zien en het monument voor de Schokkers, de bewoners van Schokland. Dat eiland is 150 jaar geleden ontruimd en ze wisten nog precies welke achternamen van echte Schokkers waren.

Dit waren mensen die op zondagochtend niet in de kerk zaten, maar gezellig aan de koffie. Tussen de vitrage door werden we gewezen op de strengere kerkgangers, die in strak zondags pak, over de IJsselbrug fietsten. Of er bij ons in Soest op zondag veel open was, wilden ze weten. Nou, in Kampen viel het nu ook wel mee, hoor. Het was niet meer zo strikt als vroeger.

Eén voor één vertrokken de stamgasten en we bleven nog even praten met de kastelein. Ja, dit was een echt schipperscafé. Dat kon
je ook wel zien aan het stuurwiel en de ankers aan de muur. We kregen nog wat ongezouten meningen over de plaatselijke en landelijke politiek te horen. Hij had altijd PvdA gestemd, maar tegenwoordig?

Uiteindelijk moesten we toch weer verder. En hij hielp ons en mijn rolstoel het kleine portaaltje door, naar buiten. Daar was het nog steeds prachtig, hoewel die koude oostenwind nog flink blies, maar daar konden we nu wel weer even tegen...

Toen ik dit verhaaltje geschreven had stuurde ik een printje, met Gerard's tekening, naar Café de Unie. We kregen een heel vriendelijke ansichtkaart terug.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit 

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.


woensdag 5 september 2018

De Zuiderzee – 36 – Elburg, stadsmuren en een onweersbui


Na de koffie rolt Gerard me verder de Jufferenstraat op, richting Vischpoort. Veel oude binnensteden zijn een wirwar van steegjes en straatje, in Harderwijk dwaalden we nog van pleintje naar pleintje, maar hier is daar geen sprake van.


Het stratenplan van Elburg is een keurig, strak ruitjespatroon. Als we links of rechts een zijstraat inkijken zien we de stadsmuur, met op regelmatige afstanden een muurtoren. Een deel daarvan is omgebouwd tot piepkleine woonhuisjes.

De Vischpoort is de enige stadspoort die in Elburg overgebleven is. Als je er onderdoor gaat kom je bij de haven. Oorspronkelijk schijnt het een gesloten toren te zijn geweest, al vraag ik me wel af hoe de Elburgers in die tijd dan toegang hadden tot de haven. Er moet een andere doorgang zijn geweest, tenzij men de goederen en vis – vanuit de haven – om het stadje heen naar een andere poort vervoerde. Boven de poortdoorgang is een wachtlokaal en de toren heeft een klok, middenin de gevel, die op de hoeken nog gesierd is met arkeltorentjes.

Wij gaan niet onder de poort door maar slaan rechtsaf, langs de stadsmuur. Het weer is nog steeds prima en op ons gemak wandelen we over de keitjes. We komen langs het Arent Thoe Boecopshuis, het stadskasteel dat rentmeester Arent in de 14e eeuw bouwde in opdracht van de hertog van Gelder.

Stel je er niet al teveel van voor, het is niet meer dan een flinke vierkante toren, flink verbouwd en met grote ramen, die alleen door de daklijst met z'n kleine hoektorentjes nog een beetje middeleeuws aandoet. Het heeft een tijd dienst gedaan als stadhuis en politiebureau. Op de binnenplaats moeten de oude politiecellen nog te zien zijn. Momenteel is er een museum in gevestigd.

Een stukje verder komen we langs de kerk, die in een hoek van het stadje geplaatst is. Men begon aan de bouw van deze St. Nicolaaskerk in 1397, vlak na de aanleg van de vesting. Het is een laatgotisch gebouw met een kruisvormige plattegrond. Vermoedelijk heeft men geen al te betrouwbare aannemer gekozen, want al halverwege de 15e eeuw, bleek de kerk zo bouwvallig dat hij ingrijpend verbouwd moest worden.

De torenspits is in 1693 door brand verwoest en niet meer herbouwd. Verder staat hij er keurig bij, als wij er voorbij wandelen. Aan het eind van de straat komen we weer bij onze auto uit, die vlak bij het Agnietenklootser geparkeerd staat. Dit is in de 15e eeuw gesticht door de Zusters Des Gemenen Levens. Momenteel doet het complex dienst als raadszaal en museum en is een deel verbouwd tot woonhuizen.

Niet ver daar vandaan, aan de Van Kinsbergenstraat, staat het voormalige weeshuis, dat later gebruikt werd als Latijns School. Boven de ingang vraagt men, met een gedicht van Vondel, om een gift voor de arme kinderen.

Terwijl de lucht langzaam betrekt rijden we over de snelweg weer naar huis. Tien minuten buiten Elburg barst er een stevig onweer los. De regen komt met bakken uit de nu diep donkere wolken. Net op tijd...




NB: Dit verhaal is geschreven in 2015, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's: Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps, Wikipedia en andere websites.