vrijdag 24 mei 2013

Het groene hart 9 - Montfoort, kerk, kasteel en commanderij



De naam Montfoort wordt op verschillende manieren uitgelegd. De ene lezing is dat het afgeleid is van 'Mons Fortis', sterke berg en dat zou slaan op de versterking die hier halverwege de 12e eeuw gebouwd werd op last van bisschop Godfried van Rhenen. Op de website van de gemeente wordt als tweede verklaring de oude benaming Castrum Muntford gegeven, wat afgeleid zou zijn van Mundevoorde, een doorwaadbare plaats. Het 'foort' kan dus slaan op 'fort', maar ook op 'voorde' zoals bij Amersfoort.


De bisschop van Utrecht was in ieder geval voortdurend in conflict gewikkeld met de machthebbers van de hem omringende graafschappen, Holland en Gelre. 'Dit sterke kasteel moest een voormuur tegen Holland zijn.' Schrijft dominee Craandijk. 'De burggraven die er op gesteld werden, trachtten evenzeer zich onafhankelijk te maken als zoovele anderen, en hun titel in dien van Heeren van Montfoort te verwisselen…' Zo creëerde de bisschop dus een nieuw probleem. De slotvoogden die door hem werd aangesteld probeerden vlijtig om via Montfoort een onafhankelijke positie te verwerven.

In 1329 leek dat zo'n beetje gelukt te zijn. Montfoort kreeg stadsrechten en werd een vrijstad tussen Holland en het Utrechtse Sticht. Voordien en nadien leenden de Montfoorters hun diensten wisselend aan de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht. In 1301 hielpen ze, onder aanvoering van burggraaf Zweder, de Hollanders in een veldslag waarin de bisschop Willem van Mechelen sneuvelde. Wat later verzoende Jan van Montfoort zich weer met bisschop Filips van Bourgondië. Een andere Jan hielp bisschop David van Bourgondië in zijn gevecht tegen Maximiliaan van Oostenrijk.


Pas onder Karel V nam al dit gewoel een beetje af, of zoals Craandijk het zegt: '…de nieuwe tijd werd geboren en uit de menigte van min of meer onafhankelijke staatjes begon zich, door de ijzeren vuist en het koele hoofd van Karel V, een machtig rijk te vormen.'

Het werd daarmee nog niet direct pais en vree in Montfoort. 'De Spanjaarden hielden er in 1574 deerlijk huis, en de Franschen spaarden het in 1672 niet.' Toen werd dus onder meer het kasteel grotendeels verwoest. En in de 18e eeuw nog '…legde een zware brand er de kerk en 70 huizen in de asch.' In de hervormde kerk, waar je als vanzelf naar toe wandelt als je onder de poort van het kasteel doorloopt, ligt volgens Craandijk '…een uitgesleten zerk. Daaronder is de kelder, waar de onrustige burggraven met de hunnen ter ruste werden gelegd.'

Volgens 'Monumenten in Nederland' is het de grafsteen van Charlotte van Brederode, vrouwe van Montfoort, overleden in 1529. De kerk zelf, die volgens de dominee '…niets bezienswaardigs heeft…', is een tamelijk grote, laatgotische, kruiskerk. Hij is uitgevoerd in rode baksteen, heeft een vijfzijdig koor en een halfingebouwde westtoren met een ranke spits. Hij staat er knus op een sfeervol pleintje met lage boompjes en bankjes.


Achter de kerk, op de hoek van een smal straatje, is een kapelletje met daaraan vast gebouwd een oud pand met een grote inrijpoort. In Craandijks dagen was er een grutterij in gevestigd (een 19e eeuwse kruidenier), maar in zijn fantasie ziet de dominee geharnaste ridders te paard door de poort naar buiten draven: '…gelijk het edelen paste van hoogen naam en kloeken moed (…) de gebaarde lippen hadden op menig oorlogsveld den donderende wapenkreet laten weergalmen, die in de ooren der ongeloovigen zo'n vreeselijken klank had (…). De rooden kap, die het hoofd bedekt, verbergt de geschoren kruin, maar het witte kruis op den zwarten mantel toont het (…). Het zijn de geduchte ridders van st. Jan van Jeruzalem, de Malthezer ridders (…) gezegend door menigen kranken pelgrim, door menigen gewonden krijgsman, dien zij hadden verpleegd in hun hospitaal te Jeruzalem.'

De ridders van de Johannieter orde hadden in Montfoort hun commanderij gesticht onder aanvoering van de Utrechtse balijer Bernhard van Duven. De ridderorde werd rond 1050 in het beloofde land opgericht en het hoofdkwartier was lange tijd gevestigd op Malta. De hospitaalridders waren de inspiratie voor het rode kruis, maar volgens deskundigen zijn de kruisridders er ook de schuld van dat er nu nog steeds hevige spanningen zijn tussen Christendom en Islam. *) Op verschillende plaatsen in Nederland hadden zij hun commanderijen.

Een bijzonder mooi voorbeeld is de, overigens grotendeels gereconstrueerde, commanderij van st. Jan in Nijmegen. Van het oorspronkelijke complex in Montfoort resteren nu alleen nog een overdekte kloostergang, de inrijpoort en een kapel. Het geheel wordt beheerd door dezelfde organisatie die in het kasteel het restaurant exploiteert. De kapel is te huur voor recepties en trouwerijen.


*) Zie: In het spoor van de kruisridders - Terry Jones en Alan Ereira, Teleac 1996. 
De protestantse tak, de Johanniterorde, is nog steeds actief in het verzorgen van zieken. Alleen Protestante leden van de adel kunnen lid worden. ZKH Prins Berhard was lange tijd landscommandeur. Informatie is te vinden op: www.johanniter.nl In Duitsland bestiert de orde een groot aantal ziekenhuizen en kuuroorden, zie: www.johanniterorden.de , ook in Zweden zijn de Johanniters actief: www.johanniterorden.se.

NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.



Tekening: Gerard Kuit
 
Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Wij trekken door Utrecht - Rinke Tolman, 1935; ENSIE lexicon 1952; Kastelengids van Nederland - Kransberg en Mils, 1979; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997
 
Links:

Website van de gemeente Monfoort: www.montfoort.nl

Website van kasteel Montfoort.


Lokatie Montfoort op Google Maps

Oude foto's en historische informatie is te vinden bij Streekarchief Rijnstreek en Lopikerwaard



vrijdag 17 mei 2013

Het groene hart 8 - Langs de Hollandse IJssel naar het kasteel van Montfoort


We rijden van Oudewater naar Montfoort langs de Hollandse IJssel, een rivier die zich in de buurt van IJsselstein afsplitst van de Lek en zich bij Krimpen aan de IJssel net zo vrolijk weer bij diezelfde grote rivier aansluit. Samen omsluiten de beide waterlopen de Krimpenerwaard en de Lopikerwaard.

Tot in de middeleeuwen waren hier uitgestrekte moerassen die vanaf de 11e eeuw ontgonnen werden door middel van het 'cope-systeem'. De landsheer, hier de bisschop van Utrecht, verpachtte het recht op ontginning tegen een vastgestelde koopsom, een 'cope', of een periodieke betaling. Plaatsnamen als Willeskop en Benschop, beide gelegen in de Lopikerwaard herinneren hier aan.



De ontginners groeven evenwijdige sloten in het drassige veengebied om het overtollige water af te voeren. Die sloten stonden haaks op natuurlijke waterlopen, in ons geval de IJssel, of gegraven kanalen of weteringen. Zo ontstonden kavelstroken van 30 roeden breed en zes voorling diep, ongeveer 115 bij 1250 meter. De boerderijen werden doorgaans op de kop van de kavel langs de hoofdwetering of rivier gebouwd. Vandaar dat je hier veel boerderijenlinten tegenkomt. Afgezien van lege weilanden en boerderijen is er, tussen Oudewater en Montfoort, niet veel te zien, zeker niet in de winter.


Montfoort is een stad die zijn ontstaan dankt aan de rivaliteit tussen Utrecht en Holland. Omstreeks 1170 liet de Utrechtse bisschop Godfried van Rhenen hier, ten zuiden van de IJssel, een kasteel bouwen. Tussen de burcht en de rivier ontwikkelde zich in de daarop volgende eeuwen een nederzetting, die in 1329 stadsrechten kreeg.

Gerard en ik rijden de stad binnen over de provinciale weg die, rond 1930, met weinig gevoel voor historie, dwars over het voormalige kasteelterrein is aangelegd. In 1991 heeft men, wellicht berouwvol, een poging gedaan deze harteloze daad een beetje goed te maken en een deel van de funderingen van het slot weer zichtbaar gemaakt. Achter een bushalte zien we inderdaad wat oude muurresten.

Maar niet alles is verloren gegaan. We zetten de auto neer naast het moderne stadskantoor, gebouwd in 1990 en constateren, als we daar omheen wandelen, dat er nog een belangrijk deel van de oude gebouwen gespaard is gebleven. Ze behoren niet tot het hoofdgebouw want, zoals dominee Craandijk ons meldt: 'Het oude slot van Montfoort is gesloopt; de Franschen, die in deze streken zooveel onaangename herinneringen achterlieten, hebben 't in 1672 in de lucht laten springen. Wat er van over is, is een deel van de sterke voorpoort, die eens naar de opperhof leidde.'


Het kasteel van Montfoort was lange tijd in gebruik als gevangenis. 'Gij zoudt zoo niet zeggen.' Schrijft Craandijk. 'Het witte gebouw met zijn groote ramen rijst vriendelijk tusschen bloemen en heesters uit de gracht. (…) Trouwens, het is hier ook eigenlijk een opvoedingsgesticht, want het is de gevangenis voor jeugdige vrouwelijke veroordeelden. Hier wordt de straftijd doorgebragt der minderjarige meisjes, die om misdrijf zijn gevonnisd, maar hier worden ook de verwaarloosde kinderen opgevoed, die als bedelaressen of landloopsters opgroeiden, of misdrijven pleegden, zonder geacht te kunnen worden met oordeel des onderscheids gehandeld te hebben.'

De dominee roemt het vooruitstrevende en, voor die tijd zeker, milde regime: 'Het inwendige van het gebouw herinnert aan een kostschool (…) nergens tralies, of grendels, of zware knarsende sleutels. (…) De meisjes, op 't oogenblik 67 in getal, zien er frisch en gezond uit. (…) Het moet voor menigeen een zegen zijn geweest, onttrokken te worden aan de omgeving van zonde en ellende, waarin zij opgroeiden.'
Wel maakt hij zich zorgen over wat er met de meisjes gebeuren zal als ze eenmaal weer in vrijheid worden gesteld. 'Een gevaarlijke tijd is 't voor haar, als de deuren der gevangenis opengaan en zij op eens weer, in volle vrijheid, in 't midden der de maatschappij staan. Vrij maar met de onuitwisbare vlek van een vonnis. Mocht onze Tweede Kamer eens tijd vinden tot het bewerken van een goede wet, die den overgang tusschen gevangenis en vrijheid regelt.'

Inmiddels kennen we proefverloven en half open inrichtingen en zijn we daar, volgens sommigen, zover in doorgeschoten dat het wel weer wat strenger mag. In 1968 werd het Rijksopvoedingsgesticht in Montfoort gesloten. Op het terrein staat nu het nieuwe gemeentehuis en een complex seniorenwoningen. In het oude gedeelte is een restaurant gevestigd.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van Vereniging Artishock in Soest  en op het Volkskrantblog


Tekening: Gerard Kuit
 
Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Wij trekken door Utrecht - Rinke Tolman, 1935; ENSIE lexicon 1952; Kastelengids van Nederland - Kransberg en Mils, 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997
 
Links:


Website van kasteel Montfoort

Monfoort op Wikipedia 

Lokatie Montfoort op Google Maps 

Oude foto's en historische informatie is te vinden bij Streekarchief Rijnstreek en Lopikerwaard



dinsdag 7 mei 2013

Het groene hart 7 - Oudewaters woelige verleden


In welk jaar Oudewater precies ontstaan is weten we niet. Omstreeks 1100 werd er vermoedelijk een eerste kerk gebouwd. In 1239 wordt er voor het eerst melding gemaakt van een nederzetting en in 1265 krijgt Oudewater van de Utrechtse bisschop stadsrechten. Daarmee hoopt de bisschop een sterke grensvesting tegen de Hollanders te creëren, maar al in 1280 moet hij de stad in onderpand aan de graaf van Holland afstaan. Pas na de provinciale herindeling van 1970 zal Oudewater weer binnen de grenzen van Utrecht terugkeren.

Maar in de tussentijd is er wel het een en ander gebeurd. In 1321 werden de eerste stadsmuren gebouwd, om een vrijwel rechthoekig terrein ten oosten van de kerk. De verdedigingswerken werden verbeterd en uitgebreid na 1572, toen de stad de zijde van de prins van Oranje koos. Desondanks namen de Spanjaarden de stad in 1575 in en moordden ze vrijwel de gehele bevolking uit. Volgens de overlevering wisten slechts drie personen zich te verstoppen terwijl rondom hen Oudewater platgebrand werd.

De periode na de ramp, die bekend staat als 'de Oudewaterse moord', geldt als een bloeitijd waarin vooral de touwfabricage sterk opkwam. Aan die tijd herinneren nog verschillende bedrijfsgebouwen, waaronder een zogenaamde touwbaan, een enorm lange schuur, van 350 meter lengte. En de vele prachtige woonhuizen in het centrum. Voor wie zich in de touwmakerij wil verdiepen is er het touwmuseum aan de Reijersteeg, dat overigens, net als de heksenwaag, in de wintermaanden gesloten is.


In de 19e eeuw worden de stadsmuren afgebroken en halverwege de 20e eeuw komen er vooral ten noorden van de binnenstad wat nieuwbouwwijken. De oude stad is nu een beschermd stadsgezicht. Je wandelt er door straten vol monumentale panden, genietend van al die mooie trapgevels met siermetselwerk, natuurstenen ontlastingsbogen boven stijlvolle vensters, gevelstenen en zuiltjes met beeldhouwwerk. Om beurten wijzen we elkaar op het volgende leuke pandje, maar na een tijdje houden we op met het lezen van alle informatiebordjes. In Oudewater is gewoon teveel te zien voor één koude zondagochtend.

Wel bewonderen we de forse hervormde kerk, die een karakteristieke torenspits heeft met een zadeldak en een uitwendige klokkenstoel. Daarin hangt nu een kopie van het oorspronkelijke klokkenspel, dat door Gerrit Both in 1600 gegoten werd. Het origineel staat binnenin de kerk. De eerste aanzet voor het gebouw werd in de 13e eeuw gegeven, maar het grootste deel van de huidige kerk is in de 14e en 15e eeuw gebouwd. Volgens een plaquette is het onderstuk van de toren extra robuust uitgevoerd omdat de kerk ooit vlakbij de stadsmuur stond. In de kerkstraat was vroeger, in een opvallend dwars op de straat gebouwd huis, de pastorie gevestigd. Het huis wordt heel toepasselijk 'het dwarshuis' genoemd.

Achter de kerk, aan de overkant van de IJssel, zien we de vervallen fabrieksgebouwen van Six mengvoeders. In 1913 werd de fabriek hier gevestigd in oude soldatenbarakken uit 1798. Nu staat de boel heel schilderachtig en treurig te vervallen. *)


We wandelen langs het aardige stadhuis, dat na de brand van 1575 opnieuw opgebouwd werd. In de 17e en 19e eeuw is het verbouwd en in 1968 nog eens door brand verwoest. Alles is nadien weer keurig hersteld en de rijk versierde trapgevel, met beeld van vrouwe Justitia, het bordes en het klokkentorentje staan er nu weer netjes bij.

We staan nog even stil bij een 17e eeuws winkelpandje dat te koop staat. Prachtig uitzicht aan de achterzijde, parketvloer en moderne keuken. Tussen de affiche en het raam plakt een dode vlieg, boven het raam een mooie gevelsteen. Verderop hangt een heks van draadijzer aan een ander leuk geveltje.

Door de nog altijd gure wind weer behoorlijk afgekoeld keren we terug bij de Waag. Gerard maakt een paar foto's en alsof een hogere macht ons een schouderklopje wil geven, schijnt de laagstaande zon net op dat moment even door het wolkendek.

Na dit bijzondere moment laten we ons nu wel verleiden door de erwtensoep van het aan de markt gelegen restaurantje. Dat is natuurlijk ook in een historisch pand gevestigd: het Arminiushuis uit 1601. Het ontwerp van de gevel wordt toegeschreven aan Hendrik de Keyzer. Op deze plaats stond het geboortehuis van Jacob Hermanszoon Arminius (1560 - 1609), theologisch hoogleraar in Leiden, die de grondlegger was van wat later de Remonstrantse Broederschap zou worden. Nu serveert men er een goede, stevige snert met een roggebroodje met spek.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.

*) De kazerne waarin de fabriek van Six gevestigd was is in 2005 afgebroken. Er zijn inmiddels op dezelfde plaats woningen gebouwd, ongeveer in de vorm van het oude complex, de zogenaamde garnizoenswoningen. Zie deze website 


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Wij trekken door Utrecht - Rinke Tolman, 1935; ENSIE lexicon 1952; Kastelengids van Nederland - Kransberg en Mils, 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997
 
Links:

Website van de gemeente Oudewater: www.oudewater.nl

Oudewater op Wikipedia 

Jacobus Arminius op Wikipedia 

Oudewater op Google maps 

Oude foto's en historische informatie zijn te vinden bij Streekarchief Rijnstreek en Lopikerwaard


vrijdag 26 april 2013

Het groene hart - 6 - Oudewater, de heksenwaag


De weg van Linschoten naar Oudewater is iets breder dan het weggetje dat, aan de andere kant van het riviertje de lange Linschoten, naar het kasteel voert. We maken ons dus minder zorgen over te water raken. Maar het is nog te smal om twee auto's elkaar te laten passeren. Omdat er toch af en toe een tegenligger komt moet er uitgeweken worden in de berm of op inritten van de langs de weg gelegen boerderijen.

De heksenwaag

Het landschap is kenmerkend voor het groene hart: groene weilanden zover het oog reikt. De rivier kronkelt zich er doorheen op weg naar de Hollandsche IJssel en de weg kronkelt mee zodat het toch geen saaie tocht is.


De bekende natuurkenner Rinke Tolman wandelde hier in de jaren rond 1930 en maakt in het boekje 'Wij trekken door Utrecht' melding van het rijke vogelleven: 'Over de weien, rakelings over 't blinkend gras scherend, vlogen kraaien met de heerlijkste glanzingen in hun gevederte; een enkele keer was het een verwoede grutto, die hun in de pluimen stoof.' Verderop schrijft hij over '…grote troepen spreeuwen…', '…bonte, langstaartige eksters…' en mussen, vinken, leeuweriken, kwikstaarten, zanglijsters, mezen, de fitis, de tjiftjaf en het paapje. Maar hij was er in het voorjaar, op onze tocht is het qua vogelleven een stuk rustiger.

Over Oudewater schrijft hij: 'Het stadje Oudewater, dat in vorm van gebouwen en gevelstenen allerlei herinneringen heeft bewaard aan een tijd, die een drie- tot viertal eeuwen achter ons ligt, is maar klein, zowel wat zielental betreft - er wonen zo'n drieduizend mensen - als in ruimtelijk opzicht.'

Op 1 januari 2002 had de gemeente Oudewater 9701 inwoners, waarvan er 7747 in het oude stadje zelf woonden. Volgens de website van de gemeente zijn er geen uitbreidingsplannen meer, maar wordt er wel op kleine schaal nieuwbouw gepleegd binnen de bebouwde kom. Zogenaamde 'inbreiding'. We mogen hopen dat dat met enige terughouding gebeurt want Oudewater heeft een prachtige historische binnenstad.


Gerard en ik rijden er binnen langs de Linschoten die in de binnenstad nog twee grote bochten maakt voor hij, vlak bij de kerk, in de IJssel uitstroomt. Midden in de stad bij de markt is een stukje van de rivier overkluisd, de rivier stroomt hier ondergronds verder. Hier staan de monumentale panden dicht aaneen. Vlak daarbij parkeren we de auto in een rustig straatje.

Even later staan we onder de luifel van het bekendste monument van Oudewater, de heksenwaag, naar binnen te gluren. In de 16e en 17e eeuw kon je je hier laten wegen om te bewijzen dat je geen heks was. Volgens de toen heersende opvattingen waren heksen zo licht dat ze op water bleven drijven en zonder problemen door de lucht konden vliegen op bezemstelen.

Bij de waag werden, met goedkeuring van keizer Karel de vijfde, officiële certificaten van normaal gewicht, overeenkomend met de 'natuurlijke proportiën des lichaems', afgegeven. Een andere methode was de vermeende heks, met wat stenen verzwaard, in het water te gooien. Als hij of zij weer bovenkwam volgde de brandstapel, bij verdrinking een keurige begrafenis. Het valt te begrijpen dat de heksenwaag een populaire instelling was.

Tot in de 18e eeuw werden er vermeende heksen gewogen en zo menig mensenleven gered. Het fraai gerestaureerde pand is momenteel in gebruik als museum en oudheidkamer, maar in de wintermaanden is het gesloten, zodat er ons niets anders rest dan onze neuzen tegen de ruiten te drukken. In het donkere interieur zien we een houten constructie, dat zal de weegschaal wel zijn.

Voor het pand naast de waag lonkt een schoolbord waarop erwtensoep aangeprezen wordt. We vermannen ons en wandelen eerst het stadje in.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Wij trekken door Utrecht - Rinke Tolman, 1935; Kastelengids van Nederland - Kransberg en Mils, 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997
 
Links:

Website van de gemeente Oudewater:  www.oudewater.nl

Oudewater op Wikipedia

Een informatieve homepage over Oudewater 

Oudewater op Google maps

Oude foto's en historische informatie zijn te vinden bij Streekarchief Rijnstreek en Lopikerwaard


dinsdag 16 april 2013

Het groene hart - 5 - Kasteel Linschoten


Volgens de website van de gemeente Montfoort waren er in de middeleeuwen 4 kastelen in Linschoten, waarvan er twee ter beschikking stonden aan de graven van Holland. Ze zijn alle vier verdwenen, al weet men nog wel ongeveer waar ze gestaan hebben.

Kasteel Wulverhorst, waar we het eerder over hadden bij het verlaten van Woerden, hoort hier ook bij. Volgens de website lag het achter de nog bestaande boerderij 'Groot Wulverhorst' aan de Kromwijkerdijk. Gerard en ik moeten er zonder het te weten langs gereden zijn.


Het huidige Huis te Linschoten, eigenlijk meer een kasteelachtig landhuis, werd pas in de eerste helft van de 17e eeuw gebouwd door Johan Strick van Linschoten. Om er te komen steken we de provinciale weg over en slaan we een heel smal weggetje langs de Lange Linschoten in.

'Aan den overkant wijst men in het digte kreupelhout de plaats waar vroeger de ridderhofstad de Nes haar toren verhief,' schrijft Craandijk. 'Zij is in het midden der vorige eeuw den weg der meeste hofsteden gegaan.' Gesloopt dus.

Zo smal is het laantje waar we over rijden dat er ter weerszijde van de auto hooguit een halve meter overschiet, links stroomt de rivier en aan de andere kant een sloot. We bespreken hoe we, als de auto te water mocht raken het beste naar buiten kunnen klimmen (door het portierraam) en hopen dat er geen tegenliggers komen.

We komen voorbij een zijweg met op de hoek een mooie boerderij en bereiken een paar honderd meter verder de oprijlaan van het huis die afgesloten wordt door een fraai smeedijzeren hek.

'Daar ligt het bosch rondom het huis te Linschoten met zijn prachtig zwaar geboomte.' Die bomen belemmeren het gezicht wel een beetje, maar we kunnen de voorgevel van het huis in de verte zien. 'Het is het oude huis niet meer. Het gelijkt in geen enkel opzicht op eene der beide afbeeldingen, in de rijke verzameling op het Rotterdamsch archief bewaard…'


Het in aanleg 17e eeuwse, bakstenen huis is vierkant, met ter weerszijde van de voorgevel een toren die van een vierkante basis, op de eerste verdieping, overgaat in een achtkant die wordt bekroond door een klokvormige leien spits. In de 18e eeuw werd de ingangspartij met een verdieping verhoogd en met een natuurstenen pronkrisaliet verfraaid. De oorspronkelijke houten brug werd vervangen door een stenen exemplaar.

'Het ziet er schilderachtig uit, gelijk het daar ligt als in eene lijst gevat door de forsche stammen en de trotsche kruinen der beuken en linden. Weelderige klimplanten omhullen voor een deel den wat stijven en drukken voorgevel met zijn kleine kruisramen; jammer, dat zij ook de leelijke wit geverwde houten punt niet bedekken, die als klokken toren het gebouw ontsiert.'

Het zou de dominee plezieren te zien dat die houten spits verdwenen is. Een eenvoudig dakraam bekroont nu het middendeel van de gevel. De klimplanten zijn ook verwijderd, waardoor er weer vrij zicht op de kruisvensters is. En ach, zo lelijk is die gevel toch niet ?


Van binnen herbergt het kasteel nog 17e- en 18e eeuwse interieurdelen, waaronder een geheime deur, in de bibliotheek, die voorzien is van imitatie boekenruggen. Het park dat oorspronkelijk een 18e eeuwse aanleg had met een grand canal, is in 1834 door J. D. Zocher jr opnieuw ingericht in landschapsstijl.

Tot de 19e eeuwse nieuwigheden behoort een ijskelder die je kunt zien liggen als je aan de overkant van de Lange Linschoten richting Oudewater rijdt. Hierin werd in de winter ijs gelegd dat weliswaar in de zomermaanden langzaam smolt, maar er toch voor zorgde dat etenswaren gekoeld konden worden. Tegenwoordig zijn dergelijke oude kelders, die er meer uitzien als bunkers, ingegraven in de aarde, geliefde schuilplaatsen voor vleermuizen.

Ten tijde van Craandijk was het huis nog in handen van nazaten van de familie van Strick Linschoten, maar werd door hen niet meer bewoond. Tegenwoordig wordt het beheerd door de Stichting tot behoud van het landgoed Linschoten. Craandijk mijmert er nog wat over de '…eenzaamheid der verlatene hofstede…'. Hij zou er '…willen droomen, uren lang, als de tijd maar evenzeer stilstond als de klok op het huis…'. Maar zo is het helaas niet, we moeten verder.

Voor het gesloten hek is net genoeg ruimte om de auto te keren. We rijden het smalle weggetje weer terug, steken bij de brug de rivier over en slaan rechtsaf richting Oudewater. Dominee Craandijk wandelde rechtdoor naar Montfoort, maar merkte op: 'Tusschen Linschoten en Montfoort is weinig merkwaardigs te zien.' En in Oudewater is dat zeker wel het geval.

Let op:  Het is niet (meer) toegestaan om met de auto tot het toegangshek te rijden! Het laatste stukje vanaf de parkeerplaats tot het hek is alleen te voet of per fiets te bereiken! (zie reactie hieronder...)


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.

Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Kastelengids van Nederland - Doriann Kransberg en Hans Mils - 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997

Men organiseert maandelijks wandelingen op landgoed Linschoten, zie daarvoor de website www.landgoedlinschoten.nl

Website van de gemeente Montfoort: www.montfoort.nl

Meer informatie over wandelingen en activiteiten rondom Linschoten en Montfoort vind je op www.struinenenvorsen.nl en www.groenehart.nl

Locatie Linschoten op Googlemaps

Linschoten op Wikipedia 

Kasteel Linschoten op Wikipedia 


woensdag 10 april 2013

Het groene hart 4 – Linschoten, je waant je in een andere tijd...


De kortste weg van Woerden naar Linschoten is langs het station over de N212, een provinciale weg die het hier rechtgetrokken riviertje de Korte Linschoten volgt. Op mijn topografische kaart staat een andere, vermoedelijk oudere, weg aangegeven, via het gehucht Kromwijk, langs de Polder Middeland en het dorpje Polanen.



Dominee Craandijk wandelde hier in de zomer van 1874 en prijst het heerlijke weer: 'Gelukkig ! Bij een scherpen oostenwind, als het "baksteenen" vriest, op een dier ontelbare dagen in het jaar, als de vinnige noordwester ons den killen regen in 't aangezicht jaagt (…) zou 't hier bar genoeg kunnen zijn.'

In december 2002 is het dat inderdaad wel een beetje, maar Gerard en ik zijn inmiddels weer warm, de verwarming staat aan in de auto en we reizen comfortabel genoeg. Maar mijn kaart blijkt verouderd. De Middelandse polder is volgebouwd met fabrieken en bedrijfspanden. Van het dorpje Polanen vinden we niets terug.

Craandijk rept van een '…groote boerderij, die terstond den indruk maakt van "wat meer dan regt toe" te zijn. Het is dan ook een overblijfsel van het voormalige kasteel Wulverhorst…'.

We zien wel een paar grote boeren hoeves en een ervan heeft een paar fraaie gemetselde pilaren aan weerszijden van de inrit staan, maar in mijn documentatie kan ik over Wulverhorst niets terugvinden. Wel worden twee boerderijen genoemd, 'Ouders vrucht' en 'Leeuwenstein', met bakstenen hekpijlers voorzien van wapenschilden, maar die worden niet in verband gebracht met het verdwenen kasteel.


We rijden onder de A12 door en komen al snel de nieuwbouw rond Linschoten tegen. We volgen een bordje dat richting centrum wijst en belanden op een smalle weg langs het riviertje. We passeren een witgeschilderde houten voetgangersbrug, die volgens de monumentengids een 'kwakel', of een 'hoge boom', genoemd wordt. Dergelijke bruggen kwamen hier vanaf de middeleeuwen al voor. Maar zo oud is deze niet.

Links en rechts van het water staan leuke, historische panden. Een ervan heeft zelfs een theekoepel, uit het eind van de 18e eeuw, in de tuin. De huidige eigenaar heeft er zijn fiets in gezet. Het oorspronkelijke huis moest in 1917 plaats maken voor het nieuwe raadhuis naar ontwerp van J. Dullaart. Inmiddels hoort Linschoten bij de gemeente Montfoort en is in het raadhuis een restaurant gevestigd.

Tegenover de volgende brug, op de parkeerplaats van een supermarkt, zetten we de auto neer. We wandelen wat rond op zoek naar mooie plekjes voor Gerard om te fotograferen. Die zijn er genoeg. Momenteel is Linschoten een beschermd dorpsgezicht, ook al vond Craandijk er niet veel aan: 'Van het dorp zelf weet ik niet veel bijzonders te verhalen. Het ziet er frisch en goed onderhouden uit.'

Schilderachtig noemt hij het nog wel en hij vermeldt de scheve kerktoren en dat de kerk in 1482 in brand is gestoken omdat er zich een groep Montfoortse plunderaars in verschanst had. Maar: 'In Linschoten is verder niet veel te zien.'

Het kan zijn dat het aan het eind van de 19e eeuw in ons land wemelde van dit soort dorpjes, maar voor de moderne reiziger is het toch tamelijk uitzonderlijk om zo'n ongeschonden dorpskern aan te treffen. Rondom het kleine kerkje dat op een kleirug langs het riviertje ligt en waarvan de toren inderdaad vervaarlijk voorover helt, is een aantal straatjes en steegjes met charmante oude huizen.


Bij de brug staat de herberg 'Het wapen van Linschoten en Snelrewaard', die van 1585 tot 1919 ook als rechthuis dienst deed. De oude, 16e eeuwse, onderkelderde gerechtskamer ligt aan de rivierkant van het verder grotendeels 18e eeuwse pand. Het huis aan de andere kant van de brug is vermoedelijk eveneens deels 16e eeuws, maar ook dat is in later tijden flink verbouwd. De panden aan de Dorpsstraat dateren verder merendeels uit de 19e eeuw. Voor Craandijk was dat dus nieuwbouw en waarschijnlijk zo oninteressant als voor ons de architectuur van Leidsche Rijn of Nieuwegein.

Gerard en ik wandelen een eindje de Dorpsstraat door. Moderne winkels ontbreken hier helemaal, waardoor je je in een andere tijd waant. We benutten de kwakel om terug aan de overkant van het riviertje te komen en stappen weer in de auto. Het volgende doel is het kasteel Linschoten dat vlak buiten het dorp aan de Lange Linschoten ligt.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.

Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Kastelengids van Nederland - Doriann Kransberg en Hans Mils - 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997.

Linschoten op Wikipedia 

Informatie over Linschoten op www.linschoten.nu

Locatie Linschoten op Googlemaps


woensdag 27 maart 2013

Het groene hart 3 - Het Arsenaal en de kaasmarkt in Woerden


Huiverend lopen Gerard en ik om de kerk heen in de richting van de Nieuwe Markt. Volgens mijn plattegrond moet hier ergens Het Arsenaal staan. Zoals we bij het kasteel al hebben gezien heeft Woerden ook in militair opzicht het een en ander meegemaakt. In de 14e eeuw kreeg het stadsrechten en rond 1370 werden de eerste versterkingen, een aarden wal en een gracht, rond de stad aangelegd. Omstreeks 1450 kwam er een stenen muur met uitkijktorens en drie stadspoorten.

Dominee Craandijk verhaalt van schermutselingen tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten waarbij ook Woerden betrokken was: 'Zeker is het, dat zij bij de laatste wanhopige worsteling der Hoekschen, in 1481 door den wakkeren Jan van Montfoort overrompeld en genomen werd. Hij hield het twee jaren, maar uiteindelijk was Maximiliaan van Oostenrijk hem te sterk. Hertog Albrecht van Saksen hernam haar in 1490. Die van Utrecht bleven het omliggende land met strooptogten kwellen.(…) Zo had de grensvesting ruim haar deel in de rampen van den grensoorlog, die onophoudelijk onze gewesten teisterde.'


In 1575 - '76 werd Woerden belegerd door Spaanse troepen. 'Het beleg was lang en streng, broodgebrek en geldgebrek begonnen te heerschen. Gelukkig bragt de hoog gezwollen Rijn er een overvloed van visch…' De stad hield uiteindelijk stand.

In 1672 werd Woerden wel bezet door de Fransen en ging een deel van het centrum in vlammen op. Bij de daaropvolgende herstelwerkzaamheden kreeg de stad zijn huidige plattegrond, in de vorm van een onregelmatige, zespuntige ster. Er werden bastions aangelegd en Woerden werd opgenomen in de Hollandse Waterlinie.

In 1813 werd de stad nog lastig gevallen door de zich terugtrekkende troepen van Napoleon: 'Alles werd geplunderd, lijfsieraden werden den inwoners met geweld afgerukt, zij zelven gedwongen hunne kisten te openen, hun kostbaarheden aan te wijzen en te helpen bij het inpakken en vervoeren ervan.'

Vanaf 1873 werden de bastions weer gesloopt, alleen bij de molen, aan de zuidkant van het centrum en aan de noordkant, waar twee bastions in gebruik zijn als begraafplaats, is de oude walhoogte bewaard gebleven. Bij de twee noordelijke bastions is de binnenste singel ook behouden. De buitenste singel is nog in zijn geheel aanwezig.


Het eerste gebouw dat we abusievelijk voor het Arsenaal aanzien is in werkelijkheid de voormalige kazerne uit 1791. Het forse, grijze gebouw is momenteel in gebruik als politiebureau. We zien al snel onze vergissing in en vinden het Arsenaal vlak voor onze neus, op de hoek van de kaasmarkt aan de Hoge Woerd. Het is een vierkant gebouw, met grote rondboogpoorten, uit 1762. De poorten worden geflankeerd door rechtop in de grond gestoken kanonslopen, die dienstdoen als schamppalen en zo voorkomen dat in en uit rijdende karren de poortdoorgangen zouden beschadigen.

Het Arsenaal is momenteel in gebruik als partycentrum, voor feesten 'van 20 tot 800 personen'. Een paar jaar geleden ben ik hier eens geweest mijn vrouw. Het bedrijf waar ik werkte had er een feest georganiseerd, in western stijl, met bedienend personeel in cowboypakken, Amerikaans bier, hamburgers en linedancing.

Naast het Arsenaal staat een merkwaardig gedenkteken, een vierkant huisje met een bel erin. Op een van de zijkanten is een plaquette met een gedicht aangebracht:

'Die alles wil wat de ogen zien - Die handel drijft op het woord misschien - Die onbetaald zijn goed vertrouwd - Die niet nauwkeurig boeken houdt - Die zelden rekent, zelden schrijft - Een wonder als hij koopman blijft.'

Op een andere zijde staan, met schoolkrijt geschreven, de laatste prijsnoteringen voor de Woerdense kaasmarkt: '4,60 tot 4,70 per kilo. Handel kalm.' Het huisje is geplaatst in 1925 toen de kaasmarkt 40 jaar bestond.


Klappertandend lopen we terug naar de auto, onderwijl op zoek naar een café en een kop warme koffie. Een verwarde man komt ons luid bellend tegemoet fietsen, zijn blonde dreadlocks wapperend in de koude wind. Het eerste café waar we binnen stappen blijkt nog niet open te zijn, maar de waard verwijst ons naar een volgende drankgelegenheid die recht tegenover de parkeerplaats blijkt te liggen. Daar warmen we ons wat op, stuurs aangestaard door een paar stamgasten die al aan het bier en het biljart zijn.

De man met de dreadlocks komt weer bellend voorbij. Men schijnt hem te kennen want er worden wat snerende opmerkingen gemaakt. Na een vluchtige blik op de landkaart verlaten we Woerden en zoeken we de weg naar Linschoten.


Ps: De 'verwarde man', die ons met wapperende dreadlocks tegemoet kwam fietsen, blijkt Cor van Gulik te zijn geweest. Een plaatselijke bekendheid waaraan o.a. een Hyvespagina is gewijd: corvgulik.hyves.nl/

Cor is inmiddels helaas overleden.

Een lezeres van het Volkskrantblog schreef: 'Cor van Gulik was een heel bijzondere man. Over hem zou ook een boek geschreven kunnen worden. Bij scouting Woerden is er ook een speciale Cor van Gulik groep.'


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Kastelengids van Nederland - Doriann Kransberg en Hans Mils - 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997.

Links:


Woerden op Wikipedia

Het kasteel op Wikipedia 

Locatie Woerden op Google-maps 


Oude foto's en historische informatie is te vinden bij Streekarchief Rijnstreek en Lopikerwaard


Zie ook Beleef Woerden