donderdag 4 augustus 2011

De Vecht 30 – De Horstermeerpolder

De vorige etappe van onze Vechtreis volbrachten we onder stormachtige omstandigheden in november 2007. Op de terugweg van Nichtevegt en Nederhorst den Berg reden we door de Horstermeerpolder. Een kaarsrechte weg, over de bodem van een drooggelegde waterplas. Links en rechts huizen en boerderijen, af en toe een doorkijkje naar het achterliggende polderland. Je bent er doorheen voor je er erg in hebt. En dat is eigenlijk jammer want het is een opmerkelijk stukje Nederland.

Er zijn wel meer polders langs de Vecht, maar die liggen bijna allemaal aan de westkant van de rivier. De oostkant staat juist bekend om zijn plassen en meren. De Loosdrechtse plassen, de Vinkeveense- en Ankeveense plassen, het Naardermeer, het is een natte bedoening.

De meeste van deze waterpartijen zijn ontstaan door turfwinning. De huidige jeugd zal het zich nog maar nauwelijks voor kunnen stellen, maar voor we overstapten op aardgas en olie verwarmden we onze huizen met turf. Op elkaar gepakte en half vergane plantenresten, uit het veen, gedroogd en in blokken verdeeld.

Je stelt het je voor in onherbergzame streken in Drenthe en de kop van Overijssel, maar ook in ons eigen dorp, Soest, op de rand van de Utrechtse heuvelrug, werd turf gestoken. En in de veengebieden ten oosten van de Vecht, dus. In de afgelopen eeuwen zijn de veengebieden tussen Utrecht en Amsterdam zelfs zo enthousiast afgegraven dat de boel bijna helemaal onder water kwam te staan. Alleen het Horstermeer, dat nu juist van nature water was, is drooggelegd en ingepolderd.




Die inpoldering was bepaald geen fluitje van een cent. Al in 1612 werd een ringdijk aangelegd met de bedoeling om het meer droog te malen. De eerste pogingen faalden en het lukte uiteindelijk pas in 1882 om het meer definitief droog te leggen. Thijsse beschreef het ‘…kolosaal stoomgemaal, dat ’t water moet wegpompen uit den Horstermeerpolder, die heel diep ligt, wat wel te zien is aan het uitwateringskanaal zelf, dat een meter of vier onder den beganen weg ligt.’

De polder is ook interessant voor literatuurhistorici omdat Frederik van Eeden, schrijver van ondermeer ‘De kleine Johannes’, hier in 1902 een stuk grond kocht, ter uitbreiding van zijn idealistische kolonie Walden. De boerderij ‘De Nieuwe Harmonie’ herinnert hieraan. De bedoeling was om, in coöperatief verband, land- en tuinbouw te bedrijven. Van Eeden, die van huis uit psychiater was, wilde er ook patiënten onder brengen. Het terug-naar-de-natuur-experiment ging uiteindelijk, in 1907, ten onder aan onkunde en onenigheid.

Er zijn trouwens plannen om de Horstermeerpolder weer gedeeltelijk onder water te zetten. Het moet niet veel gekker worden. Is het ding net 125 jaar droog ! Maar gelukkig zijn er mensen die dat toch weer te ver vinden gaan, getuige verschillende internetsites. Wel vreemd dat de makers daarvan het gebied aanprijzen als ‘…een heel mooi stukje natuur…’, want dat is het nu net niet. Maar als ik de plaatjes zo bekijk kan ik me voorstellen, dat je er als bewoner niet op zit te wachten, dat dit mooie gebied weer onder water gezet gaat worden.


Anderhalf jaar na onze eerste tocht door de polder is de plannenmakerij wel verder gegaan, maar is er nog geen beslissing over het gebied genomen. De overheid wil een deel van de polder veranderen in moerasgebied, om overtollig water op te vangen. Er is ook een alternatief plan, de Weide-Meren-variant, opgesteld door Jan Zwagerman, dat voorziet in een afwisseling van brede sloten en akkers. Maar daar zijn de politici en bestuurders niet erg enthousiast over. Tot verdriet van een aantal bewoners. En zo steggelen we vrolijk verder.

Historie en onenigheid genoeg rondom de Horstermeerpolder. Toch hebben Gerard en ik op onze eerste doortocht niets gezien waarvoor we de auto stil wilden zetten. Onopvallende boerderijen, hier en daar een glimp van weilanden en het zendstation dat achter de huizenrij ligt. We zullen er nog eens naartoe moeten, als we bij dit verhaal ook een illustratie willen maken. In mijn monumentenboek wordt ‘het Jachthuis’ genoemd en boerderij ‘de Horst’, beiden uit 1903, die het bekijken waard zouden moeten zijn. En dan rijden we meteen door naar Weesp, het laatste stadje voor Muiden en de monding van de Vecht.


Ps: In februari 2010 hebben de bewoners, uit protest en ongenoegen, de Republiek Horstermeerpolder uitgeroepen en zich daarmee losgemaakt van het koninkrijk der Nederlanden. In september 2010 is er, na bemiddeling van de burgemeester van Wijdemeren, besloten tot een wapenstilstand. Er ligt nu een compromisvoorstel waarin het waterpeil in de polder iets verhoogd wordt, maar er geen moerasgebied zal ontstaan. Zie RepubliekHorstermeerpolder,blogspot.com 



Dit verhaal verscheen in 2009 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
 



Tekening: Gerard Kuit



Bronnen: Prof. J.A.de Rijk – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Monumenten in Nederland – Noord-Holland 2006;

De Horstermeerpolder op Wikipedia


Van het Weide-Merenplan is een filmpje te zien op YouTube en een korte documentaire over de plannen en protesten in de Horstermeerpolder 
  
Weblogs over de Horstermeerpolder: Mijn Horstermeer en Bewonersvereniging Horstermeerpolder



4 opmerkingen:

Unknown zei

ik heb ook nog turf in de kachel/het fornuis gedaan in mijn jeugd Jan; je had lange turf en korte die harder was

Jan de Stripman zei

@cor - Ik zou het eens moeten vragen, maar volgens mij hebben mijn ouders ook nog turf gestookt. Dat waren nog eens tijden...;o)

Annet zei

In Rotterdam hadden we kolen...ernaast een badgedeelte van blik...jemig en toch was het goed...en dan straks windmolens...dieren hebben dat alles niet nodig met hun pels....waar is onze vacht gebleven?

Groetjes, Annet:>)

Jan de Stripman zei

@annet - De kolenkachel kan ik me nog vaag herinneren, maar we gingen thuis al in de jaren '60 over op aardgas. Ja, de moderne tijd...;o)