woensdag 27 maart 2013

Het groene hart 3 - Het Arsenaal en de kaasmarkt in Woerden


Huiverend lopen Gerard en ik om de kerk heen in de richting van de Nieuwe Markt. Volgens mijn plattegrond moet hier ergens Het Arsenaal staan. Zoals we bij het kasteel al hebben gezien heeft Woerden ook in militair opzicht het een en ander meegemaakt. In de 14e eeuw kreeg het stadsrechten en rond 1370 werden de eerste versterkingen, een aarden wal en een gracht, rond de stad aangelegd. Omstreeks 1450 kwam er een stenen muur met uitkijktorens en drie stadspoorten.

Dominee Craandijk verhaalt van schermutselingen tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten waarbij ook Woerden betrokken was: 'Zeker is het, dat zij bij de laatste wanhopige worsteling der Hoekschen, in 1481 door den wakkeren Jan van Montfoort overrompeld en genomen werd. Hij hield het twee jaren, maar uiteindelijk was Maximiliaan van Oostenrijk hem te sterk. Hertog Albrecht van Saksen hernam haar in 1490. Die van Utrecht bleven het omliggende land met strooptogten kwellen.(…) Zo had de grensvesting ruim haar deel in de rampen van den grensoorlog, die onophoudelijk onze gewesten teisterde.'


In 1575 - '76 werd Woerden belegerd door Spaanse troepen. 'Het beleg was lang en streng, broodgebrek en geldgebrek begonnen te heerschen. Gelukkig bragt de hoog gezwollen Rijn er een overvloed van visch…' De stad hield uiteindelijk stand.

In 1672 werd Woerden wel bezet door de Fransen en ging een deel van het centrum in vlammen op. Bij de daaropvolgende herstelwerkzaamheden kreeg de stad zijn huidige plattegrond, in de vorm van een onregelmatige, zespuntige ster. Er werden bastions aangelegd en Woerden werd opgenomen in de Hollandse Waterlinie.

In 1813 werd de stad nog lastig gevallen door de zich terugtrekkende troepen van Napoleon: 'Alles werd geplunderd, lijfsieraden werden den inwoners met geweld afgerukt, zij zelven gedwongen hunne kisten te openen, hun kostbaarheden aan te wijzen en te helpen bij het inpakken en vervoeren ervan.'

Vanaf 1873 werden de bastions weer gesloopt, alleen bij de molen, aan de zuidkant van het centrum en aan de noordkant, waar twee bastions in gebruik zijn als begraafplaats, is de oude walhoogte bewaard gebleven. Bij de twee noordelijke bastions is de binnenste singel ook behouden. De buitenste singel is nog in zijn geheel aanwezig.


Het eerste gebouw dat we abusievelijk voor het Arsenaal aanzien is in werkelijkheid de voormalige kazerne uit 1791. Het forse, grijze gebouw is momenteel in gebruik als politiebureau. We zien al snel onze vergissing in en vinden het Arsenaal vlak voor onze neus, op de hoek van de kaasmarkt aan de Hoge Woerd. Het is een vierkant gebouw, met grote rondboogpoorten, uit 1762. De poorten worden geflankeerd door rechtop in de grond gestoken kanonslopen, die dienstdoen als schamppalen en zo voorkomen dat in en uit rijdende karren de poortdoorgangen zouden beschadigen.

Het Arsenaal is momenteel in gebruik als partycentrum, voor feesten 'van 20 tot 800 personen'. Een paar jaar geleden ben ik hier eens geweest mijn vrouw. Het bedrijf waar ik werkte had er een feest georganiseerd, in western stijl, met bedienend personeel in cowboypakken, Amerikaans bier, hamburgers en linedancing.

Naast het Arsenaal staat een merkwaardig gedenkteken, een vierkant huisje met een bel erin. Op een van de zijkanten is een plaquette met een gedicht aangebracht:

'Die alles wil wat de ogen zien - Die handel drijft op het woord misschien - Die onbetaald zijn goed vertrouwd - Die niet nauwkeurig boeken houdt - Die zelden rekent, zelden schrijft - Een wonder als hij koopman blijft.'

Op een andere zijde staan, met schoolkrijt geschreven, de laatste prijsnoteringen voor de Woerdense kaasmarkt: '4,60 tot 4,70 per kilo. Handel kalm.' Het huisje is geplaatst in 1925 toen de kaasmarkt 40 jaar bestond.


Klappertandend lopen we terug naar de auto, onderwijl op zoek naar een café en een kop warme koffie. Een verwarde man komt ons luid bellend tegemoet fietsen, zijn blonde dreadlocks wapperend in de koude wind. Het eerste café waar we binnen stappen blijkt nog niet open te zijn, maar de waard verwijst ons naar een volgende drankgelegenheid die recht tegenover de parkeerplaats blijkt te liggen. Daar warmen we ons wat op, stuurs aangestaard door een paar stamgasten die al aan het bier en het biljart zijn.

De man met de dreadlocks komt weer bellend voorbij. Men schijnt hem te kennen want er worden wat snerende opmerkingen gemaakt. Na een vluchtige blik op de landkaart verlaten we Woerden en zoeken we de weg naar Linschoten.


Ps: De 'verwarde man', die ons met wapperende dreadlocks tegemoet kwam fietsen, blijkt Cor van Gulik te zijn geweest. Een plaatselijke bekendheid waaraan o.a. een Hyvespagina is gewijd: corvgulik.hyves.nl/

Cor is inmiddels helaas overleden.

Een lezeres van het Volkskrantblog schreef: 'Cor van Gulik was een heel bijzondere man. Over hem zou ook een boek geschreven kunnen worden. Bij scouting Woerden is er ook een speciale Cor van Gulik groep.'


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Kastelengids van Nederland - Doriann Kransberg en Hans Mils - 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997.

Links:


Woerden op Wikipedia

Het kasteel op Wikipedia 

Locatie Woerden op Google-maps 


Oude foto's en historische informatie is te vinden bij Streekarchief Rijnstreek en Lopikerwaard


Zie ook Beleef Woerden 


maandag 18 maart 2013

Het groene hart - 2 - Woerden, kasteel, kerk en stadhuis

Hoewel het echte winterweer nog moet komen is het op de eerste zondag van december al behoorlijk koud. Een gure wind blaast ons om de oren als we de stille straat oversteken naar het kasteel van Woerden. Gerard draagt zijn fototas en beklaagt zich dat hij geen dikkere jas heeft aangedaan. Ik draag een lekker windjack maar bedenk me dat ik het plattegrondje van de stad, dat ik thuis gekopieerd heb, in de auto heb laten liggen.



Ik keer terug om het op te halen en als ik weer tegenover het kasteel sta kan ik Gerard niet meer vinden. Er van uitgaande dat hij wel weer op zal duiken neem ik de omgeving eens rustig in me op. Links van me is een brug over de stadsgracht. Als we die over zouden steken komen we bij het station. Dat is overigens niet meer het station waar dominee Craandijk in 1874 uit stapte. Hij vermeldt:'…een houten station…' en '…een dito stationskoffijhuis…'. In 1913 kwam een nieuw stationsgebouw gereed, van rode baksteen, versierd met witte en gele, geglazuurde stenen in Jugendstil-motieven.

Voor me ligt het kasteel. Het heeft een vierkante plattegrond, met op elke hoek een lage toren en midden in de brede voorgevel, een hoog poortgebouw dat een klein stukje uitspringt. Drie van de hoektorens zijn rond, twee zijn weinig meer dan een onderbouw, een is iets hoger en heeft een achtkantig dak. De vierde toren is rechthoekig en voorzien van gevangeniscellen.


Het gebouw deed lang dienst als gevangenis, maar was ook artillerie-opslagplaats en tot 1986 militair kledingmagazijn. Het is door hertog Jan van Beieren gesticht, aan het begin van de 15e eeuw. Maar het is niet het eerste kasteel van Woerden, dat stond vermoedelijk midden in de binnenstad en kwam voort uit een door Floris V gebouwd steenhuis.

Het was Floris' bedoeling om het zo de bisschop van Utrecht lastig te maken, maar de heren van Woerden keerden zich tegen hem. Herman van Woerden was een van de edelen die betrokken waren bij de moord op de Hollandse graaf in 1296.

De geschiedenis van Woerden gaat nog veel verder terug. De Romeinen hadden hier, aan de noordgrens van hun rijk, een fort, het castellum Laurum. Men heeft bij opgravingen resten van houten kaden en schepen gevonden, maar hoe het fort er precies uitzag is nog onbekend.

Inmiddels is Gerard weer terug, hij was een stukje richting station gewandeld, om een beter uitzicht op het kasteel te krijgen. Samen lopen we de Rijnstraat in die met een ruime bocht, de oude loop van de rivier volgend, het stadje doorsnijdt.

Eerst komen we langs de Rooms-katholieke st. Bonaventurakerk, een groot neogotisch bouwwerk waar de gelovigen net de mis beëindigd hebben. Niet ver daar vandaan springt een ander gebouw in het oog, een rijk gedecoreerd pakhuis met grote deuren in de gevel. Er is een Chinees restaurant in gevestigd en volgens de gevelsteen zou het uit 1845 stammen.

Als ik het thuis nazoek blijkt het een voormalig kaaspakhuis te zijn dat in werkelijkheid in 1890 gebouwd is. Dat is ook geloofwaardiger omdat er pas in 1885 een kaasmarkt in Woerden werd opgericht. Een paar huizen verder staat een soortgelijk pakhuis, alleen wat eenvoudiger uitgevoerd. De kaasindustrie was lange tijd belangrijk voor Woerden, we zullen daar later nog meer van merken.


De weg klimt een beetje en na een honderdtal meters slaan we linksaf de Kerkstraat in. Zo komen we bij de oude hervormde kerk, een laat-gotisch godshuis waarvan de toren omstreeks 1375 is gebouwd. De rest dateert uit de 15e eeuw en vervangt een oudere, vermoedelijk tufstenen kerk.

De show wordt hier echter gestolen door het, ernaast gelegen, voormalige stadhuis. Craandijk was er ook van onder de indruk: 'De voorgevel van het stadhuis vormt een schilderachtig tafereeltje (…). Het bovendeel van den gevel is van het jaar 1617, het benedenstuk dagteekent van 1555. De top, waar het beeld der gerechtigheid prijkte in een nis tusschen twee platte pilasters onder een frontespies, is verdwenen, evenals de stoep (…). Maar de "kaak" bestaat nog, de korte, tamelijk dikke zuil, waarop de boeteling stond als op een piedestal, om hals en armen vastgehouden door de ijzers, die nog in den muur zijn bevestigd.'

Inmiddels is de gevel gereconstrueerd en prijkt Justitia weer in de top. De meeste indruk wekt echter de raampartij op de eerste verdieping, die uit zes aan elkaar gekoppelde kruisvensters bestaat en daarmee de hele breedte van het pand beslaat. Aan de zijkant staat nog een aardige zeskantige traptoren met in de spits een luiklokje.

Het pand was in gebruik als stadhuis tot 1890, daarna als kantongerecht en sinds 1933 is het stadsmuseum er gevestigd. Binnen zijn onder andere Romeinse vondsten te zien. Maar op deze koude zondag is het gesloten. Het kasteel dat gevangenis was, het stadhuis annex gerechtsgebouw met de schandpaal, we zullen nog meer voorbeelden van historische rechtspleging tegen komen op onze tocht.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Kastelengids van Nederland - Doriann Kransberg en Hans Mils - 1979; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997.

Links:


Woerden op Wikipedia

Het kasteel op Wikipedia 

Locatie Woerden op Google-maps 

Zie ook Beleef Woerden 


donderdag 7 maart 2013

Het groene hart - 1 - Op weg naar Woerden


In 1874 wandelde dominee Jacobus Craandijk langs Woerden, Linschoten, Montfoort en IJsselstein, door het gebied dat we nu 'Het groene hart' noemen. Hij begint zijn reisverslag met een opmerking over de rijkdom van deze streek: 'Wij gaan een togt maken naar een drietal kleine, maar belangrijke steden, in de historie van Holland en het Sticht ten naauwste betrokken, eens sterke grensplaatsen met haar geduchte burchten, tooneelen van al de wisselvalligheden van den grensoorlog, beurtelings kloek verdedigd en dapper bestormd, gewonnen en verloren, plat gebrand en herbouwd…'

Kasteel Woerden

De dominee doelt hierbij op de middeleeuwse schermutselingen tussen de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland. Steden als Woerden en Oudewater wisselden een aantal keer van eigenaar. De laatste keer bij een provinciale herindeling aan het eind van de 20e eeuw, toen ze (definitief ?) bij de provincie Utrecht kwamen.

Vóór de middeleeuwen was het in deze streek ook onrustig omdat de grens van de Romeinse veroveringen hier liep. En na het vertrek van de Romeinen ruzieden de Franken en de Friezen over de zeggenschap over het gebied rond de oude Rijn.


Craandijk beklaagt zich er over dat de moderne vervoermiddelen, in zijn geval de trein, niet meer door de oude stadjes rijden, maar er langs. Vroeger, toen men nog met de postkoets reisde, was dat heel anders. 'De diligence van den Haag op Utrecht, vice versa, reed Woerden door en wisselde er van paarden. Dat was de grootste gebeurtenis van den dag. Wat hebben onze plattelandsstadjes met de diligence niet verloren !'

Het is er in de afgelopen eeuw alleen maar erger op geworden. Na de spoorweg kwam de snelweg en het meeste verkeer scheurt nu op ruime afstand aan de bebouwing voorbij. Op veel plaatsen is het landschap aan het oog onttrokken door geluidschermen en alleen op plaatsen waar de weg langs weilanden voert kun je nog wel eens iets van de omgeving zien.

Natuurlijk is het voor de bewoners van die oude stadjes en schilderachtige dorpen wel prettig dat niet alle snelverkeer door de bebouwde kom hoeft, maar de toerist in eigen land kan beter de snelweg links laten liggen en de oudere routes kiezen. Toen Gerard en ik op een koude zondagochtend in december naar Woerden reden maakten we de verstandige keuze om de snelweg al bij de Meern te verlaten.

Komende vanuit Utrecht passeer je, op de A12 richting Den Haag, na de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal, eerst de uitgestrekte nieuwbouw van Leidsche Rijn. Een nieuwe stad in aanbouw, achter een hoge geluidwerende wal. Na afslag de Meern en een kleine omleiding door een wijkje met gloednieuwe kantoorpanden komen we bij de rivier zelf.

Een paar honderd meter later halen we opgelucht adem. Het is koud en grijs buiten, het stroompje is al in de 12e eeuw helemaal rechtgetrokken en herinnert in niets aan de machtige grensrivier die het ooit geweest moet zijn. Maar het uitzicht is er buitengewoon prettig. Mooie boerderijen, van behoorlijk oud en schilderachtig tot modern en fris, staan in groene weilanden, met wilgen langs de sloten, zover het oog reikt.


Na een kilometer of drie komt een eerste bocht en even later doemt Harmelen op. Een aardig dorp met een vroegmiddeleeuwse oorsprong. Men verklaart de naam als een samenstelling van 'her', dat leger betekent, denk aan 'heerschaar', en 'malen' dat op een verzamelplaats zou duiden. Harmelen zou dus, in de vroege middeleeuwen, een legerplaats zijn geweest.

Een stukje buiten het dorp staat het huis Harmelen waarvan de grondvesten in de 13e eeuw gelegd zijn. We werpen er vanuit de verte een blik op. Het aardige dorpscentrum kunnen we ook niet meer dan een vluchtige blik gunnen. Ons doel is Woerden.

De weg volgt nu de ruime slingers van de Rijn en na een paar gehuchten met namen als Haanwijk, Putkop en Geestdorp bereiken we de buitenwijken van Woerden. Om half elf parkeren we de auto tegenover het kasteel. Een groot bord maakt duidelijk dat er kantoorruimte in het slot te huur is *). Een spandoek eronder laat weten dat Sinterklaas er tijdelijk zijn hoofdkwartier heeft.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.


Tekening: Gerard Kuit

*) Op de website van makelaar DTZ was te lezen dat er in het kasteel 3195 m2 kantoorruimte te huur was voor € 324.453,- exclusief BTW. Wie geïnteresseerd was kon zich rond laten leiden. Inmiddels wordt het kasteel geëxploiteerd als restaurant en zalencentrum, zie: kasteel Woerden 

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997; Website van de gemeente Woerden .

Links:

Harmelen op Wikipedia 

Woerden op Wikipedia

Het kasteel op Wikipedia 

Locatie Woerden op Google-maps 

donderdag 21 februari 2013

De Langbroeker Wetering 12 – Kasteel Broekhuizen bij Leersum


De Langbroeker Wetering, loopt bij Overlangbroek dood, maar de weg gaat nog een eind verder rechtdoor en Gerard en ik slaan, op de t-splitsing aan het eind, linksaf. De weg heet hier de Amerongerwetering, maar hij voert ons naar Leersum. Voor we dat dorp bereiken slaan we weer linksaf en over een aangenaam weggetje, langs de uitlopers van de Leersumse bebouwde kom, komen we uit halverwege de oude oprijlaan naar het buitengoed Broekhuizen (soms ook geschreven als Broekhuisen).



Broekhuizen is een van de indrukwekkendste buitenplaatsen van de Utrechtse heuvelrug en het is dan ook een beetje vreemd dat de meeste reizigers van vroeger dagen het links lieten liggen. Dominee Craandijk noemt het wel, maar hij was op de terugweg vanuit Amerongen en moest zich haasten '…want station Driebergen ligt nog op grooten afstand en de stoomtram rijdt nog niet naar Doorn.'

Wie er wel tijd voor heeft beveelt hij de omweg naar Broekhuizen aan: '…met zijn prachtige bordes…'. Ook noemt hij het grafmonument in de vorm van een uitkijktoren, op de Donderberg ten noorden van het dorp, dat door de familie van Nellesteyn, in de 18e eeuw de bewoners van Broekhuizen, gebouwd is.

Dat 'vreemde mausoleum' wordt ook beschreven door Jan Feith, die in 1908 met de auto door Nederland rijdt en daarvan verslag doet in de jubileumuitgave 'Ons eigen land' van de ANWB (toen dus al geen fietsersbond meer). Feith negeert het landhuis helemaal, maar dat kan misschien komen omdat het toen herbouwd werd, na een brand die het in 1906 grotendeels in de as legde. Gerard en ik besluiten in ieder geval om er te stoppen en het huis eens nader te inspecteren.


De oprijlaan met zijn hoge bomen begint onderaan de Donderberg, volgens Feith een van oorsprong Germaanse naam die naar Donar zou verwijzen, op het kruispunt van de doorgaande weg door Leersum, met die naar Maarsbergen. Na zo'n 500 meter kom je aan een groot smeedijzeren hek en daarachter begint het park van Broekhuizen. De weg die wij nemen kruist de oprijlaan bij het hek en gaat dan met een bocht om het park heen. Na weer 500 meter gaat de weg over een klein bruggetje en daar parkeren we de auto.

Vanaf de brug zien we het witgepleisterde huis liggen, een kant aan een ruime vijver, de andere kant uitkijkend op het park dat in 1820 door J.D.Zocher jr werd voltooid, naar oudere plannen van J.G.Michaël. Volgens het Handboek van Natuurmonumenten is het park een van de mooiste voorbeelden van de Engelse landschapsstijl in Nederland. Het heeft een onregelmatig gevormde waterpartij, met eilandjes daarin, slingerende paden tussen bossages, grasvelden en vooral veel monumentale beukenbomen.

Er staat een ruime Oranjerie in het park, gebouwd in neo-classicistische stijl, die aan een kant omsloten word door een kunstmatige heuvel. Van de beelden en vazen die het park sierden zijn nog twee wit marmeren sfinxen bewaard gebleven.


Het kasteel zelf, dat vermoedelijk op de plaats van een middeleeuwse voorganger staat, werd in 1794 in opdracht van de van Nellestyens gebouwd. In 1810 werd het al flink uitgebreid en voorzien van een imposante ingangspartij met een dubbele, gebogen trap, die naar het bordes leidt. Boven de kelderverdieping, met de keukens en werkvertrekken, zijn nog twee hoge verdiepingen die een interieur hebben in Lodewijk XVI-stijl.

Gerard en ik wandelen een stukje het park in maar ontdekken dat we niet echt dichtbij het huis kunnen komen. Na jarenlang in gebruik te zijn geweest door de Rijksoverheid, wordt het sinds enige tijd weer particulier bewoond. Bordjes met 'verboden toegang' erop houden al te nieuwsgierige wandelaars op afstand.

We bekijken dus maar de oude bomen die nogal geleden lijken te hebben onder de voorjaarsstormen en we inspecteren de voorzieningen ten behoeve van de paddentrek. Lage plastic hekjes leiden de paarlustige amfibieën naar emmers waarin ze opgevangen worden en geteld, alvorens ze veilig voor het autoverkeer de weg over gezet worden.

Na enige tijd stappen we weer in de auto en nemen de volgende afslag rechts. Een rustiek weggetje tussen de bossen leidt ons, langs 'de Kappel', het middeleeuwse rechthuis van de buurtschap Darthuizen, ook ooit eigendom van de van Nellesteyns, naar de doorgaande weg richting Doorn en Amersfoort.

Einde van deze reeks.


NB: Dit verhaal dateert uit 2002, de toestand ter plaatse kan veranderd zijn. Het is eerder verschenen in de Artishockberichten en op het Volkskrantblog.



Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; Jan Feith: Ons eigen land - tusschen Amsterdam en Arnhem, 1908; ENSIE lexicon 1952; F.W. van Gulick: Nederlandse kastelen en landhuizen, 1960; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

Links:

Website van kasteel Broekhuizen met veel foto's en info. 

Kasteel Broekhuisen op Wikipedia 

Leersum op Wikipedia 

Darthuizen op Wikipedia 



woensdag 13 februari 2013

De Langbroeker Wetering 11 - Overlangbroek en kasteel Zuilenburg



Overlangbroek is een kleine agrarische nederzetting ontstaan bij het kasteel Zuilenburg, zo vermeldt het standaardwerk 'Monumenten in Nederland'. Maar als je er nu doorheen rijdt, zou je hooguit op het idee komen dat er sprake is van een dorp, omdat er tussen de verspreid liggende boerderijen ineens een kerkje langs de weg staat. En het kasteel herken je alleen als je echt weet waarnaar je zoeken moet.

Overlangbroek lijkt in de afgelopen eeuwen niet veel gegroeid. De weg langs de Wetering is de enige weg in het dorp. Gerard en ik parkeren de auto tegenover de kerk, die gedeeltelijk in de steigers staat. Het is een simpel, eenbeukig, gepleisterd gebouw dat in de 19e eeuw nieuw opgetrokken is ter vervanging van een middeleeuwse voorganger.

De toren, die niet gepleisterd is, dateert uit de 15e eeuw en heeft een luiklok uit 1650. Aan de oostkant van het schip staat een lelijke aanbouw uit 1913. Alles bij elkaar klinkt het tamelijk onaantrekkelijk, maar die indruk maakt het helemaal niet. Eerder gemoedelijk en lieflijk en dat zal mede komen door de aantrekkelijke ligging van het, door hoge bomen omzoomde, kerkhofje.


In eerste instantie zien we het kasteel helemaal niet, terwijl het volgens de topografische kaart toch pal achter de kerk moet staan. We wandelen een stukje verder en ontwaren tussen de bomen een gebouw dat door zijn vorm opvalt. Het wordt aan een kant overgroeid door klimop maar daartussen kun je toch mooie roze baksteen zien.

Dat moet het zijn, besluiten we en als we nog wat doorlopen zien we dat het op een eilandje aan de Wetering lijkt te staan. Je kunt nu ook beter zien dat de muren oud zijn. In de oostgevel zitten twee grote kruisvensters met een klein bijna vierkant raampje ertussenin. Dit zijn ramen van de hoofdverdieping die aan de voorkant te betreden is via een trap. In de kelder zouden nog drie schietspleten zijn, maar die hebben we niet kunnen waarnemen.

Ridderhofstad Zuilenburg wordt voor het eerst genoemd in 1402 als bezit van de ridder Amelis Uten Eng. Halverwege de 17e eeuw is het nog steeds in eigendom van de familie Uten Eng maar daarna volgt er een hele reeks van adellijke eigenaren. In 1960 werd het bewoond door J.F. Baron van Hogendorp.


Van Gulick veronderstelt, in zijn boek 'Nederlandse kastelen en landhuizen', dat de aanleg van ook dit kasteel begonnen is met de bouw van een vrijstaande toren, een donjon zoals er zoveel langs de Wetering staan. Later is de toren omgebouwd tot een zogenaamd dubbel herenhuis. Dat zag eruit als twee hoge stadshuizen naast elkaar met de ingang in een van de lange zijkanten. Een mooi voorbeeld hiervan is het huis Oudaen, bij Breukelen aan de Vecht (niet te verwarren met het gelijknamige stadskasteel aan de oude gracht in Utrecht).

Bij Zuilenburg is de helft van het dubbele herenhuis later weer gesneuveld, zodat nu een enkel rechthoekig gebouw resteert. Rond 1960 stond het er vervallen bij. Van Gulick merkt op: 'Ondanks de verwaarloosde indruk, die Zuylenburg maakt, bezit het toch een niet te miskennen charme. Als het eens werd opgeknapt en weer voorzien van een buitentrap naar de verdieping, zou het een zeer aantrekkelijk en benijdenswaardige behuizing zijn.' De eigenaren zullen deze aanbeveling gelezen hebben want een paar jaar later is het kasteel precies zo gerestaureerd.

Gerard maakt een paar foto's en we stappen weer in. We zijn nu bijna aan het eind van de Langbroeker Wetering gekomen. Volgende keer het laatste deel van onze rondreis.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, de situatie ter plaatste kan veranderd zijn.

Tekening – Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; F.W. van Gulick: Nederlandse kastelen en landhuizen, 1960; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

Een oude tekeningvan Zuilenburg staat op Wikipedia

Bij het Wikipedia-artikel over Overlangbroek staat ook een foto van de kerk 

Meer info over Zuilenburg op Kastelen in Utrecht 



vrijdag 1 februari 2013

De Langbroeker Wetering 10 – Sandenburg, leien daken, torentjes en kantelen



Op loopafstand tegenover Walenburg, je hoeft eigenlijk alleen maar de weg schuin over te steken, ligt het fraaie landhuis Sandenburg. Vanaf de weg heb je goed zicht op het forse witte gebouw, dat rijkelijk toegerust is met leien daken, torentjes en kantelen.

Omdat we wel weer even de benen willen strekken en als onderzoekers naar de kastelen van de Wetering ook af en toe wat dieper moeten graven, besluiten we een poging te wagen om dit kasteel van dichtbij te gaan bekijken. We slaan een smal weggetje in waar weliswaar een bord 'Verboden toegang, uitgezonderd bestemmingsverkeer' bij staat, maar zoals Gerard terecht opmerkt: 'Wij zijn bestemmingsverkeer'.


Na een ruime bocht komen we bij een hek, waar we ook maar langs rijden, om op een ruime parkeerplaats te belanden. Daar stappen we uit en lopen wat vruchteloos rond. We hebben wel een bestemming, maar het is niet eenvoudig om er te komen. Het lijkt er op dat er een bedrijf op het terrein gevestigd is.

Een van de bijgebouwen wordt blijkbaar privé bewoond en een bordje verzoekt ons vriendelijk om niet door de tuin te lopen. Maar een duidelijke andere route is er ook niet. We zijn aan de grens van onze brutaliteit gekomen en stappen maar weer in de auto.


Het verging dominee Craandijk in 1883 niet veel beter: 'Bij afwezigheid van de eigenaar, graaf van Lijnden van Sandenburg, kunnen wij het inwendige niet bezigtigen en ons niet persoonlijk overtuigen of er, behalve het fraaije meubilair, dat in zulk een huis mag worden verwacht, nog merkwaardigheden van anderen aard zijn te vinden.'

Hij merkt op dat aan Sandenburg '…alles nieuw is te noemen.' En dat klopt, het huis was toen, net twintig jaar eerder, geheel opnieuw opgetrokken, in een neo-gotischestijl die wel de Tudorstijl genoemd wordt, naar het Engelse vorstenhuis dat die bouwtrant populair maakte. Maar van oorsprong is het wel een oud huis. Het werd al in de 14e eeuw genoemd en in de kern is waarschijnlijk nog middeleeuws muurwerk te vinden.

Craandijk noemt de graaf 'onze premier', maar Constant Theodore (1826-1885), anti revolutionair politicus, was geen minister-president. Wel minister van justitie, buitenlandse zaken en financiën. Een nazaat, mr dr F.C. Graaf van Lijnden van Sandenburg leidde van 1921 tot -25 een staatscommissie over de vaderlandse elektriciteitsvoorziening.

Ja, in dit grootse huis, volgens de dominee vormt het '…een rijk, maar wel wat overladen geheel…', hebben grote mannen geleefd. In het ruime, door tuinarchitect van Lunteren aangelegde park, staan nog een portierswoning, een oranjerie en een koetshuis. Het geheel is omgeven door een gracht.


Een stukje verder langs de Wetering staat, als contrast, een wel zeer bescheiden overblijfsel van een andere ridderhofstad. Een simpel vierkant poortgebouwtje overspant het water. Het heeft een eenvoudig pannendak en een zandstenen wapenschild. Hier achter lag ooit het huis Groenestein. 'Op het eikenplein daarachter ligt een boerenwoning (…). Gesloopt is het groote huis met zijn lagen vierkanten toren…'.

Nog wat verderop komen we aan een kruispunt. Linksaf gaat de weg naar Darthuizen, rechts naar Wijk bij Duurstede, rechtdoor en we komen in Overlangbroek. De dominee eet er wat in de inmiddels gesloten herberg: 'De snede brood met kaas en het glas bier voldoen aan de verwachting en de bediening is volgens belofte "prompt en vlug."'

We kunnen het helaas niet nadoen en rijden rechtdoor naar Overlangbroek en het laatste kasteel aan de Wetering.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, de situatie ter plaatste kan veranderd zijn.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.


Meer informatie is te lezen op de site van gemeente Wijk bij Duurstede 


Klik voor een luchtfoto van Googlemaps op deze link 

donderdag 24 januari 2013

De Langbroeker Wetering 9 - Nederlangbroek en Walenburg

De fraaie woontoren van Lunenburg staat vlak bij het kruispunt van de Langbroeker Wetering met de weg van Doorn naar Cothen. We steken over en komen direct in de kern van het dorp Nederlangbroek. Samen met het wat verderop gelegen Overlangbroek vormde dit lange tijd de gemeente Langbroek.

De Prisma's 'Lexicon van dorpen en steden' zegt dat er in 1983 bijna tweeduizend inwoners waren, die in hun levensonderhoud voorzagen middels tuinbouw en enige industrie. Na recente gemeentelijke herindeling valt het dorp nu onder Wijk bij Duurstede.

Dominee Craandijk slaakt, na al het doorstane kastelengeweld langs de Wetering, de verzuchting dat: 'In Langbroek - wij zouden haast zeggen: "gelukkig" niets te zien is. Vriendelijk ligt de kerk met haar torenspits op het pleintje bij het kruispunt der wegen, maar van binnen heeft zij niets bijzonders.'

Zo is het nu na ruim 100 jaar nog steeds. Er zijn een paar huizen bijgebouwd, op wijkbijduurstede.nl geeft de gemeente, in het voorjaar van 2002, als bevolkingsaantal voor Langbroek het cijfer 2066, maar verder ligt het dorp nog even rustig en onopvallend langs de doorgaande weg *).

Het is gesticht na het graven van de wetering in de 12e eeuw. Toen is ook de eerste kerk van Overlangbroek gebouwd, het huidige exemplaar is deels 15e- deels 19e eeuws. De meeste woningen dateren van rond of na 1900, maar toch is Langbroek beschermd dorpsgezicht. Dat zal wel door de kastelen komen.


We zijn het dorp nauwelijks uit of het volgende fraaie voorbeeld dient zich al weer aan: Walenburg, in aanleg weer zo'n typsiche Langbroekerweteringse, alleenstaande toren. Omdat er in deze buurt zo veel staan raak je een beetje afgestompt. Maar stellen we ons nu eens voor dat dit bouwwerk bij ons, in Soest, bij de Kleine Melm aan de Eem zou staan. Omgeven door donker geboomte, met zijn stoere uiterlijk, verweerde muren met maar een paar kleine raampjes. We zouden er elke dag likkebaardend naar gaan kijken en ons trots op de borst kloppen om onze prachtige woontoren.

Helaas: hij staat in Langbroek. Niet dat de Langbroekers dat niet waarderen, maar jammer is het wel. Persoonlijk vind ik Walenburg misschien wel de mooiste toren van het hele stel. Dat maakt jaloers.


Maar ter zake: 'Voor ons ligt het donkere bosch van Sandenburg, dat zich ver in de rigting van de grooten straatweg uitstrekt en waartegen de rieten daken van schuren en hooibergen geestig afsteken.' Ja, ten tijde van Craandijk was het allemaal nóg mooier, dat weten we nu onderhand wel.

Maar de Walenburg stond er toen minder florissant bij, dat is dan weer in ons voordeel. 'Spoedig hebben wij nevens ons een laantje van sparren en jonge eiken en daarbij, in het akkerland, weer een van die kunstlooze vierkante torens (…). 't Gebouw ziet er tamelijk vervallen uit en wordt tegenwoordig alleen door duiven bewoond.'

De rond 1250 gebouwde toren, ooit het slot '…der heren Proijs en later de Ridders…' werd door de toenmalige eigenaar, de graaf van Lijnden van Sanderburg, zo'n beetje aan z'n lot overgelaten. Over zijn geschiedenis is niet veel bijzonders te vertellen behalve dat er een enorme reeks van eigenaren was voor het in 1803 gekocht werd door de van Lijnden van Sandeburgs.

Met zekerheid was er al sinds de 16e eeuw een huis, of misschien een flinke schuur, tegen de toren aangebouwd, die verder dezelfde indeling heeft als de eerder besproken Lunenburg. Een overwelfde kelder, die oorspronkelijk niet toegankelijk vanaf de begane grond, met daarboven een paar woonvertrekken.

In de tweede wereldoorlog leegden de Duisters de met zandgevulde kelders om ze als schuilkelder te kunnen inrichten, maar gelukkig werd Walenburg niet gebombardeerd, zoals Lunenburg. Na de bevrijding was de toren onder meer in gebruik als hammenrokerij en bonendrogerij.

In 1965 werd de toren gerestaureerd door E.A.Canneman, architect bij de Rijks Monumentenzorg, daarbij werd het bouwvallige huis bijna geheel opnieuw opgetrokken. Walenburg staat op een door een gracht omringd eiland. Op een tweede eiland is een door de vrouw van de restauratie-architect, E. Canneman - Philipse, ontworpen tuin aangelegd. Later huurden de Cannemannetjes de toren en gingen er wonen. De bofkonten…


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002. De situatie ter plekke kan veranderd zijn...


Tekening: GerardKuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

*) Volgens de website van de gemeente Wijk bij Duurstede staat momenteel het inwonertal van Langbroek op 2071 .

Op dezelfde site ook een pagina over Walenburg

Zie ook Wikipedia en Kastelen in Utrecht over Walenburg.