maandag 18 april 2011

De Vecht 19 – Loenen

De zondagochtend is het ideale moment om iets van ons land te gaan zien. Je wordt niet gehinderd door landgenoten die zich, om wat voor reden dan ook, op de weg begeven. De meeste dorpjes zijn uitgestorven. Wat er aan bevolking nog gelovig is zit in de kerk, de rest ligt nog op één oor.

Zo is het ook in Loenen. Gerard en ik kunnen in alle rust rond de kerk wandelen en de stille dorpsstraat in lopen. Daar staat een aantal mooie herenhuizen, met tuinen aan de Vecht. We slaan het straatje naar de rivier in en moeten weer eens wachten voor een open ophaalbrug. Op het water is wel verkeer.


Maar vanaf de brug heb je een mooi zicht op het water, de weelderig begroeide oevers en het aardige dorp. Eenmaal aan de overkant wandel ik een klein stukje stroomopwaarts. Ik hou halt bij de overplaats van het landhuis Bijdorp, een plantsoen met rozen en tuinbeelden, aan de overkant van de weg waaraan het bijbehorende huis ligt.

Bijdorp
Er komt een man aangelopen, met twee honden. Het blijkt de bewoner van Bijdorp te zijn, hij maakt in ieder geval aanstalten om het hek binnen te gaan. Maar zijn honden vinden mij veel interessanter en komen nieuwsgierig aan mijn broekspijpen snuffelen. Ze zien er vriendelijk genoeg uit, maar hoewel hun baasje ze vanaf de andere kant van de straat roept blijven ze om mij heen dralen.

‘Ik zal maar naar u komen’, zeg ik uiteindelijk en ik steek de straat over, op de voet gevolgd door de honden. Hij bedankt me. ‘U woont hier mooi,’ probeer ik iets van een gesprekje op gang te brengen. Maar hij loodst snel zijn honden naar binnen en met een gemompelde instemming verdwijnt hij ook de tuin in. Geen zin in prietpraat met vreemdelingen op de vroege zondagochtend. Ik keer dan maar terug naar de brug waar Gerard het zicht op de kerktoren aan het fotograferen is.



‘Wat een aardig dorp !’, jubelt Jac. P. Thijsse, bij zijn bezoek in 1915. Hij prijst de kerk met ‘…den hoogen toren, die na den Domtoren van Utrecht de hoogsten en meest indrukwekkende is van de hele Vechtstreek.’

Dominee Jacobus Craandijk schrijft dat in 1714 de bliksem ‘s nachts in de toren sloeg: ‘…de vlam vernielde den kap en al het houtwerk dat er in was. Maar de kloekheid van de dorpelingen redde het gebouw…’. Aan het begin van de 19e eeuw, zo gaat de dominee verder, ‘…begon de zware toren aanmerkelijk over te hellen en men vreesde dat hij zou moeten worden afgebroken, om een noodlottige instorting te voorkomen.’ Zover kwam het gelukkig niet: ‘…een eenvoudig metselaar uit Loenen wist het middel te vinden, om het trotse gevaarte zijn regten stand weer te doen hernemen en zijn vernuft spaarde het schoonste sieraad van het dorp.’

Craandijk vertelt ook dat het dorp ooit opgesplitst was in een Hollands en een Utrechts deel. Cronenburg, het slot dat toen aan het begin van de dorpsstraat stond, was een Hollands leen. Maar voorbij de kerk had de bisschop van Utrecht het voor het zeggen. Dat leidde tot de vreemde situatie dat er twee rechthuizen werden gebouwd, ze staan er nog aan de rijksweg, met elk indertijd zijn eigen schout en schepenen. In de 18e eeuw komt aan deze ongemakkelijke toestand een eind en sindsdien hoort Loenen bij Utrecht. Het vormt sinds 1989 met Loenersloot, Nieuwersluis, Nigtevecht en Vreeland één gemeente.


De geschiedenis van het dorp gaat terug tot de 10e eeuw, wanneer het als ‘Lona’ genoemd wordt in een schenkingsakte van de Duitse keizer Otto I aan de bisschop van Utrecht. Maar waarschijnlijk was er al in de Romeinse tijd bewoning op de oeverwallen langs de Vecht, waar later dorpen als Loenen uit zijn ontstaan Op de website van de gemeente wordt de naam verklaard als een afgeleide van het Duitse ‘lo’, dat bos betekent.

De horeca in Loenen gaat op zondagochtend helaas laat open, zodat Gerard en ik maar weer in de auto stappen, om te zien of er in Vreeland, het volgende dorp langs de Vecht, misschien koffie te krijgen is.





Dit verhaal verscheen in 2007 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
 


Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

vrijdag 8 april 2011

De Vecht 18 - Van Nieuwersluis naar Loenen

Van Nieuwersluis naar Loenen is een kippeneindje. Als ik het invoer in de Routeplanner van de ANWB, op het internet, dan is de uitkomst: ongeveer 2 kilometer in 2 minuten. Dan rij je met de auto dus 60 kilometer per uur, ik weet niet eens of dat wel toegestaan is op dit deel van de provinciale weg.

In de 19e eeuw, toen dominee Craandijk hier langs wandelde, ging het niet zo snel. In zijn wandelboek besteedt hij ruim 10 bladzijden aan dit stukje van de Vecht. Jac. P. Thijsse, die in 1914 met iets grotere stappen voorbij liep, gebruikt er toch nog 3 pagina’s voor. 


Er is dan ook wel het een en ander te zien, al is het op dit moment minder dan het in de 18e eeuw ooit geweest is. Het dichtst bij Nieuwersluis lag het buitengoed Ouderhoek, maar dat was in Craandijks tijd al gesloopt. De dominee noemt het: ‘…een toonbeeld van den slechtsten smaak, van de meest onnatuurlijke natuurverknoeijing, maar niettemin bewonderd en geprezen…’. Hij vraagt zich verwonderd af hoe het mogelijk was dat een ontwikkeld man als Tsaar Peter de Grote de lof sprak van dit landgoed, dat hij bezocht in 1717: ‘…al dat kleine en kinderachtige, dat hij er aanschouwen moest !’

Ouderhoek kende zijn hoogtij in een tijd dat geschoren hagen, geometrische tuinen, kunstmatige heuvels, obelisken en namaak tempels erg in zwang waren. En het bezat al deze elementen, tot en met een doolhof. In de 19e eeuw is de hele handel, tuin en landhuis, gesloopt. ‘Ouderhoek…’ schrijft Thijsse, ‘…is nu niets anders meer dan een groote frissche boerenplaats.’


Loenen - kerk
Daarna passeren we Vreedenhoff, met zijn beroemde, smeedijzeren, toegangshek. Hier is Craandijk vol lof over. Hij verhaalt over de moeizame totstandkoming van het kunstige stuk smeedwerk, waarvoor, omstreeks 1760, ter plekke een smidse werd gebouwd. Eenmaal klaar lag het nog jaren, in de wei tegenover het landgoed, te wachten op zijn uiteindelijke plaatsing, omdat de opdrachtgever, de heer Andries Pels, ruzie had gekregen met de aannemer.

Als wij er langs zoeven wordt het hek net gerestaureerd. De natuurstenen pijlers zijn onttakeld, de toegang afgezet met rood-wit gestreept lint. Craandijk prijst ook de inrichting van het huis, de met marmer bekleedde hal, het stucwerk en de koepelzaal. Vreedenhoff dateert uit het midden van de 18e eeuw, de tuin, die oorspronkelijk net als die van Ouderhoek een geometrische indeling had, werd in de 19e eeuw in landschapstijl heringericht.

Vervolgens passeren we Middenhoek, dat stamt uit de 19e eeuw en door Craandijk ‘…gansch modern…’ genoemd wordt. Verdwenen zijn de buitenplaatsen Colonius en Ruijgenhof, maar vlak voor Loenen vinden we nog het, eveneens 19e eeuwse, Nieuwerhoek, aan de linker kant van de weg.


Loenen - straatje
Er tegenover is een terrein waar nog grondsporen zijn te vinden van het middeleeuwse kasteel Kronenburg. In de 13e eeuw woonde hier Gerard van Velsen, die een van de samenzweerders was tegen Graaf Floris V. De Hollandse graaf werd door opstandige edelen ontvoert en gevangen gezet op het Muiderslot. Uiteindelijk werd hij vermoord.

Van Velsen zou een bijzondere wrok tegen Floris gekoesterd hebben omdat die ‘…van Velsens onschuldige echtgenoote onteerde…’. De wraak bekwam van Velsen slecht. Hij werd op zijn beurt gedood en zijn burcht verwoest. Op dezelfde plaats werd een nieuw kasteel gebouwd dat weer verwoest werd door de Fransen in 1672. Het werd gedeeltelijk hersteld en ingericht als landhuis. In 1837 werd ook dat gesloopt zodat nu alleen wat welvingen en waterpartijen in het terrein nog herinneren aan het kasteel.

Zoals gezegd rijden Gerard en ik hier in twee minuten voorbij. In het voorbijgaan noteren we nog de theekoepel van buitenplaats Vegtlust, maar we stoppen er niet. Wij richten ons rechtstreeks op de kerktoren van Loenen en parkeren de auto daar vlak achter op een parkeerplaatsje. Een paadje, tussen de huizen door, brengt ons op het terras van ‘Bistro Tante Koosje’, dat pal achter de kerk ligt. “Tante Koosje’ is gesloten, maar vanuit de kerk klinkt orgelmuziek. De Dorpsstraat waaraan de kerk ligt, is leeg. Het dorp is uitgestorven.




Dit verhaal verscheen in 2007 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl


zaterdag 2 april 2011

De Vecht 17 Het verdwenen station van Nieuwersluis

Toen Jac. P. Thijsse in 1915 langs de Vecht wandelde was Nederland gemobiliseerd. Dat betekent niet dat iedereen mobiel was, zoals nu, maar dat het leger in staat van paraatheid was gebracht. De Vechtstreek maakte deel uit van de Hollandse Waterlinie, een gebied dat onder water gezet kon worden in tijden van oorlog. Overal waren forten, wachtposten en versterkingen.

En men hield elkaar in de gaten. Een oplettende soldaat vermoedde in het groepje wandelaars, dat aantekeningen en schetsjes maakte, een stel spionnen en waarschuwde de politie. In Breukelen werden Thijsse en zijn metgezellen aangehouden en ondervraagd. Het was omdat hij bekendheid genoot, door zijn Verkade-albums, dat de schrijver weer op vrije voeten gesteld werd. Maar door het oponthoud moest hij zich haasten om in Nieuwersluis de trein nog te kunnen halen.


Nieuwersluis dankt zijn bestaan en naam aan de sluis die hier in de Nieuwe Wetering is aangelegd. Dit kanaaltje, dat ook wel de Rechte Angstel genoemd wordt, vormt een verbinding tussen de Vecht en de Angstel en was in de middeleeuwen van belang voor de scheepvaart tussen Utrecht en Amsterdam. Het kanaal werd vermoedelijk al in de 15e eeuw gegraven, de sluis, die er nu nog is, dateert uit de 16e eeuw.

Al spoedig bleek Nieuwersluis van strategisch belang te zijn. Toen in 1629 de Spaanse troepen, tijdens het beleg van ’s Hertogenbosch, ook het westen van het land bedreigden werd hier een eerste verdedigingswerk opgeworpen. Deze eerste, in de haast opgeworpen, aarden verdedigingswal werd vrij snel weer ontmanteld.

Maar in 1673, toen de Fransen langs de Vecht optrokken, zond legeraanvoerder Willem III een leger van 1600 man en 1000 werklieden, vanuit Weesp, naar Nieuwersluis. Onder aanvoering van luitenant-generaal Stockheim legden zij in drie dagen een versterking aan die degelijk genoeg bleek om de Franse dreiging af te wenden. Later dat jaar werd Nieuwersluis omgebouwd tot een stervormig fort dat zich aan weerszijden van de Vecht uitstrekte.



Van die vesting zijn nu alleen nog grachten en vage sporen in het landschap overgebleven. Maar in later jaren, toen de sterkte van het geschut toenam, werden er nieuwe verdedigingswerken aangelegd. Je zou het niet zeggen als je het dorpje binnenrijdt, maar eigenlijk is het één grote vesting. Aan de ene kant is er de kazerne, met zijn pupillenschool, waarachter nog overblijfselen van grachten en wallen zijn te vinden.

Aan de andere kant van het dorp, waar wij ons nu bevinden, is achter de huizen een groot fort, met een aanzienlijke geschutstoren. We zien er niet veel van, als we om het opvallende huis met de veranda heen rijden. Dit was vroeger de woning van de Opzichter van Fortificatiën. De weg heet hier de Stationsweg, hier heeft de oude Jac. dus langs gerend op weg naar zijn trein.

Rechts zien we aarden wallen en bunkers, links liggen woonboten. Daarachter is het fort. We rijden door tot we niet verder kunnen. Voor ons zien we het Amsterdam-Rijnkanaal. Aan de overkant passeert net een trein. Een station is er zo te zien niet meer. Niet dat we er heel veel aan missen. Thijsse beschrijft het zo: ‘…een kaal steenen station, een kaal kanaal, een kale luchtbrug en een kale waterbrug, met van die huiverig uitziende brugwachtershuisjes…’.



Thuisgekomen vindt ik op het internet nog oude ansichtkaarten van het station van Nieuwersluis. Wanneer het precies is gesloten weet ik niet, maar ook in 1915 liep de spoorlijn dus al langs een kanaal, het Merwedekanaal. Je vraagt je af, als je de kaart bekijkt, waarom er eigenlijk ooit besloten is om die spoorlijn ten westen van dat kanaal aan te leggen ? De hele Vechtstreek wordt zo van de spoorlijn afgesneden.

Maar wellicht had men niet voorzien dat het kanaal ooit verbreed zou worden. De grote modernisering kwam pas na de tweede wereldoorlog tot stand. Toen werd het noordelijke stuk van het oude Merwedekanaal, dat Amsterdam met Gorinchem verbond, verdiept en verbreed en omgedoopt tot Amsterdam-Rijnkanaal. Alleen bij Breukelen, Vreeland en Weesp zijn nu nog bruggen.

Craandijk vertelt hoe treinreizigers erover mopperden dat alle treinen in Nieuwersluis stopten. Het blijkt dat de eigenaar van de buitenplaats Sterrenschans, de heer Troostwijk, rond 1840, aan de Nederlandsche Rhijn Spoorwegmaatschappij, kosteloos toestemming heeft gegeven voor de aanleg van het spoor, van Amsterdam naar Utrecht, over zijn land. Onder voorwaarde dat er een station zou komen en dat elke trein er zou stoppen.

‘Wat eens bij contract was bepaald, werd later door een proces bekrachtigd…’, schrijft Craandijk en vandaar dat Thijsse er jaren later op kon stappen. Inmiddels is het station verdwenen en kun je vanuit Nieuwersluis, aan de overkant van het kanaal, de treinen alleen nog maar voorbij zien razen.



Dit verhaal verscheen in 2007 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

Wikipedia over: Nieuwersluis
 
Nieuwersluis op Google Maps

zaterdag 26 maart 2011

De Vecht 16 - Van Nieuwersluis naar Breukelen en weer terug

Als we, langs de Pupillenschool, Nieuwersluis uitrijden komen we in een landelijk gebied. Van het door militaire activiteiten gekenmerkte vestingdorp gaan we weer richting buitenplaatsen en lusthoven. Of zoals dominee Craandijk in een filosofische bui schrijft: ‘…de overlevering, die aan de boorden van de Vecht van zooveel bloedigen strijd en zooveel droevige verwoestingen heeft te verhalen, (…maar…) die ook van zooveel kinderachtige geldverspilling en van zooveel jammerlijke verkrachting der natuur heeft te gewagen…’.

Op een rustige zondagochtend zou je het allemaal niet achter dit vredige landschap zoeken. Nu staan er mooie boerderijen, de meeste buitenplaatsen aan deze oever zijn door de Fransen verwoest, of door hun eigenaren verlaten en gesloopt. Craandijk noemt Veenvecht, Lisboa, Angola en Hunthum, die allemaal verdwenen zijn. Maar sommige namen vindt je nog terug, zoals bij die ene boerenhoeve waarop Lixboa geschilderd is. Tussen de bomen, schuren en stallen door zie je af en toe in de verte een glimp van het plassengebied rond Loosdrecht.




We stoppen even bij Weeresteijn, zo’n beetje de enige buitenplaats die er in dit stuk nog wel te bewonderen valt, ‘…met zijn deftig, vierkant, maar niet antiek huis…’ zoals Craandijk schrijft. Maar inmiddels zijn we ruim honderd jaar verder en mogen we het, in aanleg 18e eeuwse, gebouw best antiek noemen. De plek is schilderachtig, met het statige landhuis omgeven door hoge bomen, een sluisje dat de toevoer van water, uit of in de Weere, regelt en een paar erg mooie boerderijen.

Die Weere lijkt een brede, gegraven sloot, maar je weet het maar nooit. De dominee vermeldt dat hij hier in de Vecht uitloopt, dus wellicht was het van oorsprong wel een klein zijstroompje. Het vormt de verbinding tussen de rivier en het plassengebied en volgens Gerard kan het hier ’s zomers druk zijn met pleziervaartuigjes.

De twee boerderijen heten Vechtlust, misschien naar een verdwenen landgoed, en de Vliegende kraai, wat een prima naam lijkt voor een herberg. Op het sluisje is een gedenkplaat aangebracht waarop staat dat de eerste steen gelegd is in 1887. Een van de notabelen, die erop met naam vermeld wordt, heet Huydekoper. Die familie zijn we eerder tegengekomen in Maarssen, waar ze het landgoed Goudestein bewoonden. Joan Huydecooper was er aan het eind van de 19e eeuw burgemeester.

We maken een paar foto’s, ook van de wilgenboom met het grote gat erin, die voor de Vliegende kraai staat en van de watertoren van Breukelen, die als een betonnen reuzenviltstift boven de huisjes aan de overkant van het water uitsteekt.
Jac. Thijsse maakte hier een klein omweggetje, langs Breukelenveen, een buurtje in het grotendeels uitgeveende gebied tussen de rivier en de Vechtplassen. ‘Rechts van de kade was al meer water dan land’, schrijft hij, ‘en de weinige huisjes lagen elk op zijn eiland, door een draaibruggetje te bereiken.’

We komen langs een begraafplaats. Thuis had ik van te voren op GoogleEarth gekeken, om onze tocht vast een beetje voor te bereiden en vanuit de lucht kon ik dit terrein, met al die kleine paadjes, niet thuis brengen. Was het een bungalow park ? Nee, zo blijkt nu, de bewoners zijn al een poosje overleden.





Bij Gunterstein steken wij de brug over, Breukelen in, en zoeken de straatweg waarlangs Craandijk wandelde. Eerst kom je door een tamelijk nieuwe woonwijk. Daarna langs een aantal aan elkaar grenzende landgoederen. Oorspronkelijk waren hier grote stukken land in eigendom van lieden die Mennonieten of Menisten genoemd werden, volgelingen van de Friese priester Menno Simons. Deze predikte in de 16e eeuw een zeer sobere leefstijl, te vergelijken met de Amish in de Verenigde Staten.

Thijsse noemt het gebied de Menistenhemel en schrijft dat er een eikenlaan moet zijn ‘…op zijn minst even mooi als de Middachter allee.’ Die laatste was een legendarische beukenlaan bij het landgoed Middachten, niet ver van Arnhem. Trouwe lezers weten dat die aan het begin van de 20ste eeuw gekapt is.

Van de eikenlaan in de Mennistenhemel hebben Gerard en ik niets teruggevonden. Wel zijn hier een paar mooie buitenplaatsen. Thijsse noemt Hofwerk, Vijverhof, Over-Holland, Rupelmonde en Sterrenschans. Van de laatste twee herkennen we de namen op fraaie tuinhekken, maar voor we het weten staan we alweer in Nieuwersluis. Daar is en dat wordt ook een soort traditie tijdens onze tochten, net de brug open over de Rechte Angstel. We willen graag aan de overkant dit zijstroompje volgen om te zien waar Thijsse, bijna honderd jaar geleden op de trein stapte.




Dit verhaal verscheen in 2006 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.


Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

Wikipedia over: Nieuwersluis en de Mennonieten


Nieuwersluis op Google Maps

vrijdag 18 maart 2011

De Vecht 15 – Naar Nieuwersluis


Op een frisse zondagochtend in oktober hervatten Gerard en ik onze reis langs de Vecht. We zijn de vorige keer gestopt bij Gunterstein, het kasteel bij Breukelen en moeten nu kiezen, want onze reisgidsen uit vervlogen dagen volgen hier elk een andere weg. Jac Thijsse had in 1914 haast om in Nieuwersluis de trein te nemen en rende in een ruk door, over de rechter oever. Hij zou z’n trein trouwens missen ‘…en de volgende trein had ook nog drie kwartier vertraging.’

Dominee Craandijk nam 25 jaar eerder wel de tijd om Breukelen te bezichtigen en wandelde verder over de straatweg op de linker Vechtoever. Een bijkomende vraag is hoe we vanaf Soest het snelste naar Breukelen kunnen rijden. Mogelijkheid één is langs Maartensdijk en Westbroek, maar dan doen we een deel van onze vorige etappe nog eens over, omdat we dan een stuk voor Breukelen al op de Vecht uitkomen.

Volgens de ANWB routeplanner is de kortste weg via Hilversum en Oud-Loosdrecht. Dan komen we een stuk verder, vlak onder Loenen, de Vecht tegen en zouden we een stukje terug moeten rijden, naar Breukelen. Maar misschien is dat juist wel een goed idee, zo kunnen we eerst langs de rechteroever Thijsse tegemoet rijden en dan, langs de andere kant, de route van Craandijk nemen.


ANWB-borden in Nieuwersluis
Terwijl de zon een beetje bleek door de laaghangende bewolking schijnt, rijden we genoeglijk keuvelend tussen de Loosdrechtse plassen door naar de Vecht. Daar valt ons plan direct in duigen. Het weggetje langs de rechteroever is aan deze kant afgesloten voor auto’s. We steken dus de rivier over en rijden over de straatweg op Nieuwersluis aan. De afstanden zijn maar klein, na een paar minuten komen we de volgende brug al tegen en besluiten om die over te steken en zo alsnog eerst de rechteroever te nemen.

Voor de ouderen onder ons heeft de naam Nieuwersluis een aparte bijklank. Daar was de militaire gevangenis gevestigd. Nieuwersluis daar ging je naar toe als je het in het leger heel bont gemaakt had, of wanneer je helemaal niet in het leger wilde. Bij een van de oudere Artishockleden thuis heb ik wel eens foto’s gezien uit de jaren ’60. Een Artishocker van het eerste uur weigerde dienst en werd door een groep vrienden en vriendinnen, mannen met lange haren en baarden, vrouwen in oosterse gewaden, afgeleverd aan de poort van de gevangenis. Hij is er heelhuids weer uitgekomen.

Wij parkeren voor die gevangenispoort. En bewonderen de imposante pupillenschool, een militaire instelling voor jongens tussen de 12 en 15 jaar oud, uit 1877. Je moet er niet aan denken hoe het voor die jongens geweest moet zijn om hier gedrild te worden. Vast geen pretje.


Gevangenispoort - Nieuwersluis
De langgerekte bakstenen gevel, met witgepleisterde ingang- en hoekpartijen, versierd met wapenschilden, leeuwen en krijgshaftige spreuken, domineert het dorp, dat met zijn kleine huisjes aan de overkant van de rivier ligt. 

Veel dorp is het trouwens niet. Eigenlijk maar één straat en daar overheersen de militaire gebouwen. Er is op het eerste gezicht niet eens een kerk, maar het zou goed kunnen dat de bewoners vroeger voor de mis naar het nabijgelegen Loenen gingen.

Bij thuiskomst lees ik Craandijk er nog eens op na. Die schrijft dat er in 1673 ‘…ten behoeve van het garnizoen en van de talrijke bevolking van den omtrek een kerkje gebouwd en een predikant beroepen…’ werd. Hij noemt zelfs de naam van de dominee: ‘Thomas Coenen, gewezen predikant te Smyrna…’ Als we later op de ochtend nog eens door het dorp rijden ontdek ik het kerkje weer niet. Dus het is of erg klein en onopvallend, of verdwenen.




Dit verhaal verscheen in 2006 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.


Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Kransberg en Mils - Kastelengids van Nederland 1979; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996; Cultuurhistorische routes in de provincie Utrecht - De Hollandse waterlinie 1996.

Websites algemeen: www.vecht.nl en www.hollandsewaterlinie.nl  
Over Loenen, Vreeland en Nieuwersluis: www.stichtsevecht.nl en de Historische Kring Gemeente Loenen: www.hkgl.nl

Wikipedia over Nieuwersluis

Nieuwersluis op Google Maps

zaterdag 12 maart 2011

De Vecht 14 – Breukelen, buitenplaats Gunterstein

Schuin tegenover de brug over de Vecht bij Breukelen, ligt ridderhofstad Gunterstein. Het huidige vierkante gebouw staat op de plaats van een oud kasteel. Dat verklaart ook de aanwezigheid van een brede gracht en een brug die vroeger ongetwijfeld ophaalbaar geweest is. 


‘Een breede, statige laan van beuken en kastanjes loopt langs den zoom van het schoone landgoed’, schrijft dominee Craandijk, ‘aan het einde daarvan (…) schittert het witte huis van Gunterstein in het licht der voorjaarszon en boven het hooge dak verheft zich het met beelden versierde torentje in de blaauwe lucht.’

Gunterstein, achtergevel...
Dat torentje is een kunstige vermomming voor de schoorsteen en het is, met het gebogen balkon dat uitziet op de rivier, zo’n beetje de enige frivoliteit aan het kasteel, dat verder een strakke en strenge indruk maakt. Wit is het trouwens niet meer aangezien men, in de jaren ’30 van de vorige eeuw, de pleisterlaag verwijderd heeft.

Om een of andere reden is in de loop van de 20ste eeuw het idee ontstaan dat oude gebouwen er altijd op vooruit gaan als je de oorspronkelijke pleisterlagen weghaalt. Maar het is wel eens goed om te bedenken dat vrijwel alle middeleeuwse huizen en kastelen van binnen en van buiten van een kalk- of verflaag voorzien waren. Soms wit, maar vaak ook vrolijk gekleurd. De kale baksteen die we nu voor authentiek houden werd toen als lelijk en onaf gezien. Smaken veranderen in de loop der eeuwen.


Het eerste kasteel op deze plaats werd volgens de website www.kasteleninutrecht.eu aan het begin van de 14e eeuw gebouwd door Gijsbrecht Gunter, bijgenaamd ‘grote Ghise’. In de late 14e eeuw wordt het voor het eerst als Gunterstein genoemd, als het verpacht word aan ridder Jan van Nijenrode ‘…voor negen, goede, oude Vranckrijksche schilden in het jaar.’

Zoals Craandijk schrijft behoort het dan toe aan Elsabeen, de onmondige dochter van heer Splinter van Loenresloot. Ze konden het mooi vertellen in de middeleeuwen, maar heel duidelijk is het niet, want later schijnt het kasteel in bezit van de van Nijenrodes te zijn gekomen want ‘…Jan van Nijenrode, knape, droeg in 1415, voor het gerecht te Breukelen den vrijen eigendom van het huis Gunterstein over ten behoeve van der zelfde Elzabe van Loenersloot.’ Dat moet haast wel in het rechthuis op de Kerkbrink zijn gebeurt, waar Gerard en ik gezeten hebben. En klaarblijkelijk was Elsabeen nu niet langer onmondig.

Het kasteel was toen een gebouw met torens en verdedigingswerken. Dat kon niet voorkomen dat het in 1508 door de Bourgondiërs verwoest werd. Ongetwijfeld in een van de schermutselingen, die samenhingen met de herrie, die er in die tijd rondom de bisschop van Utrecht was. In 1511 deden de burgers van Utrecht het nog eens dunnetjes over en maakten Gunterstein praktisch met de grond gelijk. De stenen namen ze mee om de, door de heer van IJsselstein verwoeste stadswijk, Bemuurde Weerd, weer op te bouwen.


Gunterstein werd ook herbouwd en kwam in 1611 in bezit van de beroemde raadspensionaris Johan van Oldenbarneveld. Deze zowel gehate als geprezen staatsman werd in 1619 van hoogverraad beschuldigd en onthoofd. Zijn bezittingen vervielen aan de staat. Gunterstein werd evenwel in leen gegeven aan kleindochter Odilia van Oldenbarneveld en kwam later in bezit van de familie Cats.

In 1659 werd Engelbert Ploos van Amstel, ambachtsheer van Tienhoven de gelukkige eigenaar. Hij had wel de pech dat in het rampjaar 1672 ook Gunterstein niet ontsnapte aan de verwoestende aandacht van de Franse troepen.

In 1681 werd het huidige, statige landhuis gebouwd, in opdracht van Magdalena Poulle, vermoedelijk naar een ontwerp van Adriaan Dortsman. Aan de gebouwen is sindsdien niet heel veel veranderd, afgezien van die pleisterlaag dan. En Gunterstein is nog steeds bezit van de erfgenamen van Magdalena. Het park veranderde in de loop der tijd wel van een formele Franse tuin in een landschapspark in Engelse stijl.



Dit verhaal verscheen in 2006 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996.

Wikipedia over Breukelen

Breukelen maakt tegenwoordig deel uit van de gemeente Stichtse Vecht zie ook http://www.histkringbreukelen.nl/ met veel info en plaatjes over de historische gebouwen in en om het dorp.

 

zaterdag 5 maart 2011

De Vecht 13 – Breukelen, de Kerkbrink

Breukelen is een mooi dorp met als middelpunt de Kerkbrink, waarlangs monumentale pandjes en terrasjes de voorbijganger uitnodigend lonken voor een kopje zondagochtendkoffie. Gerard en ik nemen plaats op het terras naast het oude ‘Rechthuys van Breuckelen en Breuckeleweert’.

In dit in 1672, na verwoesting door de Fransen, grotendeels vernieuwde gebouw is ook een horeca gelegenheid gevestigd, maar die lijkt nog gesloten. Even later, als wij bij de buren aan ons bakje cappuccino zitten, komt er een pronte blondine uit het ‘Rechthuys’ tevoorschijn. Ze begint de terrastafels en -stoelen schoon te lappen, onderwijl luidop, met een collegaatje van twee terrassen verder, de gebeurtenissen van de afgelopen uitgaansavond en -nacht doornemend. 

Tekening - Gerard Kuit

Je zou het storend kunnen vinden, maar wij genieten er van. De Kerkbrink is trouwens niet zo oud als de historische huisjes aan weerszijden doen vermoeden. Oorspronkelijk liepen hier twee straten, de Kerkstraat en de Nieuwstraat, van de rivier richting kerk. In de jaren ’70 van de vorige eeuw besloot men dat het dorp een centrum met meer grandeur behoefde en werden de oude panden, langs de twee straten, gesloopt om plaats te maken voor het langwerpige plein van tegenwoordig. Als je niet weet wat er verloren is gegaan, mis je het ook niet. De Kerkbrink is een mooi plein, te vergelijken met de centrale pleinen in plaatsen als Culemborg en Vianen.


Als je het plein in de lengte oversteekt kom je bij de hervormde Pieterskerk, die volgens een plakkaat op de gevel in de 8ste eeuw gesticht is door de beroemde prediker Bonifacius. De oudste delen van de huidige, sobere, gotische kerk dateren uit de 15e eeuw. Maar nadat de toren in 1702 door een storm verwoest werd, is het gebouw grotendeels vernieuwd. Tegen de zuidzijde van het schip is, in de 18e eeuw, een kapel gebouwd waarin de stoffelijke resten van de bewoners van kasteel Gunterstein bijgezet zijn. In de kerk zijn tombes en grafzerken van andere plaatselijke adellieden te bewonderen. De oudste uit de 15e eeuw.

Maar wij gaan niet naar binnen. Er is buiten ook genoeg te zien. Het brandspuithuisje bijvoorbeeld, uit 1869, dat rechts naast de kerk in een soort plantsoen staat. Er staat een klok op het dak om te luiden in tijden van nood. Dat zal wel niet veel meer gebeuren nu de wereldwinkel er is gevestigd.

Links naast de kerk staan twee rijtjes lage huisjes. Zo op het oog een armen- of bejaardenwoningen. We vragen ons af of er in deze kleine huisjes, een of twee kamertjes onder een laag puntdak, in vroeger jaren hele gezinnen gewoond hebben. Op de website, van de historische kring Breukelen, lees ik bij thuiskomst dat het om 18e eeuwse arbeidershuisjes gaat. Nu hebben een architecten bureau en een begrafenisondernemer er onderdak gevonden. Er tegenover staat de dorpspomp, die een replica is uit 1997, van de oorspronkelijke pomp die hier stond tot 1928, het jaar dat Breukelen aangesloten werd op het waterleidingnet.


Toen dominee Craandijk door Breukelen wandelde, in 1875, zag de dorpskern er heel anders uit, omdat de Kerkbrink nog niet aangelegd was. Hij beschrijft het als ‘…een uitgestrekte en welvarende plaats met talrijke straten, die het groote kerkgebouw omringen, met goed onderhouden burgerwoningen en heerenhuizen, frisch en vrolijk door het overvloedig groen van tuinen en opgaande bomen…’.

Jac. P. Thijsse, die in 1915 passeerde, nam niet eens de moeite om de brug naar het dorp over te steken. Hij beperkte zich tot het tegenover de brug liggende kasteel Gunterstein en de parklanden daar omheen. Daar gaan Gerard en ik ook nog een kijkje nemen.



Dit verhaal verscheen in 2005 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit


Bronnen: J. Craandijk - Wandelingen door Nederland 1890; Jac. P. Thijsse - de Vecht 1915; ENSIE Lexicon 1952; Atlas van de Nederlandse kastelen 1980; Monumenten in Nederland 1996; Handboek Natuurmonumenten 1996.

Wikipedia over Breukelen


Breukelen maakt tegenwoordig deel uit van de gemeente Stichtse Vecht zie ook http://www.histkringbreukelen.nl/ met veel info en plaatjes over de historische gebouwen in en om het dorp.