vrijdag 26 februari 2016

De Zuiderzee – 21 – Oldenaller, Salentein en Berencamp


Vanaf het Puttergemaal volgen we de Arlersteeg. Eerst door het open polderlandschap, maar als we het bruggetje over de A28 over zijn wordt de omgeving kleinschaliger. De boerderijen zijn hier ouder, de bomen hoger en talrijker.



Via de Waterweg, een gewone geasfalteerde weg, geen waterloop dus, bereiken we de provinciale weg van Nijkerk naar Putten, de N798. Rechts van ons is het begin van een voorname oprijlaan, met een dubbele rij eiken er langs en twee bakstenen pilaren met de naam van het bijbehorende landgoed erop: Oldenaller.

De Oldenaller-allee komt niet recht op de voorgevel van het landhuis uit, om daar zicht op te krijgen moeten we een stukje de provinciale weg op. Tussen de bomen van het park zien we het opvallende torentje uitsteken. Oldenaller dateert uit de 17e eeuw en zou ontworpen zijn door Jacob van Campen. De toren en het Engelse landschapspark zijn in de 19e eeuw toegevoegd door Zocher.

Momenteel wordt Oldenaller beheerd door Natuurmonumenten. In het kasteelbos broedt een flinke kolonie blauwe reigers, verder vind je er heide, hakhoutbosjes en door houtwallen omzoomde landbouwgronden. Het landgoed strekt zich uit ter weerszijden van de N798 en aan de overkant heeft Natuurmonumenten, in een oude schaapskooi, een rust- en informatiepunt ingericht.

We rijden verder richting Nijkerk. In een bocht van de provinciale weg, vlak buiten het stadje, ligt landgoed Salentein. Als je vanaf de andere kant komt zie je het witte gebouw, met zijn twee ronde hoektorens en romantische waterpartij, al van verre liggen.

Wij krijgen eerst de iets minder spectaculaire achterkant te zien. Daar zijn wel de oudste gedeelten van het complex te vinden, die uit de 18e eeuw dateren. De symmetrische voorgevel, met de twee torens, stamt uit 1906. In het hoofdgebouw en koetshuis zijn restaurants gevestigd en worden zalen verhuurd. We rijden even de brug over om een paar foto's te maken.

Aan de overkant van de provinciale weg staat in het weiland een achtkantige, gemetselde duiventoren. Het neogotische gebouwtje is daar in de 19e eeuw neergezet en hoort bij het landhuis de Berencamp. Dat kun je, wat verder naar rechts, tussen de bomen door zien.

Het huis is in aanleg 15e eeuws. Het hoorde lange tijd bij landgoed Salentein en werd toen gebruikt als boerderij. Eind jaren '70 van de vorige eeuw besloten de erfgenamen om Salentein te verkopen en op de Berencamp te gaan wonen. Dat werd daarna grondig gerestaureerd.

We stappen weer in de auto en rijden verder, naar Nijkerk.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006; Google maps en Wikipedia.


vrijdag 12 februari 2016

De zuiderzee – 20 – Het Sluishuis en het Puttergemaal

Terwijl we staan te wachten, voor de open brug bij de Arkersluis, stapt Gerard uit om een paar foto's te maken. De brug en de sluis zijn aardig om te zien, maar de meeste aandacht wordt getrokken door een oud pand met een rood pannendak. Toen we er op de heenweg langs reden vroegen we ons al af wat het was, of geweest kon zijn.

Het heeft maar één verdieping met een symmetrische indeling, een centrale deur met aan elke kant twee ouderwetse ramen met luiken. Boven de deur prijkt een kleurig wapenschild, met een leeuw die een sabel vasthoudt en de tekst 'Het Ampt van Neijkerk'.


Sluishuis, gefotografeerd door de ruit van de auto...
We vragen ons af of het misschien een oude herberg geweest kan zijn, maar thuis kom ik er achter dat het de voormalige sluiswachterswoning is. Het zogenaamde 'sluishuis' stamt uit de 18e eeuw en ziet er best riant uit.

Als de brug weer naar beneden is rijden we verder, het kruispunt over, langs de oude zeedijk. Eindelijk pal langs de kust ! Van het water zien we maar een glimp, over de dijk heen, maar aan de andere kant is het uitzicht zeer wijds. De polder vormt een enorme geelgroene vlakte. Lang kunnen we er niet van genieten. Na een paar minuten doemt, rechts van de dijk, de schoorsteen van het Puttergemaal al op.

Hier geen drukke activiteit van vrijwilligers, maar volstrekte rust. Een schuur, waarvan de deur open staat, een rode, bakstenen schoorsteen, het donkere gebouwtje waar de stoommachine in huist, een eenvoudig scheprad en de witgeschilderde machinistenwoning. We kijken er op ons gemak even rond, maar zien niemand.

Het gemaal is een stuk kleiner dan 'Hertog Reinout', het Nijkerker gemaal dat we eerder bezochten, maar stamt uit dezelfde tijd en heeft ongeveer dezelfde geschiedenis. In gebruik genomen in 1886, hield het tot 1971 de polder droog. In 2000 is men met de restauratie begonnen en vanaf 2006 is het weer, een aantal dagen per jaar, werkend te bewonderen.

In het water achter het gemaal zwemt een grote groep eenden, voornamelijk smienten, vogels die in ons land overwinteren. Wij rijden weer verder, landinwaarts nu, met een omweg weer terug naar Nijkerk.



Interieur van het Putter Stoomgemaal
gefotografeerd door een raam, vandaar de spiegeling...
NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006; Google maps en Wikipedia.

Voor de 'maaldagen' van het Putter stoomgemaal kun je terecht op de website:

Het Putter stoomgemaal tussen Nijkerk en Putten

Bezoekerscentrum Arkemheen


vrijdag 8 januari 2016

De Zuiderzee – 19 – Polder Arkemheen en stoomgemaal Hertog Reinout

We reizen langs de oevers van de oude Zuiderzee, maar zoals al eerder is opgemerkt, er zijn niet veel mogelijkheden om direct langs het water te rijden. Tussen Bunschoten en Nijkerk loopt wel een weg over de dijk, maar die is voor een groot deel afgesloten voor autoverkeer. Als ik nog grote afstanden zou kunnen fietsen, dan had het wel gekund en was het stoomgemaal Hertog Reinout, ten westen van Nijkerk, onze eerstvolgende stop geweest.

Nu rijden we, op een frisse donderdagochtend in maart, noodgedwongen wat verder landinwaarts, over de Nijkerkerweg, die een stukje verder de Bunschoterweg heet, dwars door de polder Arkemheen. Vlak buiten Bunschoten kruisen we de Laak, een beek die al rond 1200 gekanaliseerd werd, maar die nog altijd de grens vormt tussen de provincies Utrecht en Gelderland.

De Arkemheenpolder ligt er droog en verdord bij. Het is al weken bijzonder koud weer en het heeft al geruime tijd niet veel geregend en dat is te merken. Jammer voor de weidevogels, die hier normaal gesproken in grote aantallen verblijven en zich in het vroege voorjaar zouden moeten voorbereiden op het broedseizoen.

Vandaag vallen in eerste instantie de vele knobbelzwanen en ganzen op. Later zullen we ook wat grutto's, kieviten en tureluurs zien. Bij het stoomgemaal Hertog Reinout zien we een groep smienten, eenden die bij ons overwinteren en als het warmer wordt naar het noorden zullen vertrekken.


We zien het gemaal al van verre liggen, maar we zullen door het industrieterrein van Nijkerk moeten laveren om er te komen. Via de provinciale weg N301, die even verderop de Flevopolders in gaat, zoeken we de rand van het water op. 


Het gemaal en het bezoekerscentrum Arkemheen, dat gevestigd is in de voormalige kolenloods, gaat officieel pas op 1 april open. Toch worden we hartelijk ontvangen, door één van de vrijwilligers die er bezig zijn met onderhoudswerkzaamheden.


Als we willen kunnen we zelfs een kop koffie krijgen. Maar dat aanbod slaan we vriendelijk af. We willen eerst wat rondkijken en foto's maken van de indrukwekkende schoorsteen en de twee schepraderen. Achter het gemaal hangen stoomwolken over het water, wat het allemaal nog sfeervoller maakt.

Gerard heeft al eerder tekeningen van het stoomgemaal gemaakt. Hij heeft er ansichtkaarten van laten drukken, die bij boekhandels en VVV-kantoren te koop zijn. Als we het bezoekerscentrum binnen gaan zijn Gerards kaarten het eerste dat we zien.
Het complex dateert uit 1883 en heeft precies 100 jaar dienst gedaan. In 1985 werd het gerestaureerd. Sindsdien is het als cultuurhistorisch monument te bezichtigen en op een aantal dagen in het jaar ook in werking te zien. Meer gegevens daarover vind je op de website.

Wij rijden terug over de voormalige Zuiderzeedijk om, aan de andere kant van de provinciale weg, het kleine broertje van Hertog Reinout te gaan bekijken, het Puttergemaal. Maar eerst moeten we wachten voor de Arkervaart, omdat de brug open staat.



NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006 ; Google maps en Wikipedia.


vrijdag 11 december 2015

De Zuiderzee – 18 – Bunschoten en zijn middeleeuwse oorsprong

Op Wikipedia, de internet-encyclopedie die door de gebruikers zelf gemaakt wordt, krijgt Spakenburg veel meer aandacht dan Bunschoten. Het kleurrijke vissersverleden is misschien aantrekkelijker om over te berichten dan het gewone boerenleven. Ik kan me ook voorstellen dat de argeloze bezoeker in een rechte lijn doorrijdt naar de schilderachtige botterwerf.

Toch moet je voor oude, monumentale panden niet in Spakenburg zijn. De huisjes rond de oude haven zijn op z'n vroegst 19e eeuws. Een oude kerk is er niet en doe drie stappen van de werf af en je staat tussen de 20ste eeuwse nieuwbouw. Dan heeft Bunschoten iets meer te bieden, hoewel het ook niet heel veel meer is.

De twee dorpskernen worden met elkaar verbonden door een rechte gracht, met aan weerskanten een weg. Waar die vaart aansluit op de haven is hij drooggelegd en heet het nu het Spuiplein. Voor de afvoer van water naar de Zuiderzee, nu IJsselmeer, doet hij geen dienst meer. Ook langs de vaart overheerst de nieuwbouw, afgewisseld met een enkele oude boerderij. Maar de vleugelnotenbomen langs het water en de witte voetgangersbruggetjes maken het toch best aardig.

Bij het Kolkplein, waar tot 1932 de haven van Bunschoten was, bereiken we het eind van de vaart en staan we aan de middeleeuwse stadsgrens van Bunschoten. Stadsgrens, ja, want het dorp kreeg halverwege de 14e eeuw stadsrechten.

Er werd zelfs een stadsgracht gegraven en een aarden wal aangelegd. Tijdens de Hoekse- en Kabeljauwse twisten werd het prille stadje verwoest. De vestingwerken zijn nooit hersteld, maar de aanleg is nog steeds aanwezig en vanuit de lucht mooi te zien.

Vanaf het Kolkplein, aan het begin van de Dorpsstraat, kun je rechtsaf de Stadsgracht volgen. Die vormt een langgerekte boog die uiteindelijk aan de andere kant van de dorpsstraat weer uitkomt. Het westelijke deel van het stadje is grotendeels onbebouwd gebleven. Paarden grazen er op de smalle middeleeuwse kavels.

Aan de Stadsgracht staat sinds 2009 weer een korenmolen, De Hoop. De oorspronkelijke molen werd hier in 1967 gesloopt om plaats te maken voor een garagebedrijf. Net als in Soest, waar De Windhond weer herbouwd is, is hier met behulp van sponsors weer een molen verrezen.

Aan de knusse Dorpsstraat staat de oude middeleeuwse kerk van Bunschoten en het vroeg 20ste eeuwse raadhuis. Hier vind je ook nog een aantal aardige oude boerderijen.





NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit , foto Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006 ; Google maps en Wikipedia.
Bunschoten-Spakenburg op Wikipedia 



donderdag 26 november 2015

De Zuiderzee – 17 – Spakenburg, bij de botterwerf


Toen ik in de jaren '70, in Amersfoort, naar de middelbare school ging kon je daar nog regelmatig vrouwen in klederdracht zien lopen. Met name op marktdagen, wanneer de vis- en broodkramen door handelaren uit Spakenburg, of Bunschoten, bemand werden. Zelfs als het 's winters koud was hielden de dames vast aan hun traditionele kledij, de armen rood van de kou,maar dat leek ze niet te deren.

Er zal wel verschil zijn geweest tussen zomer- en winterdracht, maar dat zag ik met mijn lekenogen niet. Ik schoor sowieso Bunschoten en Spakenburg over één kam. Voor mij, als schooljongen, vreemde oorden, waar de mensen een onverstaanbaar dialect spraken en waar je eigenlijk nooit kwam.



Later ben ik er natuurlijk wel eens geweest, op bezoek bij kennissen en collega's. En nu zou ik een bezoekje zelfs aanbevelen, want Spakenburg heeft een heel schilderachtig haventje, met een oude scheepswerf waar botters gerestaureerd worden. Op doordeweekse dagen kun je er heel prettig een kopje koffie drinken, op één van de terrassen, of een harinkje eten bij een viswinkel.

Met wat geluk zie je er nog een oude dame in klederdracht voorbij wandelen. En anders kun je het bronzen standbeeld van een vissersvrouw bekijken, dat op het pleintje achter de voormalige sluis staat, of het museum bezoeken. Dat bestaat uit een visrokerij, een schooltje en een aantal andere oude pandjes, waar een smal straatje tussendoor loopt.

Jac. P. Thijsse noemde Bunschoten '...het visschersdorp in de wei...' en schrijft dat de haven van het dorp Spakenburg heet. De originele Spakenburgers zullen dat waarschijnlijk te kort door de bocht vinden. Zij bewonen het enige echte vissersdorp van de hele provincie Utrecht en in Bunschoten wonen boeren.

Inmiddels vormen de twee dorpen een gezamenlijke gemeente en zijn ze door nieuwbouw helemaal aan elkaar vastgegroeid. Van de vissersvloot is niets meer over. Spakenburg moet het nu meer hebben van de pleziervaart en het toerisme,  hoewel er nog wel een bloeiende vishandel is.

Op zondagochtend merk je daar allemaal niets van. Langs de haven is het doodstil. Het museum, de restaurants en viswinkels zijn gesloten. De enige andere mensen die Gerard en ik er zien zijn een buitenlands echtpaar met een klein kind. Ze kijken wat verbaasd rond op het uitgestorven plein.

Gerard en ik maken wat foto's. We zijn erg toe aan een kop koffie maar die gaan we dan maar thuis drinken. Volgende keer zullen we nog even terug moeten naar Bunschoten, waar we nu wat haastig doorheen rijden en daarna is het weer verder langs de oude Zuiderzeekust, richting Nijkerk en Harderwijk.



Ps: Enige tijd nadat wij Spakenburg bezochten, in 2012, kwam het nieuws dat de EO een docusoap over het dorp uit ging zenden: 'Voetbal, keek en kibbeling'. De uitzendingen, over het wel en wee van de dorpsbewoners, zijn terug te zien op de website van de EO 



NB: Dit verhaal is geschreven in 2012, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006 ; Google maps en Wikipedia.
Bunschoten-Spakenburg op Wikipedia 



vrijdag 13 november 2015

De Zuiderzee 16 – Langs het Eemmeer naar Spakenburg

Zo'n 100 jaar geleden wandelde Jac. P. Thijsse van Huizen naar Spakenburg. Hij liep over smalle kades en dijkjes en bereikte zo de monding van de Eem:
'Dan kun je langs het Eemdijkje, dat ook alweer geen weg is, opwandelen naar het gehuchtje Eemdijk, daar overvaren en dan langs den Veen-en-Veldedijk (je zou het alleen al om dien naam doen) doorwandelen naar Spakenburg.'

Of de pont toen wel voer op zondag vermeldt hij niet, wij moesten in ieder geval omrijden, langs Eembrugge, om aan de overkant van de Eem te komen. En niet alleen de pont is in rust, heel Eemdijk is dat ook. Het café bij de pont is gesloten. De enige dorpelingen die we zien zijn in hun beste kledij op weg naar de kerk, tegenover het café.



Eemdijk, nu behorend bij de gemeente Bunschoten, is geen oude nederzetting. Voor de aanleg van de afsluitdijk overstroomde het hier regelmatig. Er staan dan ook maar een paar oudere boerderijen langs de dijk, de meeste bebouwing is tamelijk nieuw. Achter de kerk is zelfs een klein nieuwbouwwijkje.

We rijden verder, de rivier volgend, en komen langs een nog moderner kerkgebouwtje. Wat dat betreft is dit dorpje goed voorzien. Al snel wordt de bebouwing dunner, tussen de huizen door mooie vergezichten over de Eempolder. De Eemdijk, waarover we rijden volgt de bochten van de rivier niet meer, maar koerst hier in rechte lijnen op de voormalige Zuiderzee aan.

We passeren een laatste boerderij. Aan de horizon zien we een rij grote, witte windturbines. Die staan in Flevoland. Na een bocht naar rechts rijden we dan eindelijk weer langs de kust. Niet dat we er veel van zien, want de weg ligt hier nog achter de dijk. Maar een klein eindje verder heeft men een parkeerplaats aangelegd, met een paar bankjes en daar kun je vrij over de polder en het randmeer uitkijken.

Een bord, in de vorm van een bijna levensgrote man, wijst naar een schelpenpad dat naar de palendijk leidt, een reconstructie van de oude zeewering. Daarnaast een stuk lager gelegen grasland, met een waterplas, waar het wemelt van de vogels.

We genieten een tijdje van het uitzicht, terwijl de grutto's en tureluurs boven onze hoofden vliegen. Dan rijden we verder, nu op de dijk, naar Spakenburg.
We komen voorbij een jachthaventje en de stadionnetjes van de twee voetbalclubs die Bunschoten-Spakenburg rijk is, de felle concurrenten IJselmeervogels en SV Spakenburg. Ze spelen in de top bij de zaterdag-amateurs, dus nu, op zondagochtend, is het er rustig.


Het hele dorp is uitgestorven, zo blijkt nadat we de auto geparkeerd hebben, achter het museum, vlakbij de botterwerf. Geen wonder als je bedenkt dat bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 zo'n 75% van de stemmen naar Christelijke partijen ging.




NB: Dit verhaal is geschreven in 2012, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006 ; Google maps en Wikipedia.


Mooi oude foto's en veel historische wetenswaardigheden op de website van de Historische Kring Eemnes 

Op de website van Natuurmonumenten is een gedeelte over Eemland 

Voor de vogelliefhebbers is de websitevan Vogelwerkgroep het Gooi en Omstreken interessant.

Uitgebreide info over de Palendijk is te vinden op de website van het Waterschap Vallei & Eem.


Bunschoten-Spakenburg op Wikipedia 



vrijdag 6 november 2015

De Zuiderzee 15 – Regenbuien in de polder en een pont die niet vaart.


We rijden de Meentweg, het verlengde van de Wakkerendijk, af bijna tot aan het eind. Een wegwijzer wijst naar de Theetuin, linksaf, richting A27. Rechtdoor wordt het wat smaller en een bord geeft aan dat de weg uiteindelijk dood loopt.

We besluiten een stukje terug te gaan en dan de polder in te rijden. Volgens de website van Natuurmonumenten start er tegenover de Theetuin '...een wandelroute, over deels onverharde wegen, door de Eempolder. De tocht gaat tot aan het Eemmeer en de vogelhut die daar aan de kust staat.'



Het gaat verder over smalle weggetjes, langs oude dijkjes, waarlangs een hele reeks van kleine meertjes, wielen en waaien, aangeeft dat er hier in het verleden veel dijkdoorbraken zijn geweest. De regen klettert ondertussen op het dak van de auto.

Uiteindelijk bereiken we jachthaven 't Raboes, aan de monding van de Eem. Een wat modderig terreintje, met bootjes op aanhangers. Er wordt gebouwd aan een nieuw, wit, havengebouw. Gerard stapt uit voor een paar foto's. De Zuiderzee ligt vlak om te hoek, maar net buiten zicht.

Na een paar bochten, over de dijk langs de Eem, komen we bij de veerpontje. Aan de overkant ligt Eemdijk, maar om daar te komen moeten we terug naar de Wakkerendijk en wat verderop weer linksaf de polder in. Het pontje vaart niet op zondag.

We maken de omweg, zoveel mogelijk langs de rivier. We komen zo langs het Ocriet-eiland, ontstaan na het afsnijden van een bocht in de Eem, in de jaren '80. Het is genoemd naar de fabriek die er al eerder stond en waar aanrechtbladen, lavetten en wastafels gemaakt werden van geel, kunstmatig, graniet. Op het hoogtepunt werkten er ruim 400 man, de fabriek ging uiteindelijk in 2008 failliet.

Een klein stukje verder ligt Eembrugge. Niet meer dan een schilderachtige handvol huisjes en boerderijen langs de rivier. We steken de brug over en rijden dan direct weer links af, langs het water, naar Eemdijk. Het weer klaart wat op en we hebben een prachtig uitzicht over de polder en de kleine meertjes met watervogels en steltlopers. Ik zie er voor het eerst in jaren weer een paar grutto's.

Even later staan we weer bij de pont, maar nu aan de overkant, in Eemdijk. Er stopt een auto terwijl wij foto's staan te nemen. De bestuurder vraagt of we weten waar de jachthaven van Eemnes is. We vragen of hij misschien 't Raboes bedoelt, waar we eerder die ochtend waren. Hij weet het niet.

Wij wijzen hem maar terug naar Eembrugge. De pont vaart niet op zondag, dus hij zal in ieder geval daar de Eem over moeten. Later kom ik er achter dat er vlak buiten Eembrugge, tegenover het Ocrieteiland, een café is dat 'De haven van Eemnes' heet. Als hij daar moest zijn hebben we hem er in ieder geval langs gestuurd...



Ps: Inmiddels is de Eem en directe omgeving ten prooi gevallen aan een dijkverzwaring. Ik schreef daar in 2014 een verhaal over op mijn andere blog. Sindsdien durf ik er niet meer te gaan kijken... 

Ps 2: Dit is het 100ste bericht op dit blog. Iedereen tot zover hartelijk dank voor de aandacht en reacties...


NB: Dit verhaal is geschreven in 2012, voor het verenigingsblad van de Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekening: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006 ; Google maps en Wikipedia.



Mooi oude foto's en veel historische wetenswaardigheden op de website van de Historische Kring Eemnes 

Zie verder: www.dehavenvaneemnes.nl


Op de website van Natuurmonumenten is een gedeelte over Eemland 

Voor de vogelliefhebbers is de websitevan Vogelwerkgroep het Gooi en Omstreken interessant.

Info over het Ocriet-eiland