woensdag 30 september 2020

De Zuiderzee – 65 – Edam, de Kaaswaag en de grote kerk

Als het niet verboden was geweest, er hing een groot rood waarschuwingsbord, dan hadden we, te voet over deuren van de zeesluis, de bebouwing van Edam zo binnen kunnen lopen. Nu moeten we een eindje omrijden, naar de eerstvolgende brug. We vinden vrij snel een parkeerplaats, vlak bij de grote- of Sint-Nicolaaskerk.


Het zal aan mijn eigen domheid liggen
maar bij Edam dacht ik niet direct aan kaas. Raar, natuurlijk, want Edammer is heel bekend. Als we uit de auto stappen blijken we tegenover de Kaaswaag te staan, met een bijna levensgroot standbeeld van twee kaasdragers. Die mannen, met hun witte pakken en platte hoedjes met linten, associeerde ik met Gouda. Ik moet wat kaas betreft nog veel leren.

De Kaaswaag is een klein gebouwtje, met twee grote deuren onder een brede luifel. Daarboven een kleurige gevelsteen en toepasselijke tegeltableaus, met afbeeldingen betreffende de kaashandel. De waag dateert uit 1778 maar is in de 19e eeuw flink verbouwd en versierd. Er is nu een kaasmuseum. Tenminste dat las ik in mijn monumentenboek.


Op internet lees ik
dat de Edammer kaas niet meer in Edam en zelfs niet meer in Noord-Holland gemaakt wordt. De bekende rode bollen komen tegenwoordig uit Groningen. Een Edammer kaashandelaar wilde daar verandering in brengen en een nieuwe kaaswinkel, annex museum, openen in een pand waar voorheen een kledingzaak in gevestigd was.

Aan mijn eigen foto's zie ik dat die winkel er inmiddels is, of er ook een museum is staat niet op de gevel of winkelruit. Als ik even verder zoek vind ik dat de Kaaswaag van dezelfde eigenaar is. En: 'In de Kaaswaag is een permanente tentoonstelling ingericht over de kunst van het kaasmaken.'

Dus toch ! Natuurlijk is de waag op zondag gesloten. Dus laat ik me door Gerard naar de grote kerk rollen. Dat is echt een knoepert. Een gotische reus, van rode baksteen – volgens Wikipedia de grootste hallenkerk van Nederland – die eigenlijk in een hoekje van de stad staat. Als er voorbij loopt ben je de oude stad direct weer uit.

De vroegste delen dateren uit de 15e eeuw, maar het bouwwerk is in latere eeuwen flink uitgebreid en verbouwd. We staan een tijdje te kijken naar het schilderachtige zuidportaal. Dat bevatte ooit een librije, een middeleeuwse boekenverzameling. De boeken bevinden zich tegenwoordig in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Het zuidportaal dankt zijn schilderachtige uiterlijk aan een 19e eeuwse restauratie, uitgevoerd onder leiding van Joseph Cuypers. Dat was de zoon van van architect Pierre Cuypers en Antoinette Alberdingk Thijm. Pierre ontwierp onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam.

Zuidportaal van de Grote Kerk



Zoon Joseph ontwierp en restaureerde vooral kerken. Aanvankelijk hield hij zich daarbij aan de neogotische stijl die we van vader Pierre kennen. Dat kunnen we ook zien aan het zuidportaal van de Edammer kerk. Later zou Joseph zich ook bedienen van romaanse-, classicistische- en expressionistische vormen.

Gerard en ik keren de kerk de rug toe en wandelen, over de Grote Kerkstraat, naar het centrum van de stad.    





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


donderdag 3 september 2020

De Zuiderzee – 64 – De zeesluis van Edam


We rijden verder naar Edam, nemen een verkeerde afslag en belanden per ongeluk bij de zeesluis van het stadje. Wel een prettige ongeluk want het is een schilderachtig plekje.

Volgens het informatiebord, met leuke tekeningen waarmee de werking uitgelegd wordt, dateert de sluis uit 1827. Het is een schutsluis, met twee paar deuren, waarmee het hoogteverschil tussen het Zuiderzeewater en het binnenwater overwonnen kan worden. Toen de sluis gebouwd werd was er natuurlijk nog eb en vloed in de zee, nu niet meer vanwege de Afsluitdijk.

De sluis is in 1964, in oude stijl, gerestaureerd en vormt momenteel de verbinding tussen het Markermeer en de Schermerboezem. Het verschil in waterpeil is 25 centimeter.

Naast de sluis, aan de overkant van waar wij staan, is een sluiswachterswoning, die ook dienst deed als vergaderruimte voor het hoogheemraadschap en als herberg. Voor dat vergaderen was er een speciale herenkamer.

Aan onze kant van het water staat een kunstwerk dat aangeboden is door de vereniging van binnenvaartschippers uit Amsterdam. Vanwege het historisch belang van deze plek. Het bestaat uit een groot dreg-anker, zo'n ding met vier punten, waarop het silhouet van een zeilschip is geplaatst, uitgezaagd uit een plaat witgeschilderd metaal. Het geheel wordt overspannen door een, beetje roestige, witte boog en geflankeerd door twee amsterdammertjes, van die bruin geschilderde metalen paaltjes met het wapen van de stad erop.

Op een tweede bord wordt aangekondigd dat de dijken langs het Markermeer versterkt gaan worden. 'Het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt, het regent vaker en heviger, de bodem daalt en we krijgen vaker te maken met hoog water. Als we niets doen loopt Noord-Holland onder water.'

Tussen 2016 en '21 worden de dijken langs het Markermeer, tussen Hoorn en Amsterdam, verstevigd en waar nodig verhoogd. Wanneer dit stukje precies aan de beurt is weet ik niet, maar het bord verwijst naar een website – www.markermeerdijken.nl. Daar lees ik dat het geen eenvoudige klus gaat worden. Er wordt overwogen om ter hoogte van de zeesluis een 'kruinverhoging' te doen. Dan wordt de bovenkant van de dijk dus hoger gemaakt.

De dijkenbouwers hebben bij Edam te maken met 'een jachthaven, monumentaal sluisje, bebouwing, een buitendijkse camping en een Fort'. En ze willen graag rekening houden met 'woon- en leefmilieu, natuur, landschap, archeologie, cultuurhistorie en recreatie...'.

Je realiseert het je allemaal niet als je, op een zonnige voorjaarsdag, staat uit te kijken op het water en de sluis en de wind door je haren voelt strijken.   






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


zaterdag 8 augustus 2020

De Zuiderzee – 63 – Kwadijk, watertoren, kerk, station


Het weer wordt steeds mooier en zonniger als we van Purmerend naar Edam rijden, over kaarsrechte wegen, door het vlakke polderlandschap. 


Wilde bij in Kwadijk 
We komen eerst langs het fort bij Kwadijk, dat deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam. Het verdedigingswerk gaat schuil achter een paar lage, langgerekte, bakstenen gebouwen, een boerderij en wat bosjes.

Thuisgekomen ontdek ik dat dit helemaal niet het fort bij Kwadijk was, maar het fort Benoorden Purmerend. Ook dit hoort bij de stelling van Amsterdam, er zijn nogal veel forten in deze buurt, een vergissing is snel gemaakt. De gebouwen van dit fort worden nu gebruikt door een wijnimporteur, maar:

'In 1945 is het fort gebruikt voor het gevangen houden van mensen die verdacht en of veroordeeld waren wegens collaboratie met Duitse bezetters in de toen afgelopen Tweede Wereldoorlog,' schrijft Wikipedia.

Watertoren Kwadijk
We steken de Beemster ringvaart over en rijden Kwadijk binnen, de geboorteplaats van tekenaar Jan Sanders en TV-presentatrice Manuela Kemp. Het lijkt uit niet veel meer te bestaan dan een lange weg met mooie boerderijen, waarvan een aantal van het 'stolp'-type, afgewisseld met vrijstaande huizen.

Kwadijk dateert uit de middeleeuwen en is de opvolger van een ouder dorp, Drei, dat genoemd was naar een waterweg, de Drey (Draai), tussen de Purmer en Beemster. De polder waar het in ligt heet de Zeevang en ooit was hier de kust van de Zuiderzee.

Het eerste opvallende bouwwerk dat we tegenkomen is de watertoren, een bakstenen kolos uit 1925. Mijn monumentenboek schrijft dat hij uitgevoerd is in art déco stijl en ontworpen is door B.F. Van Nievelt en een betonnen binnenwerk heeft.

Even later stoppen we bij de 19e eeuwse kerk. Een bescheiden gebouwtje met een klein wit torentje. In het gras er omheen bloeien de paardenbloemen en op een daarvan spot ik een wilde bij. Van een deskundige op Facebook leer ik later dat het waarschijnlijk een viltvlekzandbij is.

Onderweg zagen we al allerlei vogels. Wulp, grutto, tureluur, scholekster, grauwe gans, nijlgans, bergeend, wilde eend, blauwe reiger, zilverreiger, lepelaar en ik vergeet er nog een paar.

We rijden verder en stoppen vervolgens bij het treinstation, een opvallend groot, wit gebouw. Het is in 1884 voor de Staatsspoorwegen gebouwd, zoals te zien is aan de gevelsteen boven de ingang. Het ligt aan de lijn Zaandam-Hoorn en men moet ooit grote verwachtingen hebben gehad over het aantal passagiers dat hier op de trein zou gaan stappen. Inmiddels is de halte opgeheven, in het gebouw zijn kantoren gevestigd en het perron heeft plaatsgemaakt voor een parkeerplaats.


We maken wat foto's, kijken uit over het weidelandschap met ganzen en stappen weer in de auto. De volgende halte is Edam. 





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


donderdag 6 februari 2020

De Zuiderzee – 62 – Het welvarende Purmerend


Dominee Jacobus Craandijk beschrijft, in zijn Wandelingen door Nederland van 1887, een tocht van Amsterdam naar Den Helder, met de trekschuit door het Noord-Hollandsch Kanaal. Hij heeft het over 'veertien of vijftien uren vol onuitsprekelijke verveling'.

Hij vind het landschap saai, vlak en kaal, '...zoals men verwachten kan van een landstreek, die voor het grootste deel uit drooggemaakte meeren bestaat.' Van de paar aardige stadjes en dorpjes onderweg krijgen de trekschuitpassagiers niet veel te zien. Over Purmerend schrijft hij niet meer dan dat het welvarend is. Pas als hij de duinen bij Schoorl ziet montert hij wat op.



Zover gaan wij voorlopig niet. Wij zitten nog in Purmerend, dat er op zondagochtend inderdaad welvarend uit ziet en ook erg stil en verlaten. Door de lege winkelstraten lopen we naar een kleiner pleintje waar aan de ene kant een groot kerkgebouw staat en aan de andere kant het Purmerends Museum. Dit is de kaasmarkt en ook hier is de nodige horeca, met terrasjes, maar koffie lijkt er nog niet te worden geschonken.

De kerk heeft een aparte vorm, achtzijdig, met op vier hoeken een uitgebouwde kapel. De onderste paar meter zijn versierd met banden van lichte en donkere baksteen. Het gebouw dateert uit het midden van de 19e eeuw en is de vervanger van een oudere Gotische kerk.

Het Museum, gevestigd in het voormalige raadhuis, heeft een bordes van waar men het volk toe kon spreken, met aan weerskanten een trap. Een gebeeldhouwd reliëf versiert de ruimte boven de deur en een aardig torentje, met carillon, bekroont het dak. Het werd in de 17e eeuw gebouwd, maar later flink verbouwd en gerestaureerd.

Naast het museum staat een kleiner gebouw met een wit torentje, in de grijze natuursteen boven de ramen zijn opschriften gebeiteld: 'Brandspuit' en 'Teekenschool'. Een aparte combinatie. Thuis zie ik in mijn monumentenboek dat het gebouwtje oorspronkelijk diende als kaaswaag.

We lopen een rondje om de kerk, langs een cafeetje dat 't Hoedje Van De Koningin heet, maar ook nog niet open is. Volgens het monumentenboek is het een voormalig koffiehuis en dateert het uit het begin van de 17e eeuw. Door de schoolsteeg komen we bij de weeshuissteeg, waar inderdaad, op de hoek, het oude burgerweeshuis staat, ingeklemd tussen moderne architectuur.

Boven de met een witte sierlijst omgeven ingangsdeur is een kleurig reliëf aangebracht met een verklarende tekst:

'In dit vernieuwd gebouw
Woont liefde, hulp en troost
Hier zorgt barmhartigheid
Voor het ouderlooze kroost

Er staat ook een jaartal bij, 1789, maar toen was het pand al 150 jaar oud. Nu wonen er geen arme weesjes meer, maar zijn er kantoren. De klanten van de grote supermarkt ernaast stallen hun fietsen voor de deur.

Maar niet op zondagochtend.






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 4 oktober 2019

De Zuiderzee – 61 – Purmerend, de Koemarkt


In Purmerend is het op zondag gratis parkeren. Als wij de auto neerzetten, op een ruime parkeerplaats vlakbij het centrum, zien we een jongeman met een baardje, lege flessen in een glascontainer gooien. Hij wordt geholpen door twee blonde meisjes van een jaar of 8.



Als we later over het plein rijden, ik in mijn rolstoel, Gerard erachter duwend, zien we hem een barretje – eetcafé de Keet – uitkomen en het terras in orde maken. Later, nadat we een rondje door het doodstille stadje hebben gemaakt en vergeefs gestopt zijn bij een andere cafeetje, waar wel activiteit was maar dat nog niet geopend bleek, komt hij net weer naar buiten als we langsrijden.

'Staat de koffie klaar ?', vraag ik.
'Ja, hoor,' zegt hij. Binnen aan de bar zitten de kindertjes braaf te kleuren.

Het grote plein, in het centrum van Purmerend heet de Koemarkt en het wordt omzoomt door terrassen, cafeetjes en restaurantjes. Het is een langwerpig, rechthoekig plein en aan de, korte, oostzijde staat een lang en laag gebouw. Er is nu onder andere een Chinees restaurant in gevestigd, maar het heet officieel 'De Doele'.

Volgens mijn monumentenboek is het aan het eind van de 17e eeuw gebouwd als beurs en stadspaardenstal en later uitgebreid tot stadsherberg. De andere kant van het plein wordt overheerst door een groep, levensgrote, bronzen koeien. Ter herinnering aan de oorspronkelijke functie van het plein.

Purmerend kwam in de middeleeuwen tot bloei omdat het aan een kanaal lag tussen het Purmer- en het Beemstermeer. Aan het begin van de 15e eeuw werd Willem Eggert, een rijke Amsterdammer, die trezorier was van graaf Willem VI van Holland, beleend met Purmerend, Purmerland en Ilpendam. Hij kreeg daarbij toestemming om bij Purmerend een slot te bouwen.

De koemarkt
Na de dood van graaf Willem werd Purmerend betrokken bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Kabeljauwen wonnen en de stad en omgeving kwamen in handen van Jan van Beieren, die het aan zijn zoon, Jan de Bastaard gaf. Later kwam de heerlijkheid in bezit van de familie van Egmond, tot de hertog van Alva, in 1568, de laatste heer, Lamoraal van Egmond, liet executeren.

Dat is het bekende verhaal, dat we op school leerden over Egmont en Horne. Wikipedia: 'De onthoofding van Egmont en Horne vond plaats op 5 juni 1568 op de Grote Markt van Brussel. De executie van deze twee vooraanstaande edellieden wordt vaak beschouwd als het definitieve sein voor de gewapende Nederlandse Opstand.'

De heerlijkheid Purmerend verviel daarna aan de staten van Holland. Het slot Purmerstein werd in 1741 gesloopt, schrijft Wikipedia, '...naar verluidt omdat het bouwvallig was, maar in feite omdat het stadsbestuur de machtspositie van de hoofdofficier in het lokaal bestuur wilde inperken.'

Purmerend groeide later vooral door de kaas- en veehandel.
'Daarnaast telde Purmerend in de 18e eeuw diverse bedrijven, drie brouwerijen, twee jeneverstokerijen, een buskruitmolen, een terpentijnstokerij, (…) een zeepziederij, een azijnmakerij, een touwslagerij, een scheepstimmerwerf en drie zaag- en meelmolens.' (Wikipedia)

In de 20ste eeuw nam het inwonertal fors toe door de instroom van duizenden Amsterdammers. De veemarkt word sinds 2001 niet meer op het plein gehouden, vanwege het gevaar voor ziekten. Wie nu een koe of schaap wil kopen, in Purmerend, moet naar een grote hal op het industrieterrein.  






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 6 september 2019

De Zuiderzee - 60 - Ilpendam, twee kerken en een blaffende hond


Ilpendam is maar een klein eindje van Watergang verwijderd. Het dorp ligt ingeklemd tussen het Noordhollandschkanaal en de Purmerringvaart. Als we van de provinciale weg langs het kanaal komen, rijden we eerst voorbij een waterpartij, van boven gezien lijkt het een grote boemerang, die vroeger een haven was.



Het dorp is ontstaan op de plek waar in de 12e eeuw een dam gelegd werd in het riviertje de Dorre Ilp, vlak bij de plek waar dat uitstroomde in de Purmer. Die was toen natuurlijk nog een meer, de droogmakerij begon pas 500 jaar later.

We rijden over de met bomen omzoomde dorpsstraat het dorp in, met links het water van de haven, rechts stolpboerderijen en nog meer water. We stoppen even bij de Katholieke kerk, die niet enorm oud is, 19e eeuw, met eraan vastgebouwd een flinke pastorie.

Terwijl ik mijn camera sta scherp te stellen, ik probeer wat afstand van de kerk te nemen door een stukje een oprit in te lopen, begint er achter me ineens een hond te blaffen. Mooi beest een soort husky en hij staat achter een hek, dus ik hoef niet bang te zijn voor mijn broekspijpen. Maar het duurt wel even voor mijn hartslag weer gedaald is en mijn handen niet meer trillen en ik de kerk scherp in beeld kan krijgen.

Rechts naast de kerk staat een houten huis, met een bakstenen gevel. Helemaal in de nok is een gevelsteen met een gans die iets in zijn poot houdt. Daaronder de intrigerende tekst 'Bierschip'. Het enige dat ik erover kan vinden is dat het een rijksmonument is, uit de 19e eeuw stamt en dat die nok met gevelsteen een 'houten aedicula met pilasters en fronton' genoemd wordt. Het huis is, met het oog op overstromingen, gebouwd op een hoge plint.

We rijden verder, over de sfeervolle, maar op zondagochtend doodstille, dorpsstraat. Sommige huizen zijn er oud, soms met een houten gevel, andere zijn nieuw, een enkeling zelfs heel modern. We passeren het dorpshuis, dat halverwege de vorige eeuw lijkt te zijn opgetrokken, voor we weer even stilhouden, nu bij de Hervormde kerk.

De toren ziet er niet erg oud uit, die dateert uit de 19e eeuw, maar de kerk zelf is 17e eeuws en is de vervanger van een middeleeuws exemplaar, dat in 1640 afbrandde. Ik ga op de parkeerplaats, naast de kerk, even zitten, op een ronde bank, die om een fantasievol gesnoeide wilgenboom heen staat. Gerard loopt ondertussen wat rond en maakt foto's.

De bloesembomen, die tussen de kerk en de parkeerplaats zijn geplant, staan vol roze en witte bloemetjes. Er vliegt een buizerd, heel langzaam, tegen de wind in, over de torenspits. Langs de stoeprand ligt een eenzame, verloren, handschoen. Nog even en ik word poëtisch.

Voor we weer in de auto stappen valt ons oog op een modern gebouw, de vormgeving heeft iets van een Griekse tempel, maar dan van baksteen en hout, met horizontale lamellen aan de buitenkant voor de ramen. Boven de ingang hangt een bord: 'Bromet Filmschool Welkom Filmmakers'. Is dat van Frans Bromet ?

Later lees ik bij Wikipedia dat Frans inderdaad in Ilpendam woont. In het lijstje van bekende inwoners en mensen die er geboren zijn valt me verder alleen de naam van Annette Gerritsen op, de schaatster.

Wij rijden ondertussen, over een kaarsrechte weg, de Purmer in, op weg naar Purmerend.  






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 9 augustus 2019

De Zuiderzee – 59 – Watergang en het Noordhollandsch Kanaal


Het is de laatste dag van maart. De lucht is bewolkt en het heeft een beetje geregend, maar als we uit Soestdijk vertrekken is het droog. Op de ringweg Amsterdam breekt de zon door.



We nemen deze keer de afslag richting Volendam, maar kiezen voor een omweg, over de N235 langs het Noordhollandsch Kanaal. Dit is het biljartlakenvlakke, Hollandse polderlandschap. Vijf eeuwen geleden was hier meer water dan land. Wikipedia heeft een lijst van meer dan 70 droogmakerijen, in grootte van 2 hectare – zeg maar 4 voetbalvelden, zoals het Hoornse Weeltje, bij Hoorn – tot ruim 7000 hectare.

We zijn hier vlak bij de Beemster, een van de grootste inpolderingen en zullen later een stukje door de Purmer rijden, dat is een bescheiden middenmoter wat oppervlakte betreft. Van de aardrijkskundelessen kunnen we ons ook nog wel de Wormer en de Schermer herinneren, maar er zijn er dus nog veel meer. De allergrootste, 7600 hectare, meer dan 30.000 voetbalvelden, is de Zijpe bij Schagen.

Watergang
Het Noordhollandsch Kanaal, waar we langs rijden, is de eerste poging om de haven van Amsterdam met de Noordzee te verbinden. Later zou men, dwars door de duinen, het Noordzeekanaal graven, maar aan het begin van de 19e eeuw zag men op tegen de grote waterwerken, sluizen en dijken, die dan aangelegd zouden moeten worden.

Een kanaal van Amsterdam naar Den Helder, over de hele lengte van Noordholland leek dan makkelijker te realiseren. Het werd met schep en kruiwagen gegraven, door 9000 arbeiders, die karig betaald werden. Wikipedia schrijft:

'Vooral in de winter was het leed groot. Regelmatig waren er ongeregeldheden en de regering werd genoodzaakt militaire eenheden langs het kanaal te stationeren om de controle te behouden.
Het kanaal had een lengte van 80 kilometer. Het was 40 meter breed aan de waterspiegel en had een diepte van 6 tot 7 meter over een bodembreedte van bijna 10 meter. Het was destijds het breedste en diepste kanaal ter wereld. Het kanaal heeft zo'n 11 miljoen gulden gekost en de aanleg duurde ongeveer vijf jaar.'

Nu ligt het Noordhollandsch Kanaal er vredig bij. Wij slaan na een paar kilometer rechtsaf en vinden een parkeerplaats op 50 meter van de kerk van Watergang. Dat is een lieflijk dorpje. Boerderijen liggen er roerloos, elk op hun eigen eilandje, een aantal met een eigen, wit geschilderde ophaalbrug. Een vlaamse gaai vliegt door een van de tuinen.

Zoals vaak op zondagochtend lijkt Nederland verlaten. Een oudere man trekt zich niets aan van de zondagsrust en is bezig grind te storten in de voortuin van zijn huis, geholpen door een peuter in een knalgeel overalletje met een blauw mutsje op. Hij zegt vriendelijk goedemorgen, als we hem groeten, het kind heeft alleen oog voor het grind.

Watergang is ontstaan in de 14e eeuw en was er dus al lang voor het kanaal gegraven werd. Het kleine kerkje, dat bereikbaar is via een ophaalbrug, heeft een leuk, wit, houten spitsje en dateert uit de 17e eeuw. De meeste boerderijen zijn van het stolptype, woongedeelte en stallen onder één, piramidevormig pannendak.

We maken wat foto's en gaan dan verder, weer langs het kanaal, richting Ilpendam.

NB: Op de website van Theo Bakker, die helemaal gewijd is aan de Noordhollandse droogmakerijen, is te zien hoeveel water er ooit was. Er is ook een animatie die aangeeft hoeveel er door overstromingen en landafslag nog bij had kunnen komen. 






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites