Posts tonen met het label VVV. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VVV. Alle posts tonen

vrijdag 8 januari 2016

De Zuiderzee – 19 – Polder Arkemheen en stoomgemaal Hertog Reinout

We reizen langs de oevers van de oude Zuiderzee, maar zoals al eerder is opgemerkt, er zijn niet veel mogelijkheden om direct langs het water te rijden. Tussen Bunschoten en Nijkerk loopt wel een weg over de dijk, maar die is voor een groot deel afgesloten voor autoverkeer. Als ik nog grote afstanden zou kunnen fietsen, dan had het wel gekund en was het stoomgemaal Hertog Reinout, ten westen van Nijkerk, onze eerstvolgende stop geweest.

Nu rijden we, op een frisse donderdagochtend in maart, noodgedwongen wat verder landinwaarts, over de Nijkerkerweg, die een stukje verder de Bunschoterweg heet, dwars door de polder Arkemheen. Vlak buiten Bunschoten kruisen we de Laak, een beek die al rond 1200 gekanaliseerd werd, maar die nog altijd de grens vormt tussen de provincies Utrecht en Gelderland.

De Arkemheenpolder ligt er droog en verdord bij. Het is al weken bijzonder koud weer en het heeft al geruime tijd niet veel geregend en dat is te merken. Jammer voor de weidevogels, die hier normaal gesproken in grote aantallen verblijven en zich in het vroege voorjaar zouden moeten voorbereiden op het broedseizoen.

Vandaag vallen in eerste instantie de vele knobbelzwanen en ganzen op. Later zullen we ook wat grutto's, kieviten en tureluurs zien. Bij het stoomgemaal Hertog Reinout zien we een groep smienten, eenden die bij ons overwinteren en als het warmer wordt naar het noorden zullen vertrekken.


We zien het gemaal al van verre liggen, maar we zullen door het industrieterrein van Nijkerk moeten laveren om er te komen. Via de provinciale weg N301, die even verderop de Flevopolders in gaat, zoeken we de rand van het water op. 


Het gemaal en het bezoekerscentrum Arkemheen, dat gevestigd is in de voormalige kolenloods, gaat officieel pas op 1 april open. Toch worden we hartelijk ontvangen, door één van de vrijwilligers die er bezig zijn met onderhoudswerkzaamheden.


Als we willen kunnen we zelfs een kop koffie krijgen. Maar dat aanbod slaan we vriendelijk af. We willen eerst wat rondkijken en foto's maken van de indrukwekkende schoorsteen en de twee schepraderen. Achter het gemaal hangen stoomwolken over het water, wat het allemaal nog sfeervoller maakt.

Gerard heeft al eerder tekeningen van het stoomgemaal gemaakt. Hij heeft er ansichtkaarten van laten drukken, die bij boekhandels en VVV-kantoren te koop zijn. Als we het bezoekerscentrum binnen gaan zijn Gerards kaarten het eerste dat we zien.
Het complex dateert uit 1883 en heeft precies 100 jaar dienst gedaan. In 1985 werd het gerestaureerd. Sindsdien is het als cultuurhistorisch monument te bezichtigen en op een aantal dagen in het jaar ook in werking te zien. Meer gegevens daarover vind je op de website.

Wij rijden terug over de voormalige Zuiderzeedijk om, aan de andere kant van de provinciale weg, het kleine broertje van Hertog Reinout te gaan bekijken, het Puttergemaal. Maar eerst moeten we wachten voor de Arkervaart, omdat de brug open staat.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006 ; Google maps en Wikipedia.


vrijdag 24 februari 2012

De Veluwe 10 - Soeria en Bethesda

‘Maar wie hier kwamen waren geen lustige jagers, die het windsnelle hert vervolgden, of wandelaars, die er alleen uitspanning en natuurgenot zochten, om na enkele uren omzwervens in de woeste bospaden en onder de dichte loofgewelven weer elders heen te trekken. (...) ’t Waren voor verreweg het grootste deel kranken, die er genezing kwamen vragen.’ Zo schrijft dominee Craandijk.

In Laag Soeren werd in 1860, door de heer Jut van Breukelenweerd een kuuroord gesticht. Dat gebeurde in die tijd wel meer, ook in de Steeg, bij Arnhem en in Baarn zijn er voorbeelden te vinden. Men meende dat het voor lijders aan zenuw- en longaandoeningen goed was om in de bossen te verblijven en koude stortbaden te ondergaan.


Een beetje zoals dat nu gaat met alternatieve geneeskunst, doken er avontuurlijk ingestelde lieden op, die in een bosrijke omgeving een kuuroord oprichtten om vooral de welgestelde zieken van hun kwalen af te helpen. Tegen fikse betaling natuurlijk. In hoeverre geldelijke gewin, dan wel het welzijn der mensheid, bij deze ondernemers de belangrijkste drijfveer was kan ik niet nagaan.

De heer Jut pakte het in ieder geval niet kinderachtig aan. Hij bouwde in het Soerense bos ‘een inrichting voor koudwater-geneeskunde’ waar ‘nevens de behandeling in het in 1868 door hem gebouwde badhuis, de rust der afzondering, de frissche lucht, de versterkende dennengeur herstel voor borst- en zenuwlijders aanbrengen’ moest.


In een VVV gids voor Arnhem en omstreken uit 1914 staat een omschrijving van de inrichting: ‘Het hoofdgebouw voor de badgasten bevat 40 kamers, eetzaal, gezelschaps- en leeszaal, damessalon, biljartkamer enz. Gymnastiektoestellen, kegelbaan, lawntennisbaan enz. In een der vleugels vindt men badkamers voor gewone-, heete lucht-, stoomdennenaalden-, en verdere medicinale baden, alle soorten van douches en volksbad.’

De motieven van de stichter worden hier nader toegelicht: ‘Deze had herstel van gezondheid gevonden te Gräfenberg bij Priesznitz *) en richtte daarom hier een gelijksoortige inrichting in.’ En het ging hem daarbij niet alleen om winstbejag, ook aan de behoeftige medemens was gedacht: ‘Sprengenoord, dat is ingericht voor minvermogende zieken, behoort eveneens aan de badinrichting.’

Craandijk vermeldt de tarieven: ‘Twee klassen van lijders worden daar opgenomen, tegen f 3,- daags of f 30 in de maand, waaronder alles inbegrepen is.’

Het ‘van Anrooy-Presburgfonds’ trok zich het lot aan van onderwijzeressen die door ziekte hun vak niet meer uit konden oefenen. Per jaar konden drie van hen gedurende zes weken kosteloos in het badhuis worden verpleegd.


Het kuuroord in 1998
In het begin had men te kampen met kinderziektes en een zeker wantrouwen van het publiek, Craandijk haalt de Geldersche Volksalmanak aan van 1868: ‘...sinds verscheidene jaren zijn wij in het bezit van een badinrichting, waaraan nog slechts drie dingen ontbreken: water een geneesheer en badgasten.’

Toen het water en de dokter er waren toonden de gasten zich nog niet direct tevreden: ‘Men zegt, dat aanvankelijk de koudwaterkuur wat al te uitsluitend was voorgeschreven en wat al te eenzijdig in toepassing werd gebracht, terwijl bij verschil van inzicht tusschen den stichter van dit Bethesda en den daaraan verbonden geneesheer de moeielijkheden niet konden uitblijven.’

Ook toen rommelde het al in de gezondheidszorg. Later ging het beter: ‘Bethesda staat sedert den dood des stichters onder het bestuur van een college van curatoren (...) en de geneeskundige behandeling werd gewijzigd overeenkomstig de eischen der nooit rustende wetenschap.’


De naam ‘Bethesda’ betekent ‘huis der goedgunstigheid’, in de bijbel (Johannes 5:2) is het een bad bij de Schaapspoort aan de noordoostkant van Jerusalem. In de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopedie, uit 1952, wordt de instelling nog genoemd als ‘de geneeskundige badinrichting Bethesda’.

Dat het in die tijd nog gebruikt werd om er zenuw- en longlijders koude stortbaden te geven kan ik me haast niet voorstellen **). De koudwatertherapie is op een zeker moment uit de mode geraakt. De badhuizen werden gesloten of kregen een andere functie, dat in Baarn werd bejaardenhuis. De inrichting in Laag Soeren is nu een conferentieoord.***)



*) De Oostenrijkse dokter Vincenz Priesznitz (1799-1851) was de uitvinder van de koudwater-geneeskunde, ook wel hydrotherapie genoemd.

**) Volgens 'Monumenten in Nederland' werd het kuuroord in 1942 opgeheven. De bouwgeschiedenis wordt als volgt gegeven: Het neoclassicistische hoofdgebouw dateert uit 1850 en is ontworpen door B.Berkhout. In 1884-85 werd een rustafdeling toegevoegd, mogelijk naar plannen van M.K.Smit. In 1917 werden nog een recreatievleugel en een nieuw badgebouw toegevoegd naar plannen van G.J.Uiterwijk.

***) Bij de vorige aflevering konden we al melden dat: In en om de gebouwen van het voormalige kuuroord Laag Soeren appartementen gebouwd en aangeboden worden. De website is nog onder constructie. Meer informatie op qasa.nl 




Deze verhalenreeks is, in 1998 en '99, geschreven voor de Artishockberichten, het maandblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden ter plaatse kunnen inmiddels veranderd zijn.



Met dank aan: Juul van de Poll, bibliotheek Soest.

Tekening: Gerard Kuit

Foto: Jan de Stripman 1998

Bronnen: Grote historische atlas van Nederland - Wolters-Noordhof 1990; Grote topografische atlas van Nederland - Wolters-Noordhof 1987; Ontdek de Veluwe - IVN in samenwerking met de VARA 1981; Handboek Natuurmonumenten 1996; Wandelingen door Nederland, Gelderland I, door J. Craandijk - Tjeenk Willink 1894; Lexicon dorpen en steden benelux - Prisma 1984; Atlas van de Nederlandse kastelen – Sijthof 1980; ENSIE – lexicon 1952, Gids voor Arnhem en omstreken – V.V.V. 1914.