Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen

dinsdag 12 maart 2024

Het 2e Mejanderboek is af !


 


Het boek wordt op Koningsdag, 27 april 2024, aan het publiek gepresenteerd, 

bij ons eigen Artishock in Soest. 

Hou voor meer informatie dit weblog in de gaten !


donderdag 11 februari 2021

De Zuiderzee – 67 – Volendam, het toerisme en de palingsound

Volendam is onze laatste stop, van dit deel van onze reis, langs de kusten van de voormalige Zuiderzee. Het dorp staat bekend om zijn visserij, toerisme en de palingsound. Die laatste is niet het geluid van de paling die er ooit gevangen werd, maar van de popbandjes die er vandaan komen. 

 


Van The Cats en BZN, tot Nick en Simon, Volendam heeft veel succesvolle muzikanten voortgebracht. We hebben het dan niet over rebelse, of baanbrekende rockers, maar wel heel commerciële jongens en meisjes die goed door hadden wat het grote publiek graag wou horen.

Op weg vanaf Edam beginnen we al 'One Way Wind' te neuriën, één van de hits van The Cats, uit de jaren '60. We rijden een eind terug over de provinciale weg en slaan af bij windmolen de Kathammer, met daarachter een vakantiepark, Marinapark Volendam, met groen en wit geschilderde huisjes, vormgegeven als een oud vissersdorp.

De molen is van oorsprong 17e eeuws, maar werd in 1897 herbouwd, nadat hij verwoest was door brand. Volgens Wikipedia sloeg de bliksem in op Sinterklaasavond, waardoor het dochtertje van de molenaar gedood werd en hij zelf ernstig gewond raakte. De herstelde molen verloor in 1911 zijn wieken, maar dat is, bij een restauratie in 1986, weer rechtgezet.

Op zoek naar een parkeerplaats vlak bij de haven rijden we het dorp bijna weer uit. We slaan een weggetje in dat, ondanks een bord dat aangeeft dat het doodloopt, uitkomt op de zeedijk. Links kijken we uit over het Markermeer, rechts is een industrieterrein. 

In de verte zien we het oude vissersdorp liggen. Er is vrijwel geen verkeer, slechts hier en daar een wandelaar, als we langs de eerste dijkhuisjes komen, met hun houten gevels en witgeschilderde daklijsten. Maar als we de haven naderen wordt het snel drukker. Wanneer we de eerste boetiekjes en terrasjes tegenkomen rijden we stapvoets door een dichte menigte.

Bij een van de restaurantjes stel ik voor om vanuit de auto koffie te bestellen, we komen zo langzaam vooruit dat we tijd genoeg zouden hebben om het op te drinken. We zingen nu uit volle borst 'One Way Wind', ook al komen we wat tekst betreft niet verder dan de eerste regels van het refrein en willen we eigenlijk alleen nog maar weg uit de drukte.

Het toeristenseizoen is nog niet eens begonnen. We zien een bord waarop staat dat de dijk voor auto's gesloten is van 1 april (dat is de volgende dag !) tot 1 november, tussen 11 uur 's ochtends en 11 uur 's avonds. We hadden geen dag later moeten komen.

Als ik het later nog eens bekijk, via Google Streetview, blijkt dat er hier daar nog best een leuk geveltje boven de souvenirwinkeltjes te zien is. We hebben er niet veel van meegekregen en zijn blij als we een zijstraat zien en we van de dijk weg kunnen komen. 

 

NB: De beschreven autorit maakten we in het voorjaar van 2019. Het is nu, vanwege de coronamaatregelen, waarschijnlijk heel rustig in Volendam...

 





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


woensdag 30 september 2020

De Zuiderzee – 65 – Edam, de Kaaswaag en de grote kerk

Als het niet verboden was geweest, er hing een groot rood waarschuwingsbord, dan hadden we, te voet over deuren van de zeesluis, de bebouwing van Edam zo binnen kunnen lopen. Nu moeten we een eindje omrijden, naar de eerstvolgende brug. We vinden vrij snel een parkeerplaats, vlak bij de grote- of Sint-Nicolaaskerk.


Het zal aan mijn eigen domheid liggen
maar bij Edam dacht ik niet direct aan kaas. Raar, natuurlijk, want Edammer is heel bekend. Als we uit de auto stappen blijken we tegenover de Kaaswaag te staan, met een bijna levensgroot standbeeld van twee kaasdragers. Die mannen, met hun witte pakken en platte hoedjes met linten, associeerde ik met Gouda. Ik moet wat kaas betreft nog veel leren.

De Kaaswaag is een klein gebouwtje, met twee grote deuren onder een brede luifel. Daarboven een kleurige gevelsteen en toepasselijke tegeltableaus, met afbeeldingen betreffende de kaashandel. De waag dateert uit 1778 maar is in de 19e eeuw flink verbouwd en versierd. Er is nu een kaasmuseum. Tenminste dat las ik in mijn monumentenboek.


Op internet lees ik
dat de Edammer kaas niet meer in Edam en zelfs niet meer in Noord-Holland gemaakt wordt. De bekende rode bollen komen tegenwoordig uit Groningen. Een Edammer kaashandelaar wilde daar verandering in brengen en een nieuwe kaaswinkel, annex museum, openen in een pand waar voorheen een kledingzaak in gevestigd was.

Aan mijn eigen foto's zie ik dat die winkel er inmiddels is, of er ook een museum is staat niet op de gevel of winkelruit. Als ik even verder zoek vind ik dat de Kaaswaag van dezelfde eigenaar is. En: 'In de Kaaswaag is een permanente tentoonstelling ingericht over de kunst van het kaasmaken.'

Dus toch ! Natuurlijk is de waag op zondag gesloten. Dus laat ik me door Gerard naar de grote kerk rollen. Dat is echt een knoepert. Een gotische reus, van rode baksteen – volgens Wikipedia de grootste hallenkerk van Nederland – die eigenlijk in een hoekje van de stad staat. Als er voorbij loopt ben je de oude stad direct weer uit.

De vroegste delen dateren uit de 15e eeuw, maar het bouwwerk is in latere eeuwen flink uitgebreid en verbouwd. We staan een tijdje te kijken naar het schilderachtige zuidportaal. Dat bevatte ooit een librije, een middeleeuwse boekenverzameling. De boeken bevinden zich tegenwoordig in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Het zuidportaal dankt zijn schilderachtige uiterlijk aan een 19e eeuwse restauratie, uitgevoerd onder leiding van Joseph Cuypers. Dat was de zoon van van architect Pierre Cuypers en Antoinette Alberdingk Thijm. Pierre ontwierp onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam.

Zuidportaal van de Grote Kerk



Zoon Joseph ontwierp en restaureerde vooral kerken. Aanvankelijk hield hij zich daarbij aan de neogotische stijl die we van vader Pierre kennen. Dat kunnen we ook zien aan het zuidportaal van de Edammer kerk. Later zou Joseph zich ook bedienen van romaanse-, classicistische- en expressionistische vormen.

Gerard en ik keren de kerk de rug toe en wandelen, over de Grote Kerkstraat, naar het centrum van de stad.    





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


donderdag 3 september 2020

De Zuiderzee – 64 – De zeesluis van Edam


We rijden verder naar Edam, nemen een verkeerde afslag en belanden per ongeluk bij de zeesluis van het stadje. Wel een prettige ongeluk want het is een schilderachtig plekje.

Volgens het informatiebord, met leuke tekeningen waarmee de werking uitgelegd wordt, dateert de sluis uit 1827. Het is een schutsluis, met twee paar deuren, waarmee het hoogteverschil tussen het Zuiderzeewater en het binnenwater overwonnen kan worden. Toen de sluis gebouwd werd was er natuurlijk nog eb en vloed in de zee, nu niet meer vanwege de Afsluitdijk.

De sluis is in 1964, in oude stijl, gerestaureerd en vormt momenteel de verbinding tussen het Markermeer en de Schermerboezem. Het verschil in waterpeil is 25 centimeter.

Naast de sluis, aan de overkant van waar wij staan, is een sluiswachterswoning, die ook dienst deed als vergaderruimte voor het hoogheemraadschap en als herberg. Voor dat vergaderen was er een speciale herenkamer.

Aan onze kant van het water staat een kunstwerk dat aangeboden is door de vereniging van binnenvaartschippers uit Amsterdam. Vanwege het historisch belang van deze plek. Het bestaat uit een groot dreg-anker, zo'n ding met vier punten, waarop het silhouet van een zeilschip is geplaatst, uitgezaagd uit een plaat witgeschilderd metaal. Het geheel wordt overspannen door een, beetje roestige, witte boog en geflankeerd door twee amsterdammertjes, van die bruin geschilderde metalen paaltjes met het wapen van de stad erop.

Op een tweede bord wordt aangekondigd dat de dijken langs het Markermeer versterkt gaan worden. 'Het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt, het regent vaker en heviger, de bodem daalt en we krijgen vaker te maken met hoog water. Als we niets doen loopt Noord-Holland onder water.'

Tussen 2016 en '21 worden de dijken langs het Markermeer, tussen Hoorn en Amsterdam, verstevigd en waar nodig verhoogd. Wanneer dit stukje precies aan de beurt is weet ik niet, maar het bord verwijst naar een website – www.markermeerdijken.nl. Daar lees ik dat het geen eenvoudige klus gaat worden. Er wordt overwogen om ter hoogte van de zeesluis een 'kruinverhoging' te doen. Dan wordt de bovenkant van de dijk dus hoger gemaakt.

De dijkenbouwers hebben bij Edam te maken met 'een jachthaven, monumentaal sluisje, bebouwing, een buitendijkse camping en een Fort'. En ze willen graag rekening houden met 'woon- en leefmilieu, natuur, landschap, archeologie, cultuurhistorie en recreatie...'.

Je realiseert het je allemaal niet als je, op een zonnige voorjaarsdag, staat uit te kijken op het water en de sluis en de wind door je haren voelt strijken.   






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


zaterdag 8 augustus 2020

De Zuiderzee – 63 – Kwadijk, watertoren, kerk, station


Het weer wordt steeds mooier en zonniger als we van Purmerend naar Edam rijden, over kaarsrechte wegen, door het vlakke polderlandschap. 


Wilde bij in Kwadijk 
We komen eerst langs het fort bij Kwadijk, dat deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam. Het verdedigingswerk gaat schuil achter een paar lage, langgerekte, bakstenen gebouwen, een boerderij en wat bosjes.

Thuisgekomen ontdek ik dat dit helemaal niet het fort bij Kwadijk was, maar het fort Benoorden Purmerend. Ook dit hoort bij de stelling van Amsterdam, er zijn nogal veel forten in deze buurt, een vergissing is snel gemaakt. De gebouwen van dit fort worden nu gebruikt door een wijnimporteur, maar:

'In 1945 is het fort gebruikt voor het gevangen houden van mensen die verdacht en of veroordeeld waren wegens collaboratie met Duitse bezetters in de toen afgelopen Tweede Wereldoorlog,' schrijft Wikipedia.

Watertoren Kwadijk
We steken de Beemster ringvaart over en rijden Kwadijk binnen, de geboorteplaats van tekenaar Jan Sanders en TV-presentatrice Manuela Kemp. Het lijkt uit niet veel meer te bestaan dan een lange weg met mooie boerderijen, waarvan een aantal van het 'stolp'-type, afgewisseld met vrijstaande huizen.

Kwadijk dateert uit de middeleeuwen en is de opvolger van een ouder dorp, Drei, dat genoemd was naar een waterweg, de Drey (Draai), tussen de Purmer en Beemster. De polder waar het in ligt heet de Zeevang en ooit was hier de kust van de Zuiderzee.

Het eerste opvallende bouwwerk dat we tegenkomen is de watertoren, een bakstenen kolos uit 1925. Mijn monumentenboek schrijft dat hij uitgevoerd is in art déco stijl en ontworpen is door B.F. Van Nievelt en een betonnen binnenwerk heeft.

Even later stoppen we bij de 19e eeuwse kerk. Een bescheiden gebouwtje met een klein wit torentje. In het gras er omheen bloeien de paardenbloemen en op een daarvan spot ik een wilde bij. Van een deskundige op Facebook leer ik later dat het waarschijnlijk een viltvlekzandbij is.

Onderweg zagen we al allerlei vogels. Wulp, grutto, tureluur, scholekster, grauwe gans, nijlgans, bergeend, wilde eend, blauwe reiger, zilverreiger, lepelaar en ik vergeet er nog een paar.

We rijden verder en stoppen vervolgens bij het treinstation, een opvallend groot, wit gebouw. Het is in 1884 voor de Staatsspoorwegen gebouwd, zoals te zien is aan de gevelsteen boven de ingang. Het ligt aan de lijn Zaandam-Hoorn en men moet ooit grote verwachtingen hebben gehad over het aantal passagiers dat hier op de trein zou gaan stappen. Inmiddels is de halte opgeheven, in het gebouw zijn kantoren gevestigd en het perron heeft plaatsgemaakt voor een parkeerplaats.


We maken wat foto's, kijken uit over het weidelandschap met ganzen en stappen weer in de auto. De volgende halte is Edam. 





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


donderdag 6 februari 2020

De Zuiderzee – 62 – Het welvarende Purmerend


Dominee Jacobus Craandijk beschrijft, in zijn Wandelingen door Nederland van 1887, een tocht van Amsterdam naar Den Helder, met de trekschuit door het Noord-Hollandsch Kanaal. Hij heeft het over 'veertien of vijftien uren vol onuitsprekelijke verveling'.

Hij vind het landschap saai, vlak en kaal, '...zoals men verwachten kan van een landstreek, die voor het grootste deel uit drooggemaakte meeren bestaat.' Van de paar aardige stadjes en dorpjes onderweg krijgen de trekschuitpassagiers niet veel te zien. Over Purmerend schrijft hij niet meer dan dat het welvarend is. Pas als hij de duinen bij Schoorl ziet montert hij wat op.



Zover gaan wij voorlopig niet. Wij zitten nog in Purmerend, dat er op zondagochtend inderdaad welvarend uit ziet en ook erg stil en verlaten. Door de lege winkelstraten lopen we naar een kleiner pleintje waar aan de ene kant een groot kerkgebouw staat en aan de andere kant het Purmerends Museum. Dit is de kaasmarkt en ook hier is de nodige horeca, met terrasjes, maar koffie lijkt er nog niet te worden geschonken.

De kerk heeft een aparte vorm, achtzijdig, met op vier hoeken een uitgebouwde kapel. De onderste paar meter zijn versierd met banden van lichte en donkere baksteen. Het gebouw dateert uit het midden van de 19e eeuw en is de vervanger van een oudere Gotische kerk.

Het Museum, gevestigd in het voormalige raadhuis, heeft een bordes van waar men het volk toe kon spreken, met aan weerskanten een trap. Een gebeeldhouwd reliëf versiert de ruimte boven de deur en een aardig torentje, met carillon, bekroont het dak. Het werd in de 17e eeuw gebouwd, maar later flink verbouwd en gerestaureerd.

Naast het museum staat een kleiner gebouw met een wit torentje, in de grijze natuursteen boven de ramen zijn opschriften gebeiteld: 'Brandspuit' en 'Teekenschool'. Een aparte combinatie. Thuis zie ik in mijn monumentenboek dat het gebouwtje oorspronkelijk diende als kaaswaag.

We lopen een rondje om de kerk, langs een cafeetje dat 't Hoedje Van De Koningin heet, maar ook nog niet open is. Volgens het monumentenboek is het een voormalig koffiehuis en dateert het uit het begin van de 17e eeuw. Door de schoolsteeg komen we bij de weeshuissteeg, waar inderdaad, op de hoek, het oude burgerweeshuis staat, ingeklemd tussen moderne architectuur.

Boven de met een witte sierlijst omgeven ingangsdeur is een kleurig reliëf aangebracht met een verklarende tekst:

'In dit vernieuwd gebouw
Woont liefde, hulp en troost
Hier zorgt barmhartigheid
Voor het ouderlooze kroost

Er staat ook een jaartal bij, 1789, maar toen was het pand al 150 jaar oud. Nu wonen er geen arme weesjes meer, maar zijn er kantoren. De klanten van de grote supermarkt ernaast stallen hun fietsen voor de deur.

Maar niet op zondagochtend.






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 9 augustus 2019

De Zuiderzee – 59 – Watergang en het Noordhollandsch Kanaal


Het is de laatste dag van maart. De lucht is bewolkt en het heeft een beetje geregend, maar als we uit Soestdijk vertrekken is het droog. Op de ringweg Amsterdam breekt de zon door.



We nemen deze keer de afslag richting Volendam, maar kiezen voor een omweg, over de N235 langs het Noordhollandsch Kanaal. Dit is het biljartlakenvlakke, Hollandse polderlandschap. Vijf eeuwen geleden was hier meer water dan land. Wikipedia heeft een lijst van meer dan 70 droogmakerijen, in grootte van 2 hectare – zeg maar 4 voetbalvelden, zoals het Hoornse Weeltje, bij Hoorn – tot ruim 7000 hectare.

We zijn hier vlak bij de Beemster, een van de grootste inpolderingen en zullen later een stukje door de Purmer rijden, dat is een bescheiden middenmoter wat oppervlakte betreft. Van de aardrijkskundelessen kunnen we ons ook nog wel de Wormer en de Schermer herinneren, maar er zijn er dus nog veel meer. De allergrootste, 7600 hectare, meer dan 30.000 voetbalvelden, is de Zijpe bij Schagen.

Watergang
Het Noordhollandsch Kanaal, waar we langs rijden, is de eerste poging om de haven van Amsterdam met de Noordzee te verbinden. Later zou men, dwars door de duinen, het Noordzeekanaal graven, maar aan het begin van de 19e eeuw zag men op tegen de grote waterwerken, sluizen en dijken, die dan aangelegd zouden moeten worden.

Een kanaal van Amsterdam naar Den Helder, over de hele lengte van Noordholland leek dan makkelijker te realiseren. Het werd met schep en kruiwagen gegraven, door 9000 arbeiders, die karig betaald werden. Wikipedia schrijft:

'Vooral in de winter was het leed groot. Regelmatig waren er ongeregeldheden en de regering werd genoodzaakt militaire eenheden langs het kanaal te stationeren om de controle te behouden.
Het kanaal had een lengte van 80 kilometer. Het was 40 meter breed aan de waterspiegel en had een diepte van 6 tot 7 meter over een bodembreedte van bijna 10 meter. Het was destijds het breedste en diepste kanaal ter wereld. Het kanaal heeft zo'n 11 miljoen gulden gekost en de aanleg duurde ongeveer vijf jaar.'

Nu ligt het Noordhollandsch Kanaal er vredig bij. Wij slaan na een paar kilometer rechtsaf en vinden een parkeerplaats op 50 meter van de kerk van Watergang. Dat is een lieflijk dorpje. Boerderijen liggen er roerloos, elk op hun eigen eilandje, een aantal met een eigen, wit geschilderde ophaalbrug. Een vlaamse gaai vliegt door een van de tuinen.

Zoals vaak op zondagochtend lijkt Nederland verlaten. Een oudere man trekt zich niets aan van de zondagsrust en is bezig grind te storten in de voortuin van zijn huis, geholpen door een peuter in een knalgeel overalletje met een blauw mutsje op. Hij zegt vriendelijk goedemorgen, als we hem groeten, het kind heeft alleen oog voor het grind.

Watergang is ontstaan in de 14e eeuw en was er dus al lang voor het kanaal gegraven werd. Het kleine kerkje, dat bereikbaar is via een ophaalbrug, heeft een leuk, wit, houten spitsje en dateert uit de 17e eeuw. De meeste boerderijen zijn van het stolptype, woongedeelte en stallen onder één, piramidevormig pannendak.

We maken wat foto's en gaan dan verder, weer langs het kanaal, richting Ilpendam.

NB: Op de website van Theo Bakker, die helemaal gewijd is aan de Noordhollandse droogmakerijen, is te zien hoeveel water er ooit was. Er is ook een animatie die aangeeft hoeveel er door overstromingen en landafslag nog bij had kunnen komen. 






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites






vrijdag 7 juni 2019

De Zuiderzee – 57 – Monnickendam, de Oude Waag, Gemeentehuis en Speeltoren

Jacob van Lennep maakte bij zijn bezoek aan Monnickendam kennis met de burgemeester, die tevens handelaar in vis was en een lijnbaan – dat is een touwslagerij – bezat. Het is mede dankzij hem dat er nu nog zoveel monumentale panden in het stadje te vinden zijn.
'Monnikendam draagt meer nog dan Purmerend blijken van verval: echter heeft de heer Arbman in den tijd het sloopen van vele schoone huizen belet, door zich dezelve voor de stad te eigenen, het welk de sloopers heeft afgeschrikt.'



Van Lennep en zijn metgezel, van Hogendorp, betrokken een kamer in De Doelen, vlakbij de grote kerk. '...welke herberg een goed "uiterlijk" voorkomen heeft.' De kamers zullen dus niet veel soeps zijn geweest.

Van Lennep was op pad gegaan met nieuwe schoenen en had aan het eind van de dag enorme blaren op zijn voeten. '...half razend van de pijn ging ik met Van Hogendorp den burgemeester Arbman bezoeken, die ons zeer vriendelijk onthaalde, wijn schonk en veel vertelde, onder anderen hoe hij als maire de stad bestierd...'

Dat soort avonturen beleven Gerard en ik niet in Monnickendam. Wij gaan, heel anoniem en onopgemerkt, een kopje koffie drinken in de Oude Waag. We worden bediend door twee jonge meisjes, een blonde en een donkere, die eruit zien alsof ze nog op school zitten en op zondagochtend een zakcentje bijverdienen. Door een klein misverstand krijgen we niet precies wat we dachten besteld te hebben, maar dat mag de pret niet drukken.

We zitten vrijwel als enige in het monumentale 17e eeuwse pand, dat oorspronkelijk een open front naar de straat had, later is er een overdekte galerij met pilaren aangebouwd, waar nu het terras is. De openingen zijn dichtgemaakt met grote ramen, die uitkijken op het sluisje, het water en de bootjes. Het interieur heeft fraaie eiken balken en betimmering, is versierd met wijnrekken en vaten, er is een houten trap naar de bovenverdieping.

Links: Cipiershuis, rechts: Oude Waag
Na de koffie, met gebak, wandelen we een klein eindje het stadje in. Direct om de hoek staat de speeltoren, in de steigers. Het is eigenlijk een kerktoren, uit de 16e eeuw, die hoorde bij een oudere, middeleeuwse kerk, maar die is al eeuwen verdwenen. De toren geeft nu toegang tot het plaatselijke museum. Maar er is van alles tegenaan gebouwd.

De daklijst van een van de panden tussen de waag en de toren draagt het opschrift 'Cipiershuis'. Er was hier in vorig eeuwen een politiebureau, met cellen. Om de hoek, aan de andere kant aan de toren vastgebouwd, staat het voormalige stadhuis. Een ander oud stadhuis staat schuin aan de overkant. Dat is een groot, statig, 18e eeuws pand, met een met grijze stenen pilasters versierde gevel, krullerig beeldhouwwerk en helemaal op de top een 17e eeuws monnikenbeeld.

Oude Waag en Speeltoren
Ik zou nog pagina na pagina kunnen vullen met beschrijvingen van monumentale gebouwen en schilderachtige woonhuizen. Maar dat hebben anderen al veel beter gedaan.

Jac. P. Thijsse, bijvoorbeeld, die schrijft dat het er erg stil was op straat.
'Maar wat ziet het er aardig uit, de mooie vischmarkt, het aardig stadhuis en bovenal de prachtige klokkentoren, waar omhoog de vroolijke klokken naar alle kanten naar buiten komen kijken.'

Gerard en ik wandelen het sluisje weer over, waar een ander beeld van een monnik op is geplaatst en stappen weer in de auto. De zon schijnt net even tussen de wolken door en strijkt een mooi licht over Monnickendam, als wij vertrekken, richting Broek in Waterland.




NB: Dit verhaal is geschreven in 2018. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.




Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


Het dagboekje van Jacob Van Lennep is te lezen en te downloaden bij DBNL.org via deze link 





vrijdag 3 mei 2019

De Zuiderzee – 56 – Monnickendam, dichtgeslibde haven en grote kerk


We hebben allemaal wel eens gehoord van de problemen die de grote zeeschepen moesten overwinnen om de haven van Amsterdam te bereiken. Tegenwoordig varen ze door het Noordzeekanaal, maar dat kan pas sinds 1876. Daarvoor kwamen de schepen naar de stad via het Noordhollandsch Kanaal, dat vanaf 1824 beschikbaar was.
Straatje in Monnickendam
Voor die tijd moest men via de Zuiderzee de haven zien te bereiken. Een probleem was daarbij dat de toegang steeds dicht slibde en de koopvaardijschepen steeds groter werden. Men had nog niet de grote baggervaartuigen van nu, dus moesten er ander manieren worden verzonnen.

In de gouden eeuw, de periode dat de stad zijn grootste bloei kende, bleven de koopvaarders vaak steken bij de ondiepte van Pampus. (Vandaar het gezegde: Voor Pampus liggen, als je, al dan niet vrijwillig, gedwongen wordt tot inactiviteit.) Tot Meeuwis Meindertsz Bakker, in 1690, het scheepskameel uitvond. Dat bestond uit houten drijvers, die aan weerszijden van een schip gemanoeuvreerd werden en het vaartuig optilden, waarna het over de zandbanken gezeild kon worden.

Mooi, natuurlijk, maar ook duur. De Kleinere havensteden langs de Zuiderzee konden zich dergelijke oplossingen niet veroorloven en zagen hun havens dichtslibben en hun belang als handelsstad verpieteren. Jac. P. Thijsse schrijft dat men die voormalige havenstadjes wel 'dode steden' noemde. Hij vindt dat niet terecht.

'Monnikendam, Edam, Hoorn en Enkhuizen zijn volstrekt niet dooder dan een paar dozijn andere steden in Nederland met evenveel of zelfs nog meer inwoners en 't gaat niet aan, ze nu smadelijk te betitelen omdat ze vroeger grooter zijn geweest. En hun achteruitgang hebben ze zichzelf niet te wijten, want 't was toch wel onmogelijk, om de toegangen tot hun havens in de Zuiderzee zelve voortdurend maar te vergrooten en uit te diepen...'

Grote kerk - Monnickendam
Toch moet ook hij toegeven dat Monnikendam – hij schreef het meer dan 100 jaar geleden zonder de ouderwetse 'c' – zich van de zee afgewend leek te hebben. '...alsof de stad de ontrouwe zee de rug heeft toegedraaid.'

Als je nu vanaf Marken, over de zeedijk, naar Monnickendam gaat draai je, na een leuk ritje, langs het deel van de voormalige Zuiderzee dat de Gouwzee wordt genoemd, linksaf landinwaarts, eerst door een paar flatwijken, voor je bij het oude centrum komt.

Het eerste dat je ziet is een kerk die, wel wat vreemd, aan de rand van het oude centrum staat. Ook dat is een teken dat het de stad ooit beter verging. Thijsse schrijft: 'De beide kerken maken den indruk van buiten de stad te staan, de buurten er omheen zijn zo goed als verdwenen.'

Jacob van Lennep, die in 1823 in en om Monnikendam – ook zonder 'c' ! – wandelde, veronderstelt dat de kerk in het midden had moeten staan, maar dat de geplande bouw van de rest van de stad, door economische tegenslagen, niet door is gegaan.

De bouw van deze Grote of Sint-Nicolaaskerk begon aan het begin van de 15e eeuw. De kerk was bedoeld als vervanger van een voorganger die meer in het stadcentrum stond en waarvan nu alleen de Speeltoren nog resteert. Aan de grote kerk werd doorgebouwd tot 1644.Toen het laatste stuk van het schip voltooid werd moest de torenspits alweer vervangen worden. De kerk was inmiddels, vanwege de reformatie, van katholiek overgegaan naar protestants.

Gerard en ik rijden het oude centrum binnen en parkeren de auto vlak bij het sluisje. 



NB: Dit verhaal is geschreven in 2018, het is de laatste aflevering die gemaakt is voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. Volgende afleveringen zullen alleen hier, online, verschijnen. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


Het dagboekje van Jacob Van Lennep is te lezen en te downloaden bij DBNL.org via deze link 





zaterdag 6 april 2019

De Zuiderzee – 55 – Marken


De dijk die het voormalige eiland Marken verbindt met het vasteland komt uit op een parkeerterrein. Terwijl de wolken steeds dreigender worden laadt Gerard mijn rolstoel uit. Er parkeert vlak na ons een bus met toeristen, maar verder is het terrein vrijwel leeg. Op deze wisselvallige zondag, buiten het seizoen, is het rustig in Marken.



Net als ik in de stoel zit en we het dorp in willen lopen begint het te regenen. Gerard loopt terug naar de auto om een paraplu te pakken, die hij bij het openklappen in tweeën trekt. Wij laten ons niet tegenhouden, zo hard regent het nu ook weer niet. Ineengedoken, onder een regenscherm zonder handvat, hou ik het zelfs bijna droog.

Elke Soester kent de 19e eeuwse schrijver Jacob Van Lennep door een paar straatnamen, zelfs als hij of zij zijn boeken niet gelezen heeft. We hebben natuurlijk de Van Lenneplaan, maar ook de Ferdinand Huycklaan. De laatste is genoemd naar een roman van Van Lennep, waarvan een scène in Soest speelt.

In de herberg De Drie Ringen, te vinden in de kerkebuurt, achter de ouwe kerk van Soest, krijgt hoofdpersoon Ferdinand Huyck te maken met een paar bekkensnijders. Dat zijn bandieten die akelige dingen doen met messen, als je niet doet wat ze willen. Iedereen die de Joker kent, uit de recente Batman-films, weet hoe dat er uit ziet.

In de zomer van 1823, lang voor hij bekend zou worden als schrijver van bijvoorbeeld Ferdinand Huyck, maakte van Lennep, met zijn vriend Dirk Hogendorp, een wandeltocht van enkele weken door Nederland.

Marken - Zicht op de kerk
Hij beschrijft, in zijn dagboekje, dat onlangs opnieuw uitgegeven werd en waarnaar Gert Mak een TV-serie maakte, het eiland Marken als '...een moeras met verscheidene buurtjens en een voornamer dorp...'.

Het is, als je Marken vanaf de dijk ziet, een wonder dat het al die eeuwen boven water gebleven is. De daken van de groen-wit geschilderde houten huizen steken maar net boven de dijk uit.

Als Gerard en ik door het dorp lopen, zien we dat de verschillende buurtjes op iets verhoogde eilandjes zijn gebouwd. Het is er doodstil, afgezien van ons en het groepje toeristen, ze lijken me Frans te spreken, maar we sluiten ons niet aan bij hun rondleiding. We kijken zelf wel wat rond en maken foto's van de smalle straatjes rond de tamelijk nieuwe kerk, die ontsierd wordt door een nog nieuwere aanbouw.

De schippers die van Lennep en Hogendorp naar het eiland brachten maakten de bewoners wijs dat de bezoekers van koninklijke bloede waren. Hij schrijft: 'Men gaat van het eene dorp naar het andere langs smalle dijkjens waar men als de ganzen loopt, en welke als brij wegzakken onder de voeten. - In 't keeren naar het schip hoorde ik de lieden tegen elkander zeggen: kaik, dat is nou Zen Hooghait.'

Met zoveel egards worden wij niet ontvangen, maar gelukkig ontdekken we een café, ook een modern bakstenen bouwsel, dat open is en waar we voor de heviger wordende regen kunnen schuilen. De bewoners wagen zich op zondag niet buiten, maar de uitbater van 'De Omgekeerde Wereld' lijkt niet zo strikt in de leer.

Marken - Wilhemina brug
We worden bediend door een vrolijke jongeman, met krullend haar en een brilletje die, na het brengen van de koffie met appelpunten, een gezellig babbeltje maakt over het weer. 'Het wordt kouder,' beweert hij, 'Ik ga mijn schaatsen uit het vet halen.'

De regen is inmiddels overgegaan in hagel. Als we te kennen geven dat we op tijd terug bij de auto moeten zijn, omdat we maar voor een uur parkeergeld hebben betaald, pakt hij zijn smartphone erbij om met de weer-app te kijken of het snel droog zal worden. Wanneer de neerslag iets minder lijkt te worden wagen we het erop.

De paraplu zonder steel wil niet meer goed open, maar het is niet al te ver. Eenmaal terug in de auto bespreken we het vervolg van onze route. Het lijkt in de verte wat op te klaren, dus besluiten we in ieder geval nog door te rijden naar Monnickendam. Daarna zien we wel verder.




NB: Dit verhaal is geschreven in 2018, het is de laatste aflevering die gemaakt is voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. Volgende afleveringen zullen alleen hier, online, verschijnen. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites

Het dagboekje van Jacob Van Lennep is te lezen en te downloaden bij DBNL.org via deze link 


Op de website van Geert Mak kun je alles vinden over zijn TV-serie 'De Zomer Van 1823'.