woensdag 30 november 2011

Wijk bij Duurstede 4 - Stadsmuren, een terras en de molen van Ruysdael

We verlaten het kasteelpark en slaan rechtsaf richting rivier. We lopen zo langs de restanten van de 15e eeuwse stadsmuur die hier voor een flink stuk bewaard is gebleven. Oorspronkelijk was de vesting voorzien van torens en vermoedelijk vijf stadspoorten. Van de torens resten nog twee ronde uitstulpingen in het restant van de stadsmuur, op de tweede, die bijna helemaal opgenomen is in latere bebouwing, heeft de beroemde molen van Ruysdael gestaan.

De enig overgebleven stadspoort dient nu als onderstel voor de korenmolen Rijn en Lek, maar om daar te komen moeten we eerst de Dijkstraat uitlopen, langs de Lek. Hier is de oude stadsmuur opgenomen in de hoge waterkering langs de rivier. De rest van de versterkingen rond Wijk bij Duurstede is in de 19e eeuw gesloopt.



'Fraaije riviergezichten zijn te genieten (…) van den koepel op den hoogen steenen muur (…) 't is daar heerlijk zitten in den stillen morgen of in den kalmen avondstond…', schrijft dominee Craandijk. En nog steeds is het terras op de kademuur een geliefde plaats om een kopje koffie, thee of iets sterkers te gebruiken. Je hebt er uitzicht op het haventje dat tegenwoordig voornamelijk de pleziervaart dient.

Wat verderop kun je het veerpontje zien gaan en '…de heuvels van Amerongen blaauwen in de verte waar de groene Betuwe met haar torens en dijken en boomgroepen en uiterwaarden zich voor ons uitbreidt.' We zien twee ooievaars met trage vleugelslag boven de huizen van het oude stadje opstijgen en naar grote hoogte cirkelen.

Als we weer opstappen is Wijk bij Duurstede tot leven gekomen. Antiek- en curiosawinkels en galeries hebben de deuren geopend voor het maandelijkse culturele rondje. Gerard koopt, in een zaakje vlak achter het terras, een mooie rode collectebus.


We lopen de Oeverstraat in, richting stadskern. Veel huizen in de stad dateren uit de 17e, soms zelfs 16e eeuw, maar die ouderdom gaat schuil achter 18e en 19e eeuwse voorgevels. Halverwege de straat springt de rooilijn terug voor een ondiep pleintje, achter een ijzeren hek. Hier staat een nog ouder gebouw, het st. Ewouds- en st. Elisabethsgasthuis, dat in de 14e eeuw gesticht werd door Willem, heer van Abcoude en Duurstede.

Eertijds was het een ziekenhuis, toen Craandijk het aan het eind van de 19e eeuw bezocht werden '…ouden lieden er opgenomen en kosteloos verpleegd, terwijl eenige anderen er "den kost hebben gekocht"…'. Hij trof er schilderachtige figuren: '…een oud-strijder van Waterloo en een bijna honderdjarige vrouw…' en '…een bejaard man en zijn dochter, van buitengewoon klein gestalte…'.

De oude muren zijn bedekt met een pleisterlaag en de voorgevel is voorzien van schuifvensters, maar inwendig zijn nog 14e eeuwse bouwdelen aan te wijzen. Het gasthuis is tot 1970 in gebruik geweest als bejaardenhuis, daarna is het opgedeeld in kantoren en woningen.

We wandelen door de Peperstraat, met nog meer aardige gevels, antiekwinkels en kunstzaken. Een bord nodigt uit tot een bezoek aan een café aan de Mazijk, een straat die je bereiken kunt via een smalle doorgang tussen oude muren. De Mazijk dankt zijn merkwaardige naam aan de muziek die de bisschop begeleidde op weg naar de kerk. We zouden nog meer cafés langs kunnen, misschien het museum kunnen bezoeken, maar dat doen we wellicht een andere keer.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest, de situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn. Het is ook eerder geplaatst op het voormalige Volkskrantblog.

Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Bloemers, Louwe Kooijmans en Sarfatij - Verleden land, 1981; van Es, Sarfatij en Woltering (redactie) - Archeologie in Nederland, 1988; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997


Lokatie Wijk bijDuurstede op Google Maps 


woensdag 23 november 2011

Wijk bij Duurstede 3 – Middeleeuwse wallen en stadsboerderijen

Al in 1300 kreeg Wijk bij Duurstede stadsrechten, zo'n honderd jaar later werden de eerste stadsmuren aangelegd. Van die versterkingen is niets meer over. Het stadje omvatte aanvankelijk ongeveer een derde van de huidige binnenstad, een soort taartpunt, begrensd door het huidige kasteelpark en de straten: Mazijk, Plantsoensteeg en Achterstraat.

Al snel bleek dat te klein en in 1450 kwam er aan noord- en zuidkant een uitbreiding en werden er nieuwe muren gebouwd in een onregelmatige ronde vorm. Je kunt er nu omheenlopen langs de Singel, het Walplantsoen, de Dijkstraat en Langs de wal. En dat is op zich een goed idee want je komt er een aantal bezienswaardigheden tegen.


Zoals gezegd liepen wij eerst naar de Markt. Daar staat het gemeentehuis uit 1662 met aan weerszijden een hardstenen waterpomp uit 1759. Daarbovenuit torent de imposante toren van de hervormde kerk. In de eerste helft van de 14e eeuw stond hier al een veel kleinere kerk, maar tussen 1459 en 1496 verbleef bisschop David van Bourgondië regelmatig op kasteel Duurstede en in 1486 gaf hij opdracht tot de bouw van een groter, meer representatief gebouw, met een enorme toren.

Van die plannen is niet veel terechtgekomen. De toren is nooit afgebouwd, net zo min als de kerk zelf waarvan het koor in 1579 bovendien door brand verwoest en nimmer herbouwd werd. Dominee Craandijk noemt het resultaat: '…een groote, ten deele merkwaardige Hervormde kerk, met zwaren, schoon gebouwden, maar onvoltooiden toren…'.



Vanaf de markt wandelen wij de Maleborduurstraat in om bij de volgende kruising rechtsaf de Achterstraat in te slaan. Op nummer 18 staat hier een stadsboerderij uit 1495 die waarschijnlijk de oudste bewaard gebleven boerderij in ons land is. Vanaf de middeleeuwen tot een eind in de twintigste eeuw was de landbouw en dan vooral de fruitteelt, de belangrijkste bron van inkomsten voor Wijk en zijn bewoners.

Er staan meer oude boerderijen in en om de stad, maar Achterstraat nummer 18 is veruit de oudste. Het is overigens een tamelijk bescheiden, witgepleisterd pand. Je zou het zo voorbijlopen als de VVV er geen bordje op had aangebracht.

We lopen de andere kant weer op, richting kasteel. De binnenstad van Wijk bij Duurstede is een aardige mix van oude en nieuwe panden. Waarbij de nieuwbouw meestal bescheiden van opzet is en de straatlantaarns een ouderwetse uitvoering hebben, zodat niets de historische sfeer verstoort. De inwoners houden daar zelf ook het oog op getuige de raambiljetten die protesteren tegen bouwplannen en er voor pleiten Wijk niet vol te bouwen.



We nemen een omweggetje door het kasteelpark. Het kasteel zelf is dicht. Volgens mijn informatie wordt het geëxploiteerd als zalencentrum voor bruiloften en partijen en zou je er op het binnenplein een kopje koffie moeten kunnen drinken. Maar niet op zondagochtend, misschien.

Nadat het kasteel in de 17e eeuw ontmanteld werd, sommigen zeggen door de Franse troepen, kwam het in bezit van de stad. De wallen werden deels afgegraven en omstreeks 1800 werd het ingericht als stadspark. Craandijk omschrijft het als een '…smaakvol aangelegd plantsoen, onder welks hoog en trotsch geboomte de bevolking der stad zich gaarne verpoost.' In 1911 werd op het kasteeleiland een muziektent geplaatst.

Als je om het kasteeleiland heenloopt kom je over een bruggetje dat de verbinding tussen de binnen- en de buitengracht overspant. Vanaf hier heb je goed zicht op de merkwaardige hofstede 'De Wildkamp'. Deze luxueuze boerenhoeve is gebouwd omstreeks 1800 in empire-stijl. Het hoge voorhuis is witgepleisterd en heeft een uitspringend balkon. Aan weerskanten wijkt de gevel terug en staan twee beelden in rondboognissen. Ze stellen Flora en Fauna voor. Tuinarchitect J.D. Zocher heeft bij zijn werkzaamheden aan het kasteelpark, in 1852, rekening gehouden met het uitzicht op dit opvallende pand.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest, de situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn. Het is ook eerder geplaatst op het voormalige Volkskrantblog.

Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Bloemers, Louwe Kooijmans en Sarfatij - Verleden land, 1981; van Es, Sarfatij en Woltering (redactie) - Archeologie in Nederland, 1988; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997


Lokatie Wijk bijDuurstede op Google Maps 


woensdag 16 november 2011

Wijk bij Duurstede 2 - Noormannen en bisschoppen

Dat er in Wijk bij Duurstede veel sporen van het verleden te vinden zijn was in het begin van de 19e eeuw al bekend. Aanvankelijk trok vooral de vondst van grote hoeveelheden dierenbotten de aandacht. Niet alleen van oudheidkundigen, maar ook van fabrikanten die er beendermeel van maakten.

'Reeds sedert eenige jaren hadden arme lieden in den winter steelsgewijze een stuksken brood verdiend met het opgraven van beenderen…' meldt Craandijk en '…niet minder dan 18000 mudden beenderen werden in korten tijd gevonden…', maar ook '…menig voorwerp van kunstvlijt…'.

Een overheidsdienst die zich met archeologische zaken bezighield was er nog niet, maar '…belangstellenden, waaronder vooral de predikant van de Veur van Zoelmond genoemd verdient te worden, trachtten te verzamelen wat te voorschijn kwam…'.


De grote hoeveelheid vondsten trok uiteindelijk landelijke belangstelling en in 1842 greep de overheid in. Er ging een opgraving onder deskundige leiding van start. Het was het begin van het grootste archeologische onderzoek van Nederland, dat in verschillende fasen tot in de jaren '80 van de 20e eeuw zou voortduren.*)

Men vond een groot deel van de vroegmiddeleeuwse haven van Dorestad terug en een grote hoeveelheid gebruiksvoorwerpen, munten en sierraden. Een deel daarvan is te zien in het Museum Dorestad, voorheen het Kantonaal en Stedelijk museum, aan de Muntstraat in Wijk bij Duurstede. Bovengronds is er niets meer van te zien, niet van de bloeiende handelsstad die er in de 9e eeuw ontstaan was, noch van de verwoestingen aangericht door de Noormannen. **)


Al tijdens de regering van Karel de Grote (742-814) hielden de '…gevreesde zeekoningen…' huis langs de kusten van de Noordzee. Karels zoon Lodewijk de Vrome stelde zelfs een Deense leenman aan, Harald, om Dorestad en omstreken te beschermen. Tevergeefs: 'Van 834 tot 837 werd de ongelukkigen stad viermaal geplunderd.' Tien jaar later nog een keer en in 863 voor het laatst.

Inmiddels begon de monding van de Rijn te verzanden, waardoor het voor vrachtschepen en Vikingen steeds moeilijker werd om landinwaarts te varen. Dorestad nam in belangrijkheid af en: 'In 949 bevestigde keizer Otto III het bisdom Utrecht in 't bezit van alles, wat het bezat "in de villa, eertijds Dorestad, thans Wijck genoemd."'

Een deel van de grond rond Wijk bleef echter in het bezit van de Duitse keizer. In 1256 kocht graaf Otto II van Gelre de voormalige keizerlijke vroonhof, een agrarisch complex gelegen aan de Markt, waar nummer 14 en 14a nog bekend staan als 'de Nederhof'. Otto gaf zijn bezittingen en de bijbehorende rechten in leen aan de heren van Abcoude, die omstreeks 1270 begonnen met de bouw van het kasteel.

Waarschijnlijk was het Zweder van Zuylen van Abcoude die een donjon liet bouwen met een zaalgebouw ernaast, omringd door een schildmuur. Die donjon, inmiddels een ruïneuze, maar nog steeds imposante, vierkante toren, staat op een eilandje, in een romantisch park, aan de zuidwestkant van het stadje. Hij wordt nu omringd door de resten van een latere bouwfase, die onder leiding van de Utrechtse bisschoppen tot stand kwam.


Tussen Utrecht en Gelre heeft lange tijd onenigheid bestaan over de zeggenschap over Wijk bij Duurstede. Uiteindelijk, zo meldt Craandijk, was het '… Jacob van Gaesbeek, den erfgenaam der Abcoudes, die na een voortdurende strijd met de Utrechtse kerkvorsten, in 1449 deze bezittingen aan het Sticht moest afstaan.'

In die jaren oefenden de bisschoppen de macht uit over een groot deel van de huidige provincie Utrecht, toen 'het Sticht' genoemd, en delen van Overijssel, Drenthe en Groningen, 'het Oversticht'. Zij waren niet alleen godsdienstige leiders, maar ook wereldlijke staatshoofden die rechtspraken, belasting inden enzovoort.

In de 15e eeuw ging dat niet zonder slag of stoot en de toenmalige bisschoppen David en Philips van Bourgondië vochten menig conflict uit met Hollandse en Gelderse troepen. Omdat de stad Utrecht partij trok tegen de eigen bisschop hield die regelmatig verblijf op slot Duurstede. Vooral David heeft veel aan het kasteel verbouwd, de grote ronde toren wordt naar hem de Bourgondische toren genoemd.



*) In het boek 'Dorestad – Een wereldstad in de middeleeuwen' door Annemarieke Willemsen (Walburg pers 2009) staat een verslag van de opgravingsgeschiedenis. De eerste archeologische onderzoekingen waren kleinschalig en er werd niet veel gedaan ter bescherming van de vindplaats. Eigenlijk werd er pas serieus opgegraven toen grootschalige nieuwbouwplannen, in de jaren '60 van de 20ste eeuw, de resten van Dorestad bedreigden. De opgravingen zijn in fases doorgegaan tot in 2008.

**) Dat de opgravingen te Wijk bij Duurstede het legendarische Dorestad blootgelegd hebben wordt door sommigen betwist. Zie bijvoorbeeld hier. De meeste historici houden het er echter op dat er weliswaar geen keihard bewijs is dat het hier Dorestad betreft, maar dat dat wel zeer waarschijnlijk is. De vondsten zijn inmiddels overgedragen aan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waar een deel ook tentoongesteld wordt


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest, de situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn. Het is ook eerder geplaatst op het voormalige Volkskrantblog.

Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Bloemers, Louwe Kooijmans en Sarfatij - Verleden land, 1981; van Es, Sarfatij en Woltering (redactie) - Archeologie in Nederland, 1988; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997

Zie ook Wijk bij Duurstede op Wikipedia 


Lokatie Wijk bijDuurstede op Google Maps 

woensdag 9 november 2011

Wijk bij Duurstede 1 - Romeinse oorsprong

'Wijk bij Duurstede is thans een stil landstadje…', schreef dominee Jacobus Craandijk in 1883 en als wij, op een mooie zondagochtend in augustus 2002, onze auto parkeren op de parkeerplaats aan het Walplantsoen kunnen we hem alleen maar gelijk geven. Er is natuurlijk veel veranderd in ruim honderd jaar, maar de rust is gebleven. Al kan dat natuurlijk ook aan het vroege uur liggen. We wandelen de Plantsoensteeg in naar de oude kerk en horen daar het orgel spelen en de gemeente zingen. 



Bij Wijk bij Duurstede gaat de Rijn over in de Lek, leerden wij op school bij aardrijkskunde. Maar in feite gaat de Rijn gewoon verder, als de Oude- of Kromme Rijn die bij Katwijk uitmondt in de Noordzee. Vroeger was dit de hoofdstroom, veel breder dan nu en hij overstroomde regelmatig de omliggende landstreek.

We steken het bescheiden riviertje over nadat we, vanaf de Langbroeker Wetering, de weg naar Wijk genomen hebben. Op het kruispunt was vroeger een herberg gevestigd. Craandijk nam er een '…snede brood met kaas en een glas bier…'. Daarna ging het langs '…boerenhofsteden, boomgaarden, weiden en brugjes, hooge peppels en wilgen, hier en daar een zicht op den korten, zwaren kerktoren van Wijk…'. En zo is het in grote lijnen nog steeds. De weg is ondertussen geasfalteerd, natuurlijk, sommige huizen zijn nieuw, maar verder heeft de vooruitgang zich hier rustig gehouden.

De dominee wandelde Wijk binnen over de Hoogstraat en passeerde zo een stuk grond waar al in het midden van de 19e eeuw sporen van vroegere bewoning gevonden werden: '…gij hoeft slechts even hier of daar te bukken (…) om er scherfjes en stukjes gebakken aarde te vinden…'. Overblijfselen van een legendarisch verleden.

Hier langs de oever van de Rijn, die toen ook al een belangrijke handelsroute was, lag Dorestad, een welvarende doorvoerhaven, die vooral bekend is geworden door de plunderingen van de Noormannen in de 9e eeuw. Voor die tijd hadden de Romeinen al een castellum gebouwd bij de splitsing van Rijn en Lek. De dominee meende dat het kasteel van Duurstede op de resten van dat fort gebouwd was. Tegenwoordige geleerden situeren het aan de overkant van de huidige stroom, bij het Gelderse dorp Rijswijk. Bij baggerwerkzaamheden kwam daar in 1979 een paar Romeinse helmen boven water.


Tussen 58 en 49 voor Christus veroverde Julius Caesar heel Nederland. Heel Nederland ? Nee, het deel boven de grote rivieren bleef dapper weerstand bieden. Eigenlijk was de verovering van de zuidelijke Nederlanden een voortvloeisel uit de verovering van Gallië. Je zou kunnen zeggen dat Caesar wat ver naar het noorden doorgeschoten was, maar de huidige grenzen bestonden natuurlijk nog niet en het was niet zo duidelijk waar Gallië nou eigenlijk ophield.

De Romeinse legers, waarvan de soldaten merendeels afkomstig waren uit al eerder door de Romeinen veroverde gebieden, legden langs de Rijn van Nijmegen tot aan Katwijk, grensversterkingen aan. Het castellum bij Wijk Bij Duurstede huisvestte waarschijnlijk een infanterie cohort en heette Levefanum. Tot en met de 3e eeuw na Christus werd het door de Romeinen gebruikt.

Rond 400 begon het verval van het Romeinse rijk en in 406 besloot keizer Honorius zich uit ons land terug te trekken. De Franken namen vervolgens de boel over en de Rijn werd nu het toneel van schermutselingen tussen de Franken en de Friezen.

In 690 was er, bij het 'castrum Dorestad', een veldslag tussen de Friezen onder leiding van koning Radboud en de Franken, die aangevoerd werden door hofmeier Pepijn II. Men neemt aan dat bij het oude fort inmiddels een nederzetting was ontstaan. Van het castellum Levefanum is verder niet veel teruggevonden, de bedding van de rivier heeft zich verlegd en de resten zijn waarschijnlijk weggespoeld. Wel is er ten noorden van de oude stad, bij de Horden waar nu een nieuwbouwwijk is, tussen 1984 en '87 een begraafplaats opgegraven met Romeinse graven uit de perioden van 0 tot 250 na Christus.


NB: Dit verhaal is geschreven in 2002, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest, de situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn. Het is ook eerder geplaatst op het voormalige Volkskrantblog.

Tekening: Gerard Kuit

Bronnen: J. Craandijk: Wandelingen door Nederland - Utrecht, 1874; Doriann Kransberg en Hans Mils: Kastelengids van Nederland, 1979; Bloemers, Louwe Kooijmans en Sarfatij - Verleden land, 1981; van Es, Sarfatij en Woltering (redactie) - Archeologie in Nederland, 1988; Monumenten in Nederland - Utrecht, 1997

Zie ook Wijk bij Duurstede op Wikipedia 


Lokatie Wijk bijDuurstede op Google Maps

vrijdag 4 november 2011

De Vecht 39 – Einddoel bereikt

Een grote bruine hond speelt met een bal tussen de tafels van Café Ome Ko, bij de sluis in Muiden. Bij de open haard zijn jonge moeders en vaders in de weer met kleuters en wandelwagentjes. Er worden kinderen in- en uitgeladen en naar de toiletten begeleid. Aan de grote tafel in het midden van de gelagkamer zitten wat mensen aan het ontbijt. Gebakken eieren met spek.


Gerard en ik zitten wat terzijde, we drinken een kopje koffie. We zullen zo direct nog een klein ritje met de rolstoel maken. Langs de kazerne en het muizenfort en terug langs de kademuur, die Muiden moest behoeden voor overstromingen, in de jaren voor de afsluitdijk.

Maar het eigenlijke hoogtepunt van de dag hebben we al gehad. We hebben het einde van onze Vecht-reis bereikt: de monding van de rivier. Het is haast niet voor te stellen, maar we hebben er ruim 5 jaar over gedaan. Vanaf fort Vechten, bij Bunnik tot aan Muiden, in 39 hoofdstukken.


De westbatterij - Muiden
We zijn begonnen en geëindigd bij vestingwerken, wat maar aangeeft hoe belangrijk deze rivier was. Van begin tot eind versterkt met forten en bastions.
Via schilderachtige rivierdorpen en fraaie buitenhuizen zijn we stroomafwaarts gegaan. Door landschappen die opvallend weinig geleden hebben onder de vooruitgang en dadendrang van de moderne tijd.

Uiteindelijk zijn we in Muiden aangekomen. Vreemd dat het stadje niet uitgelopen is om ons met dansmariekes en fanfare binnen te halen. Merkwaardig dat we niet gehuldigd zijn op het stadhuis. Nou, ja, zo gaat dat ook niet meer tegenwoordig. Ontdekkingsreizigers worden niet meer op waarde geschat.

We zijn heel onopvallend langs de rivier gereden, overgestoken bij de sluis en we hebben de auto in een stil woonwijkje geparkeerd. Aan het eind van het straatje zagen we de daken van het Muiderslot boven de rivierdijk uitsteken. En tussen de huizen door een glimp van het laatste fort langs de Vecht, de Westbatterij.

Die kant wandelden we op. Langs een klein volkstuincomplex. Een enkele Muidenaar liep er de hond uit te laten. Wij beklommen de dijk en genoten van het uitzicht op de jachthaven, het slot, het stadje, het fort en de monding van de Vecht.

We maakten wat foto's en uiteindelijk gaven we elkaar een hand. Zo, missie volbracht !


De Kazerne - Muiden
En ach, ja, de westbatterij is aangelegd in 1799. Het ovalen torenfort, dat het meest opvallende deel is, dateert van 1852. Het is omsloten door een gracht en wordt momenteel gebruikt door de scouting. Het muizenfort is iets jonger, gebouwd in 1874. Uit dezelfde periode dateert de indrukwekkende kazerne.

Het Café van Ome Ko heette oorspronkelijk 'De Gooise Boer' en is al eeuwen in gebruik als herberg. De kleurig geschilderde gevelsteen dateert uit 1756. Bij de koffie maken Gerard en ik plannen voor een nieuwe reis. Langs de kust van de Zuiderzee lijkt een aardig idee...


Dit verhaal verscheen in 2009 in de Artishockberichten, verenigingsblad van culturele vereniging Artishock in Soest. Omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.




Tekening: Gerard Kuit


Foto's: Jan de Stripman   en Gerard Kuit

Bronnen: Prof. J.A.de Rijk – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – De Vecht 1915; Monumenten in Nederland – Noord-Holland 2006

Muiden op Wikipedia   

Het Muiderslot op Wikipedia

Muiden op Google Maps