donderdag 7 maart 2013

Het groene hart - 1 - Op weg naar Woerden


In 1874 wandelde dominee Jacobus Craandijk langs Woerden, Linschoten, Montfoort en IJsselstein, door het gebied dat we nu 'Het groene hart' noemen. Hij begint zijn reisverslag met een opmerking over de rijkdom van deze streek: 'Wij gaan een togt maken naar een drietal kleine, maar belangrijke steden, in de historie van Holland en het Sticht ten naauwste betrokken, eens sterke grensplaatsen met haar geduchte burchten, tooneelen van al de wisselvalligheden van den grensoorlog, beurtelings kloek verdedigd en dapper bestormd, gewonnen en verloren, plat gebrand en herbouwd…'

Kasteel Woerden

De dominee doelt hierbij op de middeleeuwse schermutselingen tussen de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland. Steden als Woerden en Oudewater wisselden een aantal keer van eigenaar. De laatste keer bij een provinciale herindeling aan het eind van de 20e eeuw, toen ze (definitief ?) bij de provincie Utrecht kwamen.

Vóór de middeleeuwen was het in deze streek ook onrustig omdat de grens van de Romeinse veroveringen hier liep. En na het vertrek van de Romeinen ruzieden de Franken en de Friezen over de zeggenschap over het gebied rond de oude Rijn.


Craandijk beklaagt zich er over dat de moderne vervoermiddelen, in zijn geval de trein, niet meer door de oude stadjes rijden, maar er langs. Vroeger, toen men nog met de postkoets reisde, was dat heel anders. 'De diligence van den Haag op Utrecht, vice versa, reed Woerden door en wisselde er van paarden. Dat was de grootste gebeurtenis van den dag. Wat hebben onze plattelandsstadjes met de diligence niet verloren !'

Het is er in de afgelopen eeuw alleen maar erger op geworden. Na de spoorweg kwam de snelweg en het meeste verkeer scheurt nu op ruime afstand aan de bebouwing voorbij. Op veel plaatsen is het landschap aan het oog onttrokken door geluidschermen en alleen op plaatsen waar de weg langs weilanden voert kun je nog wel eens iets van de omgeving zien.

Natuurlijk is het voor de bewoners van die oude stadjes en schilderachtige dorpen wel prettig dat niet alle snelverkeer door de bebouwde kom hoeft, maar de toerist in eigen land kan beter de snelweg links laten liggen en de oudere routes kiezen. Toen Gerard en ik op een koude zondagochtend in december naar Woerden reden maakten we de verstandige keuze om de snelweg al bij de Meern te verlaten.

Komende vanuit Utrecht passeer je, op de A12 richting Den Haag, na de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal, eerst de uitgestrekte nieuwbouw van Leidsche Rijn. Een nieuwe stad in aanbouw, achter een hoge geluidwerende wal. Na afslag de Meern en een kleine omleiding door een wijkje met gloednieuwe kantoorpanden komen we bij de rivier zelf.

Een paar honderd meter later halen we opgelucht adem. Het is koud en grijs buiten, het stroompje is al in de 12e eeuw helemaal rechtgetrokken en herinnert in niets aan de machtige grensrivier die het ooit geweest moet zijn. Maar het uitzicht is er buitengewoon prettig. Mooie boerderijen, van behoorlijk oud en schilderachtig tot modern en fris, staan in groene weilanden, met wilgen langs de sloten, zover het oog reikt.


Na een kilometer of drie komt een eerste bocht en even later doemt Harmelen op. Een aardig dorp met een vroegmiddeleeuwse oorsprong. Men verklaart de naam als een samenstelling van 'her', dat leger betekent, denk aan 'heerschaar', en 'malen' dat op een verzamelplaats zou duiden. Harmelen zou dus, in de vroege middeleeuwen, een legerplaats zijn geweest.

Een stukje buiten het dorp staat het huis Harmelen waarvan de grondvesten in de 13e eeuw gelegd zijn. We werpen er vanuit de verte een blik op. Het aardige dorpscentrum kunnen we ook niet meer dan een vluchtige blik gunnen. Ons doel is Woerden.

De weg volgt nu de ruime slingers van de Rijn en na een paar gehuchten met namen als Haanwijk, Putkop en Geestdorp bereiken we de buitenwijken van Woerden. Om half elf parkeren we de auto tegenover het kasteel. Een groot bord maakt duidelijk dat er kantoorruimte in het slot te huur is *). Een spandoek eronder laat weten dat Sinterklaas er tijdelijk zijn hoofdkwartier heeft.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2003 en eerder gepubliceerd in de Artishockberichten, programmablad van de vereniging Artishock in Soest en op het Volkskrantblog.


Tekening: Gerard Kuit

*) Op de website van makelaar DTZ was te lezen dat er in het kasteel 3195 m2 kantoorruimte te huur was voor € 324.453,- exclusief BTW. Wie geïnteresseerd was kon zich rond laten leiden. Inmiddels wordt het kasteel geëxploiteerd als restaurant en zalencentrum, zie: kasteel Woerden 

Bronnen: Wandelingen door Nederland, Utrecht - J. Craandijk, 1874; Monumenten in Nederland, Utrecht - Zwolle, 1997; Website van de gemeente Woerden .

Links:

Harmelen op Wikipedia 

Woerden op Wikipedia

Het kasteel op Wikipedia 

Locatie Woerden op Google-maps 

donderdag 21 februari 2013

De Langbroeker Wetering 12 – Kasteel Broekhuizen bij Leersum


De Langbroeker Wetering, loopt bij Overlangbroek dood, maar de weg gaat nog een eind verder rechtdoor en Gerard en ik slaan, op de t-splitsing aan het eind, linksaf. De weg heet hier de Amerongerwetering, maar hij voert ons naar Leersum. Voor we dat dorp bereiken slaan we weer linksaf en over een aangenaam weggetje, langs de uitlopers van de Leersumse bebouwde kom, komen we uit halverwege de oude oprijlaan naar het buitengoed Broekhuizen (soms ook geschreven als Broekhuisen).



Broekhuizen is een van de indrukwekkendste buitenplaatsen van de Utrechtse heuvelrug en het is dan ook een beetje vreemd dat de meeste reizigers van vroeger dagen het links lieten liggen. Dominee Craandijk noemt het wel, maar hij was op de terugweg vanuit Amerongen en moest zich haasten '…want station Driebergen ligt nog op grooten afstand en de stoomtram rijdt nog niet naar Doorn.'

Wie er wel tijd voor heeft beveelt hij de omweg naar Broekhuizen aan: '…met zijn prachtige bordes…'. Ook noemt hij het grafmonument in de vorm van een uitkijktoren, op de Donderberg ten noorden van het dorp, dat door de familie van Nellesteyn, in de 18e eeuw de bewoners van Broekhuizen, gebouwd is.

Dat 'vreemde mausoleum' wordt ook beschreven door Jan Feith, die in 1908 met de auto door Nederland rijdt en daarvan verslag doet in de jubileumuitgave 'Ons eigen land' van de ANWB (toen dus al geen fietsersbond meer). Feith negeert het landhuis helemaal, maar dat kan misschien komen omdat het toen herbouwd werd, na een brand die het in 1906 grotendeels in de as legde. Gerard en ik besluiten in ieder geval om er te stoppen en het huis eens nader te inspecteren.


De oprijlaan met zijn hoge bomen begint onderaan de Donderberg, volgens Feith een van oorsprong Germaanse naam die naar Donar zou verwijzen, op het kruispunt van de doorgaande weg door Leersum, met die naar Maarsbergen. Na zo'n 500 meter kom je aan een groot smeedijzeren hek en daarachter begint het park van Broekhuizen. De weg die wij nemen kruist de oprijlaan bij het hek en gaat dan met een bocht om het park heen. Na weer 500 meter gaat de weg over een klein bruggetje en daar parkeren we de auto.

Vanaf de brug zien we het witgepleisterde huis liggen, een kant aan een ruime vijver, de andere kant uitkijkend op het park dat in 1820 door J.D.Zocher jr werd voltooid, naar oudere plannen van J.G.Michaël. Volgens het Handboek van Natuurmonumenten is het park een van de mooiste voorbeelden van de Engelse landschapsstijl in Nederland. Het heeft een onregelmatig gevormde waterpartij, met eilandjes daarin, slingerende paden tussen bossages, grasvelden en vooral veel monumentale beukenbomen.

Er staat een ruime Oranjerie in het park, gebouwd in neo-classicistische stijl, die aan een kant omsloten word door een kunstmatige heuvel. Van de beelden en vazen die het park sierden zijn nog twee wit marmeren sfinxen bewaard gebleven.


Het kasteel zelf, dat vermoedelijk op de plaats van een middeleeuwse voorganger staat, werd in 1794 in opdracht van de van Nellestyens gebouwd. In 1810 werd het al flink uitgebreid en voorzien van een imposante ingangspartij met een dubbele, gebogen trap, die naar het bordes leidt. Boven de kelderverdieping, met de keukens en werkvertrekken, zijn nog twee hoge verdiepingen die een interieur hebben in Lodewijk XVI-stijl.

Gerard en ik wandelen een stukje het park in maar ontdekken dat we niet echt dichtbij het huis kunnen komen. Na jarenlang in gebruik te zijn geweest door de Rijksoverheid, wordt het sinds enige tijd weer particulier bewoond. Bordjes met 'verboden toegang' erop houden al te nieuwsgierige wandelaars op afstand.

We bekijken dus maar de oude bomen die nogal geleden lijken te hebben onder de voorjaarsstormen en we inspecteren de voorzieningen ten behoeve van de paddentrek. Lage plastic hekjes leiden de paarlustige amfibieën naar emmers waarin ze opgevangen worden en geteld, alvorens ze veilig voor het autoverkeer de weg over gezet worden.

Na enige tijd stappen we weer in de auto en nemen de volgende afslag rechts. Een rustiek weggetje tussen de bossen leidt ons, langs 'de Kappel', het middeleeuwse rechthuis van de buurtschap Darthuizen, ook ooit eigendom van de van Nellesteyns, naar de doorgaande weg richting Doorn en Amersfoort.

Einde van deze reeks.


NB: Dit verhaal dateert uit 2002, de toestand ter plaatse kan veranderd zijn. Het is eerder verschenen in de Artishockberichten en op het Volkskrantblog.



Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; Jan Feith: Ons eigen land - tusschen Amsterdam en Arnhem, 1908; ENSIE lexicon 1952; F.W. van Gulick: Nederlandse kastelen en landhuizen, 1960; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

Links:

Website van kasteel Broekhuizen met veel foto's en info. 

Kasteel Broekhuisen op Wikipedia 

Leersum op Wikipedia 

Darthuizen op Wikipedia 



woensdag 13 februari 2013

De Langbroeker Wetering 11 - Overlangbroek en kasteel Zuilenburg



Overlangbroek is een kleine agrarische nederzetting ontstaan bij het kasteel Zuilenburg, zo vermeldt het standaardwerk 'Monumenten in Nederland'. Maar als je er nu doorheen rijdt, zou je hooguit op het idee komen dat er sprake is van een dorp, omdat er tussen de verspreid liggende boerderijen ineens een kerkje langs de weg staat. En het kasteel herken je alleen als je echt weet waarnaar je zoeken moet.

Overlangbroek lijkt in de afgelopen eeuwen niet veel gegroeid. De weg langs de Wetering is de enige weg in het dorp. Gerard en ik parkeren de auto tegenover de kerk, die gedeeltelijk in de steigers staat. Het is een simpel, eenbeukig, gepleisterd gebouw dat in de 19e eeuw nieuw opgetrokken is ter vervanging van een middeleeuwse voorganger.

De toren, die niet gepleisterd is, dateert uit de 15e eeuw en heeft een luiklok uit 1650. Aan de oostkant van het schip staat een lelijke aanbouw uit 1913. Alles bij elkaar klinkt het tamelijk onaantrekkelijk, maar die indruk maakt het helemaal niet. Eerder gemoedelijk en lieflijk en dat zal mede komen door de aantrekkelijke ligging van het, door hoge bomen omzoomde, kerkhofje.


In eerste instantie zien we het kasteel helemaal niet, terwijl het volgens de topografische kaart toch pal achter de kerk moet staan. We wandelen een stukje verder en ontwaren tussen de bomen een gebouw dat door zijn vorm opvalt. Het wordt aan een kant overgroeid door klimop maar daartussen kun je toch mooie roze baksteen zien.

Dat moet het zijn, besluiten we en als we nog wat doorlopen zien we dat het op een eilandje aan de Wetering lijkt te staan. Je kunt nu ook beter zien dat de muren oud zijn. In de oostgevel zitten twee grote kruisvensters met een klein bijna vierkant raampje ertussenin. Dit zijn ramen van de hoofdverdieping die aan de voorkant te betreden is via een trap. In de kelder zouden nog drie schietspleten zijn, maar die hebben we niet kunnen waarnemen.

Ridderhofstad Zuilenburg wordt voor het eerst genoemd in 1402 als bezit van de ridder Amelis Uten Eng. Halverwege de 17e eeuw is het nog steeds in eigendom van de familie Uten Eng maar daarna volgt er een hele reeks van adellijke eigenaren. In 1960 werd het bewoond door J.F. Baron van Hogendorp.


Van Gulick veronderstelt, in zijn boek 'Nederlandse kastelen en landhuizen', dat de aanleg van ook dit kasteel begonnen is met de bouw van een vrijstaande toren, een donjon zoals er zoveel langs de Wetering staan. Later is de toren omgebouwd tot een zogenaamd dubbel herenhuis. Dat zag eruit als twee hoge stadshuizen naast elkaar met de ingang in een van de lange zijkanten. Een mooi voorbeeld hiervan is het huis Oudaen, bij Breukelen aan de Vecht (niet te verwarren met het gelijknamige stadskasteel aan de oude gracht in Utrecht).

Bij Zuilenburg is de helft van het dubbele herenhuis later weer gesneuveld, zodat nu een enkel rechthoekig gebouw resteert. Rond 1960 stond het er vervallen bij. Van Gulick merkt op: 'Ondanks de verwaarloosde indruk, die Zuylenburg maakt, bezit het toch een niet te miskennen charme. Als het eens werd opgeknapt en weer voorzien van een buitentrap naar de verdieping, zou het een zeer aantrekkelijk en benijdenswaardige behuizing zijn.' De eigenaren zullen deze aanbeveling gelezen hebben want een paar jaar later is het kasteel precies zo gerestaureerd.

Gerard maakt een paar foto's en we stappen weer in. We zijn nu bijna aan het eind van de Langbroeker Wetering gekomen. Volgende keer het laatste deel van onze rondreis.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, de situatie ter plaatste kan veranderd zijn.

Tekening – Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; F.W. van Gulick: Nederlandse kastelen en landhuizen, 1960; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

Een oude tekeningvan Zuilenburg staat op Wikipedia

Bij het Wikipedia-artikel over Overlangbroek staat ook een foto van de kerk 

Meer info over Zuilenburg op Kastelen in Utrecht 



vrijdag 1 februari 2013

De Langbroeker Wetering 10 – Sandenburg, leien daken, torentjes en kantelen



Op loopafstand tegenover Walenburg, je hoeft eigenlijk alleen maar de weg schuin over te steken, ligt het fraaie landhuis Sandenburg. Vanaf de weg heb je goed zicht op het forse witte gebouw, dat rijkelijk toegerust is met leien daken, torentjes en kantelen.

Omdat we wel weer even de benen willen strekken en als onderzoekers naar de kastelen van de Wetering ook af en toe wat dieper moeten graven, besluiten we een poging te wagen om dit kasteel van dichtbij te gaan bekijken. We slaan een smal weggetje in waar weliswaar een bord 'Verboden toegang, uitgezonderd bestemmingsverkeer' bij staat, maar zoals Gerard terecht opmerkt: 'Wij zijn bestemmingsverkeer'.


Na een ruime bocht komen we bij een hek, waar we ook maar langs rijden, om op een ruime parkeerplaats te belanden. Daar stappen we uit en lopen wat vruchteloos rond. We hebben wel een bestemming, maar het is niet eenvoudig om er te komen. Het lijkt er op dat er een bedrijf op het terrein gevestigd is.

Een van de bijgebouwen wordt blijkbaar privé bewoond en een bordje verzoekt ons vriendelijk om niet door de tuin te lopen. Maar een duidelijke andere route is er ook niet. We zijn aan de grens van onze brutaliteit gekomen en stappen maar weer in de auto.


Het verging dominee Craandijk in 1883 niet veel beter: 'Bij afwezigheid van de eigenaar, graaf van Lijnden van Sandenburg, kunnen wij het inwendige niet bezigtigen en ons niet persoonlijk overtuigen of er, behalve het fraaije meubilair, dat in zulk een huis mag worden verwacht, nog merkwaardigheden van anderen aard zijn te vinden.'

Hij merkt op dat aan Sandenburg '…alles nieuw is te noemen.' En dat klopt, het huis was toen, net twintig jaar eerder, geheel opnieuw opgetrokken, in een neo-gotischestijl die wel de Tudorstijl genoemd wordt, naar het Engelse vorstenhuis dat die bouwtrant populair maakte. Maar van oorsprong is het wel een oud huis. Het werd al in de 14e eeuw genoemd en in de kern is waarschijnlijk nog middeleeuws muurwerk te vinden.

Craandijk noemt de graaf 'onze premier', maar Constant Theodore (1826-1885), anti revolutionair politicus, was geen minister-president. Wel minister van justitie, buitenlandse zaken en financiën. Een nazaat, mr dr F.C. Graaf van Lijnden van Sandenburg leidde van 1921 tot -25 een staatscommissie over de vaderlandse elektriciteitsvoorziening.

Ja, in dit grootse huis, volgens de dominee vormt het '…een rijk, maar wel wat overladen geheel…', hebben grote mannen geleefd. In het ruime, door tuinarchitect van Lunteren aangelegde park, staan nog een portierswoning, een oranjerie en een koetshuis. Het geheel is omgeven door een gracht.


Een stukje verder langs de Wetering staat, als contrast, een wel zeer bescheiden overblijfsel van een andere ridderhofstad. Een simpel vierkant poortgebouwtje overspant het water. Het heeft een eenvoudig pannendak en een zandstenen wapenschild. Hier achter lag ooit het huis Groenestein. 'Op het eikenplein daarachter ligt een boerenwoning (…). Gesloopt is het groote huis met zijn lagen vierkanten toren…'.

Nog wat verderop komen we aan een kruispunt. Linksaf gaat de weg naar Darthuizen, rechts naar Wijk bij Duurstede, rechtdoor en we komen in Overlangbroek. De dominee eet er wat in de inmiddels gesloten herberg: 'De snede brood met kaas en het glas bier voldoen aan de verwachting en de bediening is volgens belofte "prompt en vlug."'

We kunnen het helaas niet nadoen en rijden rechtdoor naar Overlangbroek en het laatste kasteel aan de Wetering.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, de situatie ter plaatste kan veranderd zijn.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.


Meer informatie is te lezen op de site van gemeente Wijk bij Duurstede 


Klik voor een luchtfoto van Googlemaps op deze link 

donderdag 24 januari 2013

De Langbroeker Wetering 9 - Nederlangbroek en Walenburg

De fraaie woontoren van Lunenburg staat vlak bij het kruispunt van de Langbroeker Wetering met de weg van Doorn naar Cothen. We steken over en komen direct in de kern van het dorp Nederlangbroek. Samen met het wat verderop gelegen Overlangbroek vormde dit lange tijd de gemeente Langbroek.

De Prisma's 'Lexicon van dorpen en steden' zegt dat er in 1983 bijna tweeduizend inwoners waren, die in hun levensonderhoud voorzagen middels tuinbouw en enige industrie. Na recente gemeentelijke herindeling valt het dorp nu onder Wijk bij Duurstede.

Dominee Craandijk slaakt, na al het doorstane kastelengeweld langs de Wetering, de verzuchting dat: 'In Langbroek - wij zouden haast zeggen: "gelukkig" niets te zien is. Vriendelijk ligt de kerk met haar torenspits op het pleintje bij het kruispunt der wegen, maar van binnen heeft zij niets bijzonders.'

Zo is het nu na ruim 100 jaar nog steeds. Er zijn een paar huizen bijgebouwd, op wijkbijduurstede.nl geeft de gemeente, in het voorjaar van 2002, als bevolkingsaantal voor Langbroek het cijfer 2066, maar verder ligt het dorp nog even rustig en onopvallend langs de doorgaande weg *).

Het is gesticht na het graven van de wetering in de 12e eeuw. Toen is ook de eerste kerk van Overlangbroek gebouwd, het huidige exemplaar is deels 15e- deels 19e eeuws. De meeste woningen dateren van rond of na 1900, maar toch is Langbroek beschermd dorpsgezicht. Dat zal wel door de kastelen komen.


We zijn het dorp nauwelijks uit of het volgende fraaie voorbeeld dient zich al weer aan: Walenburg, in aanleg weer zo'n typsiche Langbroekerweteringse, alleenstaande toren. Omdat er in deze buurt zo veel staan raak je een beetje afgestompt. Maar stellen we ons nu eens voor dat dit bouwwerk bij ons, in Soest, bij de Kleine Melm aan de Eem zou staan. Omgeven door donker geboomte, met zijn stoere uiterlijk, verweerde muren met maar een paar kleine raampjes. We zouden er elke dag likkebaardend naar gaan kijken en ons trots op de borst kloppen om onze prachtige woontoren.

Helaas: hij staat in Langbroek. Niet dat de Langbroekers dat niet waarderen, maar jammer is het wel. Persoonlijk vind ik Walenburg misschien wel de mooiste toren van het hele stel. Dat maakt jaloers.


Maar ter zake: 'Voor ons ligt het donkere bosch van Sandenburg, dat zich ver in de rigting van de grooten straatweg uitstrekt en waartegen de rieten daken van schuren en hooibergen geestig afsteken.' Ja, ten tijde van Craandijk was het allemaal nóg mooier, dat weten we nu onderhand wel.

Maar de Walenburg stond er toen minder florissant bij, dat is dan weer in ons voordeel. 'Spoedig hebben wij nevens ons een laantje van sparren en jonge eiken en daarbij, in het akkerland, weer een van die kunstlooze vierkante torens (…). 't Gebouw ziet er tamelijk vervallen uit en wordt tegenwoordig alleen door duiven bewoond.'

De rond 1250 gebouwde toren, ooit het slot '…der heren Proijs en later de Ridders…' werd door de toenmalige eigenaar, de graaf van Lijnden van Sanderburg, zo'n beetje aan z'n lot overgelaten. Over zijn geschiedenis is niet veel bijzonders te vertellen behalve dat er een enorme reeks van eigenaren was voor het in 1803 gekocht werd door de van Lijnden van Sandeburgs.

Met zekerheid was er al sinds de 16e eeuw een huis, of misschien een flinke schuur, tegen de toren aangebouwd, die verder dezelfde indeling heeft als de eerder besproken Lunenburg. Een overwelfde kelder, die oorspronkelijk niet toegankelijk vanaf de begane grond, met daarboven een paar woonvertrekken.

In de tweede wereldoorlog leegden de Duisters de met zandgevulde kelders om ze als schuilkelder te kunnen inrichten, maar gelukkig werd Walenburg niet gebombardeerd, zoals Lunenburg. Na de bevrijding was de toren onder meer in gebruik als hammenrokerij en bonendrogerij.

In 1965 werd de toren gerestaureerd door E.A.Canneman, architect bij de Rijks Monumentenzorg, daarbij werd het bouwvallige huis bijna geheel opnieuw opgetrokken. Walenburg staat op een door een gracht omringd eiland. Op een tweede eiland is een door de vrouw van de restauratie-architect, E. Canneman - Philipse, ontworpen tuin aangelegd. Later huurden de Cannemannetjes de toren en gingen er wonen. De bofkonten…


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002. De situatie ter plekke kan veranderd zijn...


Tekening: GerardKuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Prisma Lexicon dorpen en steden Benelux - 1984; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

*) Volgens de website van de gemeente Wijk bij Duurstede staat momenteel het inwonertal van Langbroek op 2071 .

Op dezelfde site ook een pagina over Walenburg

Zie ook Wikipedia en Kastelen in Utrecht over Walenburg.

vrijdag 11 januari 2013

De Langbroeker Wetering - 8 – Lunenburg


‘Lunenburg is een fraaije, deftige plaats, met trotsche lanen en waterpartijen. (…) Maar het is er stil en doodsch. De vensters van het statige, moderne grijsgeele huis zijn gesloten. (…) Maar het zou nog altijd een bekoorlijke lustplaat zijn voor en aanzienlijke familie, vooral als de bijl hier en daar wat ruimte maakte in het al te digt begroeide plantsoen.’ Aldus dominee Craandijk in 1883.

Voor wie het huidige Lunenburg kent moet deze omschrijving vreemd overkomen. Een modern gepleisterd huis ? Lunenburg is toch die mooie bakstenen woontoren ? Dat klopt, maar zoals het er nu uitziet zou Craandijk het weer niet herkennen.



Oorspronkelijk bestond de ridderhofstad Lunenburg uit een vrijstaande vierkante woontoren, met muren van anderhalve meter dik, waarin kleine raampjes wat spaarzaam daglicht binnen lieten. De ingang was op de eerste verdieping en die kon je alleen bereiken over een houten brug, die in tijd van nood weggehaald kon worden.

De kelder, eigenlijk de begane grond, was alleen toegankelijk door een luik in de vloer van de eerste verdieping. Om deze donjon heen stonden woongebouwen, stallen en schuren. Het geheel was omgeven door een gracht en vormde zo een goed verdedigbare herenboerderij.

Al in de 14e eeuw wordt Lunenbrug genoemd. Eerst als eigendom van de Utrechtse familie Proijs. In 1375 komen we Aerent van Lunenburg Knape als eigenaar tegen. Later is het in bezit van het geslacht de Ridder. In 1750 komt het in handen van Frans Godard baron van Lijnden van Hemmen, in wiens familie het ruim 130 jaar zal blijven.


‘De toren was reeds bouwvallig’, schrijft Craandijk. ‘Thans schijnt hij gesloopt. Er is althans van den weg niets van te zien en de gelegenheid ontbreekt ons, om ons te vergewissen, of hij welligt achter het huis zijn grijzen trans nog verheft.’

Indien de dominee meer tijd had gehad dan had hij kunnen constateren dat ook achter het huis geen spoor meer van de oude versterkingen te vinden was. Algemeen werd aangenomen dat rond 1860 de toenmalige erfgenaam, J.H.F.K. van Swinderen, de hele boel had laten slopen en er een modern landhuis voor in de plaats gezet had.

In mei 1940 nemen Duitse militairen hun intrek in het landhuis. Gaandeweg de oorlog drinken ze zich door de voorraden in de wijnkelder heen, richten vernielingen aan en stelen zelfs de klok van het dak. Later biedt het geplunderde huis onderdak aan 20 fraters en 60 schooljongens, die uit de st Gregoriusstichting in Zeist, verdreven waren.

Omdat er nog legerwagens in het park geparkeerd staan wordt het landgoed, op het eind van de oorlog, door de geallieerden gebombardeerd. Na de oorlog is het huis enige tijd gebruikt als opslag voor fruitkisten.


In 1958 overlijdt de eigenaar, mr. Eibergen Santhagens, hij laat het landgoed na aan zijn secretaris Jacobus Kosterman. Deze is financieel niet in staat om het zwaar beschadigde huis te laten restaureren en vraagt, ten einde raad, een sloopvergunning aan.

Door de bombardementen is echter in het hoofdgebouw zwaar middeleeuws muurwerk aan het licht gekomen. Onderzoek leert dat de oude donjon nog in zijn geheel aanwezig is, onder de 19e eeuwse pleisterlagen. Met behulp van Monumentenzorg koopt de K.F.Hein Stichting het landgoed aan en laat de toren restaureren.

Naar voorbeeld van oude afbeeldingen wordt een nieuw huis opgetrokken, naast de oude toren die zijn houten trap en kantelen weer terugkrijgt. In 1971 wordt het geheel aangekocht door P. Fentener van Vlissingen die er met zijn gezin gaat wonen.

En zo staat de mooie toren van Lunenburg er al weer dertig jaar bij, alsof hij er al sinds de middeleeuwen in al zijn glorie zo gestaan heeft. In werkelijkheid waren zijn oude muren bijna honderd jaar aan het zicht onttrokken en danken we zijn terugkeer in de openbaarheid aan betreurenswaardige oorlogshandelingen. Maar, zoals een bekende Vinkeveense filosoof al zei: ‘Elk nadeel heb zijn voordeel.’


NB: Dit verhaal is geschreven in 2001. De situatie ter plekke kan veranderd zijn...

Een oude kennis wees me op een aflevering van de TV-serie 'Van Rossum vertelt', van RTV Utrecht. Daarin brengt historicus Maarten van Rossum een bezoek aan kasteel Lunenburg. De uitzending is terug te zien op de website.


Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.

Meer informatie over Lunenburg vind je op de website van gemeente Wijk bij Duurstede. 


En Wikipedia: Kasteel Lunenburg


donderdag 3 januari 2013

De Langbroeker Wetering 7 - Een ongekende kasteeldichtheid


Langs de Langbroeker Wetering staat een voor Nederland unieke reeks middeleeuwse versterkte huizen en woontorens. De moderne toerist kan er, op nog geen 8 kilometer rijden langs de vaart, een stuk of zes bekijken. Maar oorspronkelijk waren er nog meer. Als je vanaf Sterkenburg richting Langbroek rijdt kom je voorbij Molenstein en Rhodensteyn, tegenwoordig alleen nog boerderijen die de oude naam dragen.

Voorbij het dorp Nederlangbroek staat nog een oud poortje van de verdwenen ridderhofstad Groenesteyn. En wat verder van de wetering, maar binnen een straal van 10 kilometer, vindt je nog het huis Doorn, kasteel Moersbergen, de woontoren van Natewisch en het kasteel van Wijk bij Duurstede.

We kwamen al voorbij Rijsenburg, Weerdenburg, Rhijnestein en Hardenbroek. Maar dat is nog niet alles, want een klein stukje verder naar het noordoosten liggen nog kasteel Amerongen en bij Leersum het in de tweede wereldoorlog platgebombardeerde Zuylenstein en het huis Broekhuizen. Een ongekende kasteeldichtheid, waar we nog het nodige van te zien zullen krijgen.


Maar zoals gezegd: eerst komen we voorbij Molenstein. In Craandijks tijd stond hier een houten korenmolen, waar het landgoed zijn naam aan dankte. ‘Daar ligt het ouderwetse huis Molenstein, met zijn prachtige linde en het jaartal 1785, in zijn gevel. Daar herinnert een schuur met haar torenspitsje, in de vorm eener kapel gebouwd, aan de oude kapel van Hardenbroek, die eens ter plaatse heeft gestaan.’ De linde konden wij niet ontdekken, maar de kapelvormige schuur, de ‘duivenkapel’, zoals Gerard hem noemt, staat er nog steeds, middenin het weiland.

Er schuin tegenover ligt Leeuwenburg: ‘…een zeer aanzienlijk, smaakvol aangelegd en uitstekend onderhouden buitengoed…’ in 1657 gebouwd voor Gerard van Zoudenbalch. Van oorsprong niet middeleeuws, dus: ‘…ditmaal geen ridderhofstad, maar toch reeds in de vorige eeuw als een deftige lustplaats vermaard. Het fraaije roodsteenen huis is van trotsch geboomte omringd en daarachter ligt een groot bosch, dat tot de bosschen van Moersbergen doorloopt.’ En zo is het nu, na 120 jaar nog steeds.


Het volgende echte kasteel heet Hinderstein en dat is er weer een van het vertrouwde Langbroekse type: een in de 14e eeuw gebouwde, vierkante woontoren, waar in de loop van tijd het een en ander aan verspijkerd en vast gebouwd is. Het was ‘…van ouds een Gaesbeeksch leen. De stichter van het slot schijnt, blijkens het wapen, tot het geslacht van Wulven te hebben behoord.’

In 1375 wordt een Willem Suyrmond van Heyndersteyn genoemd. Halverwege de 15e eeuw was het kasteel in handen gekomen van Berndt Grauwert en nadien wisselde het nog een aantal maal van eigenaar. Het huidige uiterlijk dankt het aan ingrijpende verbouwingen in de 19e eeuw en een fikse restauratie tussen 1976 en ’89.

Het is een merkwaardige mix van middeleeuws en neogotiek, met een trapgevel en spitsboogramen, gedeeltelijk nog omringd door de oorspronkelijke slotgracht. ‘Met zijn bloemtuin en de hooge populieren, die in de nabijheid oprijzen, sluit het zich als een deftige huizinge aan de landkasteelen langs de Wetering aan, al staat het in omvang en luister bij anderen achter.’

Aan de overkant van de Wetering stond eertijds de ridderhofstad Rodenstein, in Craandijks tijd al een vervallen buitengoed. Hij vertelt dat het te koop stond, maar dat een van de weinige gegadigden aan een blik vanuit zijn koets genoeg had om te zien dat het niet aan zijn verwachtingen beantwoordde. ‘Met den eersten trein den besten spoorde de vreemdeling weer huiswaarts.’ Het huis moet spoedig daarna gesloopt zijn. De dominee meldt: ‘… een oude stalling en enkele hooge, verwilderde boomen. Dat is alles, wat aan de voormalige ridderhofstad herinnert.’

Maar niet getreurd, aan onze kant en maar een klein stukje verder ligt een van de mooiste woontorens van de streek. Het fraai gerestaureerde Lunenburg. Maar daarover meer in de volgende aflevering van onze reiskroniek.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2001 en eerder verschenen in de Artishockberichten en op het Volkskrantblog, de omstandigheden ter plaatse zijn mogelijk veranderd.

Een groot deel van de hierboven genoemde kastelen is terug te vinden in de lijst van Nederlandse kastelen, op Wikipedia.

Hindersteyn heeft een eigen website.  De tuinen, met slangenmuur, kassen en doolhof zijn te bezoeken.

Tekening van het poortje van Groenesteyn: Gerard Kuit

Op de website van de gemeente Wijk bij Duurstede vond ik het volgende spookverhaal over Groenesteyn:
Vroeger, toen het kasteel nog in volle glorie aan de Wetering stond, werden 's avonds om 10 uur de deuren in het poortje afgesloten. Men zegt, dat eens op een warme zomernacht, twee meisjes uit het kasteel het poortje hebben geopend en naar buiten zijn geglipt om langs het water te spelen. Door een noodlottig ongeval, waarvan niemand de oorzaak kent, zijn ze te water geraakt en verdronken. Sindsdien deed zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat op warme zomeravonden de poort vanzelf open ging en twee schimmen doorliet, die daarna geruime tijd langs de waterkant in het gras werden gezien. Toch waren 's morgens, als de poortwachter naar buiten kwam, de deuren weer gesloten. En de bewoners van de omliggende boerderijen bezwoeren, dat ze de meisjes die nacht langs het water hadden gezien. De deuren zijn na de restauratie niet meer aangebracht.

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; ENSIE lexicon 1952; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Handboek Natuurmonumenten, 1996; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997; Landschapsgids voor Utrecht – Stichting het Utrechts Landschap, na 1997.