zaterdag 8 augustus 2020

De Zuiderzee – 63 – Kwadijk, watertoren, kerk, station


Het weer wordt steeds mooier en zonniger als we van Purmerend naar Edam rijden, over kaarsrechte wegen, door het vlakke polderlandschap. 


Wilde bij in Kwadijk 
We komen eerst langs het fort bij Kwadijk, dat deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam. Het verdedigingswerk gaat schuil achter een paar lage, langgerekte, bakstenen gebouwen, een boerderij en wat bosjes.

Thuisgekomen ontdek ik dat dit helemaal niet het fort bij Kwadijk was, maar het fort Benoorden Purmerend. Ook dit hoort bij de stelling van Amsterdam, er zijn nogal veel forten in deze buurt, een vergissing is snel gemaakt. De gebouwen van dit fort worden nu gebruikt door een wijnimporteur, maar:

'In 1945 is het fort gebruikt voor het gevangen houden van mensen die verdacht en of veroordeeld waren wegens collaboratie met Duitse bezetters in de toen afgelopen Tweede Wereldoorlog,' schrijft Wikipedia.

Watertoren Kwadijk
We steken de Beemster ringvaart over en rijden Kwadijk binnen, de geboorteplaats van tekenaar Jan Sanders en TV-presentatrice Manuela Kemp. Het lijkt uit niet veel meer te bestaan dan een lange weg met mooie boerderijen, waarvan een aantal van het 'stolp'-type, afgewisseld met vrijstaande huizen.

Kwadijk dateert uit de middeleeuwen en is de opvolger van een ouder dorp, Drei, dat genoemd was naar een waterweg, de Drey (Draai), tussen de Purmer en Beemster. De polder waar het in ligt heet de Zeevang en ooit was hier de kust van de Zuiderzee.

Het eerste opvallende bouwwerk dat we tegenkomen is de watertoren, een bakstenen kolos uit 1925. Mijn monumentenboek schrijft dat hij uitgevoerd is in art déco stijl en ontworpen is door B.F. Van Nievelt en een betonnen binnenwerk heeft.

Even later stoppen we bij de 19e eeuwse kerk. Een bescheiden gebouwtje met een klein wit torentje. In het gras er omheen bloeien de paardenbloemen en op een daarvan spot ik een wilde bij. Van een deskundige op Facebook leer ik later dat het waarschijnlijk een viltvlekzandbij is.

Onderweg zagen we al allerlei vogels. Wulp, grutto, tureluur, scholekster, grauwe gans, nijlgans, bergeend, wilde eend, blauwe reiger, zilverreiger, lepelaar en ik vergeet er nog een paar.

We rijden verder en stoppen vervolgens bij het treinstation, een opvallend groot, wit gebouw. Het is in 1884 voor de Staatsspoorwegen gebouwd, zoals te zien is aan de gevelsteen boven de ingang. Het ligt aan de lijn Zaandam-Hoorn en men moet ooit grote verwachtingen hebben gehad over het aantal passagiers dat hier op de trein zou gaan stappen. Inmiddels is de halte opgeheven, in het gebouw zijn kantoren gevestigd en het perron heeft plaatsgemaakt voor een parkeerplaats.


We maken wat foto's, kijken uit over het weidelandschap met ganzen en stappen weer in de auto. De volgende halte is Edam. 





Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


donderdag 6 februari 2020

De Zuiderzee – 62 – Het welvarende Purmerend


Dominee Jacobus Craandijk beschrijft, in zijn Wandelingen door Nederland van 1887, een tocht van Amsterdam naar Den Helder, met de trekschuit door het Noord-Hollandsch Kanaal. Hij heeft het over 'veertien of vijftien uren vol onuitsprekelijke verveling'.

Hij vind het landschap saai, vlak en kaal, '...zoals men verwachten kan van een landstreek, die voor het grootste deel uit drooggemaakte meeren bestaat.' Van de paar aardige stadjes en dorpjes onderweg krijgen de trekschuitpassagiers niet veel te zien. Over Purmerend schrijft hij niet meer dan dat het welvarend is. Pas als hij de duinen bij Schoorl ziet montert hij wat op.



Zover gaan wij voorlopig niet. Wij zitten nog in Purmerend, dat er op zondagochtend inderdaad welvarend uit ziet en ook erg stil en verlaten. Door de lege winkelstraten lopen we naar een kleiner pleintje waar aan de ene kant een groot kerkgebouw staat en aan de andere kant het Purmerends Museum. Dit is de kaasmarkt en ook hier is de nodige horeca, met terrasjes, maar koffie lijkt er nog niet te worden geschonken.

De kerk heeft een aparte vorm, achtzijdig, met op vier hoeken een uitgebouwde kapel. De onderste paar meter zijn versierd met banden van lichte en donkere baksteen. Het gebouw dateert uit het midden van de 19e eeuw en is de vervanger van een oudere Gotische kerk.

Het Museum, gevestigd in het voormalige raadhuis, heeft een bordes van waar men het volk toe kon spreken, met aan weerskanten een trap. Een gebeeldhouwd reliëf versiert de ruimte boven de deur en een aardig torentje, met carillon, bekroont het dak. Het werd in de 17e eeuw gebouwd, maar later flink verbouwd en gerestaureerd.

Naast het museum staat een kleiner gebouw met een wit torentje, in de grijze natuursteen boven de ramen zijn opschriften gebeiteld: 'Brandspuit' en 'Teekenschool'. Een aparte combinatie. Thuis zie ik in mijn monumentenboek dat het gebouwtje oorspronkelijk diende als kaaswaag.

We lopen een rondje om de kerk, langs een cafeetje dat 't Hoedje Van De Koningin heet, maar ook nog niet open is. Volgens het monumentenboek is het een voormalig koffiehuis en dateert het uit het begin van de 17e eeuw. Door de schoolsteeg komen we bij de weeshuissteeg, waar inderdaad, op de hoek, het oude burgerweeshuis staat, ingeklemd tussen moderne architectuur.

Boven de met een witte sierlijst omgeven ingangsdeur is een kleurig reliëf aangebracht met een verklarende tekst:

'In dit vernieuwd gebouw
Woont liefde, hulp en troost
Hier zorgt barmhartigheid
Voor het ouderlooze kroost

Er staat ook een jaartal bij, 1789, maar toen was het pand al 150 jaar oud. Nu wonen er geen arme weesjes meer, maar zijn er kantoren. De klanten van de grote supermarkt ernaast stallen hun fietsen voor de deur.

Maar niet op zondagochtend.






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jacobus Craandijk - Wandelingen door Nederland 1887; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 4 oktober 2019

De Zuiderzee – 61 – Purmerend, de Koemarkt


In Purmerend is het op zondag gratis parkeren. Als wij de auto neerzetten, op een ruime parkeerplaats vlakbij het centrum, zien we een jongeman met een baardje, lege flessen in een glascontainer gooien. Hij wordt geholpen door twee blonde meisjes van een jaar of 8.



Als we later over het plein rijden, ik in mijn rolstoel, Gerard erachter duwend, zien we hem een barretje – eetcafé de Keet – uitkomen en het terras in orde maken. Later, nadat we een rondje door het doodstille stadje hebben gemaakt en vergeefs gestopt zijn bij een andere cafeetje, waar wel activiteit was maar dat nog niet geopend bleek, komt hij net weer naar buiten als we langsrijden.

'Staat de koffie klaar ?', vraag ik.
'Ja, hoor,' zegt hij. Binnen aan de bar zitten de kindertjes braaf te kleuren.

Het grote plein, in het centrum van Purmerend heet de Koemarkt en het wordt omzoomt door terrassen, cafeetjes en restaurantjes. Het is een langwerpig, rechthoekig plein en aan de, korte, oostzijde staat een lang en laag gebouw. Er is nu onder andere een Chinees restaurant in gevestigd, maar het heet officieel 'De Doele'.

Volgens mijn monumentenboek is het aan het eind van de 17e eeuw gebouwd als beurs en stadspaardenstal en later uitgebreid tot stadsherberg. De andere kant van het plein wordt overheerst door een groep, levensgrote, bronzen koeien. Ter herinnering aan de oorspronkelijke functie van het plein.

Purmerend kwam in de middeleeuwen tot bloei omdat het aan een kanaal lag tussen het Purmer- en het Beemstermeer. Aan het begin van de 15e eeuw werd Willem Eggert, een rijke Amsterdammer, die trezorier was van graaf Willem VI van Holland, beleend met Purmerend, Purmerland en Ilpendam. Hij kreeg daarbij toestemming om bij Purmerend een slot te bouwen.

De koemarkt
Na de dood van graaf Willem werd Purmerend betrokken bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Kabeljauwen wonnen en de stad en omgeving kwamen in handen van Jan van Beieren, die het aan zijn zoon, Jan de Bastaard gaf. Later kwam de heerlijkheid in bezit van de familie van Egmond, tot de hertog van Alva, in 1568, de laatste heer, Lamoraal van Egmond, liet executeren.

Dat is het bekende verhaal, dat we op school leerden over Egmont en Horne. Wikipedia: 'De onthoofding van Egmont en Horne vond plaats op 5 juni 1568 op de Grote Markt van Brussel. De executie van deze twee vooraanstaande edellieden wordt vaak beschouwd als het definitieve sein voor de gewapende Nederlandse Opstand.'

De heerlijkheid Purmerend verviel daarna aan de staten van Holland. Het slot Purmerstein werd in 1741 gesloopt, schrijft Wikipedia, '...naar verluidt omdat het bouwvallig was, maar in feite omdat het stadsbestuur de machtspositie van de hoofdofficier in het lokaal bestuur wilde inperken.'

Purmerend groeide later vooral door de kaas- en veehandel.
'Daarnaast telde Purmerend in de 18e eeuw diverse bedrijven, drie brouwerijen, twee jeneverstokerijen, een buskruitmolen, een terpentijnstokerij, (…) een zeepziederij, een azijnmakerij, een touwslagerij, een scheepstimmerwerf en drie zaag- en meelmolens.' (Wikipedia)

In de 20ste eeuw nam het inwonertal fors toe door de instroom van duizenden Amsterdammers. De veemarkt word sinds 2001 niet meer op het plein gehouden, vanwege het gevaar voor ziekten. Wie nu een koe of schaap wil kopen, in Purmerend, moet naar een grote hal op het industrieterrein.  






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 6 september 2019

De Zuiderzee - 60 - Ilpendam, twee kerken en een blaffende hond


Ilpendam is maar een klein eindje van Watergang verwijderd. Het dorp ligt ingeklemd tussen het Noordhollandschkanaal en de Purmerringvaart. Als we van de provinciale weg langs het kanaal komen, rijden we eerst voorbij een waterpartij, van boven gezien lijkt het een grote boemerang, die vroeger een haven was.



Het dorp is ontstaan op de plek waar in de 12e eeuw een dam gelegd werd in het riviertje de Dorre Ilp, vlak bij de plek waar dat uitstroomde in de Purmer. Die was toen natuurlijk nog een meer, de droogmakerij begon pas 500 jaar later.

We rijden over de met bomen omzoomde dorpsstraat het dorp in, met links het water van de haven, rechts stolpboerderijen en nog meer water. We stoppen even bij de Katholieke kerk, die niet enorm oud is, 19e eeuw, met eraan vastgebouwd een flinke pastorie.

Terwijl ik mijn camera sta scherp te stellen, ik probeer wat afstand van de kerk te nemen door een stukje een oprit in te lopen, begint er achter me ineens een hond te blaffen. Mooi beest een soort husky en hij staat achter een hek, dus ik hoef niet bang te zijn voor mijn broekspijpen. Maar het duurt wel even voor mijn hartslag weer gedaald is en mijn handen niet meer trillen en ik de kerk scherp in beeld kan krijgen.

Rechts naast de kerk staat een houten huis, met een bakstenen gevel. Helemaal in de nok is een gevelsteen met een gans die iets in zijn poot houdt. Daaronder de intrigerende tekst 'Bierschip'. Het enige dat ik erover kan vinden is dat het een rijksmonument is, uit de 19e eeuw stamt en dat die nok met gevelsteen een 'houten aedicula met pilasters en fronton' genoemd wordt. Het huis is, met het oog op overstromingen, gebouwd op een hoge plint.

We rijden verder, over de sfeervolle, maar op zondagochtend doodstille, dorpsstraat. Sommige huizen zijn er oud, soms met een houten gevel, andere zijn nieuw, een enkeling zelfs heel modern. We passeren het dorpshuis, dat halverwege de vorige eeuw lijkt te zijn opgetrokken, voor we weer even stilhouden, nu bij de Hervormde kerk.

De toren ziet er niet erg oud uit, die dateert uit de 19e eeuw, maar de kerk zelf is 17e eeuws en is de vervanger van een middeleeuws exemplaar, dat in 1640 afbrandde. Ik ga op de parkeerplaats, naast de kerk, even zitten, op een ronde bank, die om een fantasievol gesnoeide wilgenboom heen staat. Gerard loopt ondertussen wat rond en maakt foto's.

De bloesembomen, die tussen de kerk en de parkeerplaats zijn geplant, staan vol roze en witte bloemetjes. Er vliegt een buizerd, heel langzaam, tegen de wind in, over de torenspits. Langs de stoeprand ligt een eenzame, verloren, handschoen. Nog even en ik word poëtisch.

Voor we weer in de auto stappen valt ons oog op een modern gebouw, de vormgeving heeft iets van een Griekse tempel, maar dan van baksteen en hout, met horizontale lamellen aan de buitenkant voor de ramen. Boven de ingang hangt een bord: 'Bromet Filmschool Welkom Filmmakers'. Is dat van Frans Bromet ?

Later lees ik bij Wikipedia dat Frans inderdaad in Ilpendam woont. In het lijstje van bekende inwoners en mensen die er geboren zijn valt me verder alleen de naam van Annette Gerritsen op, de schaatster.

Wij rijden ondertussen, over een kaarsrechte weg, de Purmer in, op weg naar Purmerend.  






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


vrijdag 9 augustus 2019

De Zuiderzee – 59 – Watergang en het Noordhollandsch Kanaal


Het is de laatste dag van maart. De lucht is bewolkt en het heeft een beetje geregend, maar als we uit Soestdijk vertrekken is het droog. Op de ringweg Amsterdam breekt de zon door.



We nemen deze keer de afslag richting Volendam, maar kiezen voor een omweg, over de N235 langs het Noordhollandsch Kanaal. Dit is het biljartlakenvlakke, Hollandse polderlandschap. Vijf eeuwen geleden was hier meer water dan land. Wikipedia heeft een lijst van meer dan 70 droogmakerijen, in grootte van 2 hectare – zeg maar 4 voetbalvelden, zoals het Hoornse Weeltje, bij Hoorn – tot ruim 7000 hectare.

We zijn hier vlak bij de Beemster, een van de grootste inpolderingen en zullen later een stukje door de Purmer rijden, dat is een bescheiden middenmoter wat oppervlakte betreft. Van de aardrijkskundelessen kunnen we ons ook nog wel de Wormer en de Schermer herinneren, maar er zijn er dus nog veel meer. De allergrootste, 7600 hectare, meer dan 30.000 voetbalvelden, is de Zijpe bij Schagen.

Watergang
Het Noordhollandsch Kanaal, waar we langs rijden, is de eerste poging om de haven van Amsterdam met de Noordzee te verbinden. Later zou men, dwars door de duinen, het Noordzeekanaal graven, maar aan het begin van de 19e eeuw zag men op tegen de grote waterwerken, sluizen en dijken, die dan aangelegd zouden moeten worden.

Een kanaal van Amsterdam naar Den Helder, over de hele lengte van Noordholland leek dan makkelijker te realiseren. Het werd met schep en kruiwagen gegraven, door 9000 arbeiders, die karig betaald werden. Wikipedia schrijft:

'Vooral in de winter was het leed groot. Regelmatig waren er ongeregeldheden en de regering werd genoodzaakt militaire eenheden langs het kanaal te stationeren om de controle te behouden.
Het kanaal had een lengte van 80 kilometer. Het was 40 meter breed aan de waterspiegel en had een diepte van 6 tot 7 meter over een bodembreedte van bijna 10 meter. Het was destijds het breedste en diepste kanaal ter wereld. Het kanaal heeft zo'n 11 miljoen gulden gekost en de aanleg duurde ongeveer vijf jaar.'

Nu ligt het Noordhollandsch Kanaal er vredig bij. Wij slaan na een paar kilometer rechtsaf en vinden een parkeerplaats op 50 meter van de kerk van Watergang. Dat is een lieflijk dorpje. Boerderijen liggen er roerloos, elk op hun eigen eilandje, een aantal met een eigen, wit geschilderde ophaalbrug. Een vlaamse gaai vliegt door een van de tuinen.

Zoals vaak op zondagochtend lijkt Nederland verlaten. Een oudere man trekt zich niets aan van de zondagsrust en is bezig grind te storten in de voortuin van zijn huis, geholpen door een peuter in een knalgeel overalletje met een blauw mutsje op. Hij zegt vriendelijk goedemorgen, als we hem groeten, het kind heeft alleen oog voor het grind.

Watergang is ontstaan in de 14e eeuw en was er dus al lang voor het kanaal gegraven werd. Het kleine kerkje, dat bereikbaar is via een ophaalbrug, heeft een leuk, wit, houten spitsje en dateert uit de 17e eeuw. De meeste boerderijen zijn van het stolptype, woongedeelte en stallen onder één, piramidevormig pannendak.

We maken wat foto's en gaan dan verder, weer langs het kanaal, richting Ilpendam.

NB: Op de website van Theo Bakker, die helemaal gewijd is aan de Noordhollandse droogmakerijen, is te zien hoeveel water er ooit was. Er is ook een animatie die aangeeft hoeveel er door overstromingen en landafslag nog bij had kunnen komen. 






Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites






vrijdag 2 augustus 2019

De Zuiderzee – 58 – Broek in Waterland, in de voetsporen van keizers


In Waterland hoef je niet ver te rijden om van het ene naar het andere leuke plaatsje te komen. Neem vanaf Monnickendam de provinciale weg, N 247, en je bent in een paar minuten in Broek In Waterland. Als je niet oppast ben je er ook zo weer voorbij, zonder iets van het schilderachtige dorp gezien te hebben, want die doorgaande weg passeert de dorpskern op enige afstand.



Als je tijdig afslaat kom je eerst door een nieuwbouwwijk, die gebouwd is vlakbij het oude havenrak, waar ooit de vissersboten aanmeerden. Van die oude nijverheid is nu niets meer terug te vinden, Broek ligt inmiddels kilometers landinwaarts, omgeven door inpolderingen. Wel staan hier aardige houten huisjes, vaak grijs-wit, of in pasteltinten geschilderd.

Daar voorbij kom je vanzelf op het kerkplein, waar lindeboompjes rond een bakstenen kerk staan. Die kerk is niet oeroud, grotendeels 17e en 18e eeuws, maar hij heeft een leuke, slanke toren met een houten lantaarn en spits. Gerard parkeert de auto een klein eindje verderop en we stappen uit om wat foto's te maken.

Zoals alle dorpen en stadjes, op deze zondagochtend, is ook Broek In Waterland uitgestorven. Het lijkt alsof er geen kerkdienst gaande is, of anders wordt die niet druk bezocht. Een enkele wandelaar, met hond, loopt voorbij.

Via Google Maps kun je een kijkje nemen in de kerk, zonder de eventuele kerkgangers te storen. Het interieur is eenvoudig en wit, met houten kerkbanken en stoelen, een grote, donkere preekstoel, onder een crêmewit geschilderd houten tongewelf, dat spaarzaam versierd is met blauwe bloemmotieven.

Vlak naast de kerk is een draaibrug over Het Dee, een watertje dat naar het bredere Havenrak loopt. Op ingemetselde stenen worden de bouw, de herbouw en de renovatie van de brug herdacht. Op een stenen paal is het niveau van een overstroming in 1825 te zien. Dichter bij de kerkmuur is een marmeren kunstwerk in het plaveisel aangebracht, waarvan de vorm het midden houdt tussen een bloem en een ronde schelp.

Direct over de brug valt een bakstenen huis, met een lichtgrijs geschilderde houten klokgevel op. Een hardstenen trap leidt naar de voordeur. Boven die deur is een wapenschildje met een zwaan aangebracht. Die zwaan komt ook voor in het wapen van het dorp. Een eindje verderop staat, aan het water, een houten theepaviljoentje.

Bijna alle huizen rond de kerk zijn beschermde monumenten en ook het dorpsgezicht is beschermd. Wikipedia schrijft dat Broek In Waterland in vroeger tijden al een bezienswaardigheid was. In 1781 bracht de Habsburgse vorst Jozef II, die van 1765 tot '90 keizer was van het Heilige Roomse Rijk, een bezoek aan Broek. Hij was toen heerser over een groot deel van de Zuidelijke Nederlanden en het huidige Vlaanderen.

In 1811 kwam Napoleon het dorp bekijken. Die was op dat moment Keizer van Frankrijk en koning van Italië. Van 1806 tot 1810 was zijn broer Lodewijk koning van Holland. In 1810 moest Lodewijk, op last van zijn broer, aftreden en werd het koninkrijk Holland geannexeerd door Frankrijk.

Gerard en ik stappen weer in de auto en gaan op huis aan, mijmerend over vervlogen tijden.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2018. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites





vrijdag 7 juni 2019

De Zuiderzee – 57 – Monnickendam, de Oude Waag, Gemeentehuis en Speeltoren

Jacob van Lennep maakte bij zijn bezoek aan Monnickendam kennis met de burgemeester, die tevens handelaar in vis was en een lijnbaan – dat is een touwslagerij – bezat. Het is mede dankzij hem dat er nu nog zoveel monumentale panden in het stadje te vinden zijn.
'Monnikendam draagt meer nog dan Purmerend blijken van verval: echter heeft de heer Arbman in den tijd het sloopen van vele schoone huizen belet, door zich dezelve voor de stad te eigenen, het welk de sloopers heeft afgeschrikt.'



Van Lennep en zijn metgezel, van Hogendorp, betrokken een kamer in De Doelen, vlakbij de grote kerk. '...welke herberg een goed "uiterlijk" voorkomen heeft.' De kamers zullen dus niet veel soeps zijn geweest.

Van Lennep was op pad gegaan met nieuwe schoenen en had aan het eind van de dag enorme blaren op zijn voeten. '...half razend van de pijn ging ik met Van Hogendorp den burgemeester Arbman bezoeken, die ons zeer vriendelijk onthaalde, wijn schonk en veel vertelde, onder anderen hoe hij als maire de stad bestierd...'

Dat soort avonturen beleven Gerard en ik niet in Monnickendam. Wij gaan, heel anoniem en onopgemerkt, een kopje koffie drinken in de Oude Waag. We worden bediend door twee jonge meisjes, een blonde en een donkere, die eruit zien alsof ze nog op school zitten en op zondagochtend een zakcentje bijverdienen. Door een klein misverstand krijgen we niet precies wat we dachten besteld te hebben, maar dat mag de pret niet drukken.

We zitten vrijwel als enige in het monumentale 17e eeuwse pand, dat oorspronkelijk een open front naar de straat had, later is er een overdekte galerij met pilaren aangebouwd, waar nu het terras is. De openingen zijn dichtgemaakt met grote ramen, die uitkijken op het sluisje, het water en de bootjes. Het interieur heeft fraaie eiken balken en betimmering, is versierd met wijnrekken en vaten, er is een houten trap naar de bovenverdieping.

Links: Cipiershuis, rechts: Oude Waag
Na de koffie, met gebak, wandelen we een klein eindje het stadje in. Direct om de hoek staat de speeltoren, in de steigers. Het is eigenlijk een kerktoren, uit de 16e eeuw, die hoorde bij een oudere, middeleeuwse kerk, maar die is al eeuwen verdwenen. De toren geeft nu toegang tot het plaatselijke museum. Maar er is van alles tegenaan gebouwd.

De daklijst van een van de panden tussen de waag en de toren draagt het opschrift 'Cipiershuis'. Er was hier in vorig eeuwen een politiebureau, met cellen. Om de hoek, aan de andere kant aan de toren vastgebouwd, staat het voormalige stadhuis. Een ander oud stadhuis staat schuin aan de overkant. Dat is een groot, statig, 18e eeuws pand, met een met grijze stenen pilasters versierde gevel, krullerig beeldhouwwerk en helemaal op de top een 17e eeuws monnikenbeeld.

Oude Waag en Speeltoren
Ik zou nog pagina na pagina kunnen vullen met beschrijvingen van monumentale gebouwen en schilderachtige woonhuizen. Maar dat hebben anderen al veel beter gedaan.

Jac. P. Thijsse, bijvoorbeeld, die schrijft dat het er erg stil was op straat.
'Maar wat ziet het er aardig uit, de mooie vischmarkt, het aardig stadhuis en bovenal de prachtige klokkentoren, waar omhoog de vroolijke klokken naar alle kanten naar buiten komen kijken.'

Gerard en ik wandelen het sluisje weer over, waar een ander beeld van een monnik op is geplaatst en stappen weer in de auto. De zon schijnt net even tussen de wolken door en strijkt een mooi licht over Monnickendam, als wij vertrekken, richting Broek in Waterland.




NB: Dit verhaal is geschreven in 2018. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.




Tekening: Gerard Kuit 

Foto's: Jan de Stripman 

Bronnen: Monumenten In Nederland - Noord-Holland 2006; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Google maps; Wikipedia en andere websites


Het dagboekje van Jacob Van Lennep is te lezen en te downloaden bij DBNL.org via deze link