vrijdag 23 februari 2018

De Zuiderzee – 28 – Harderwijk, woelig verleden, rustig heden

In 1512 stuurde hertog Karel van Gelre een leger, op de schaats, van Harderwijk naar Woerden, lees ik op Wikipedia. En dan zijn er nog mensen die denken dat het klimaat niet veranderd is !

Nou ja, vanaf 1514 liet Karel vanuit Harderwijk troepenschepen richting Friesland vertrekken, dus de Zuiderzee zal niet voortdurend dichtgevroren zijn geweest.



Harderwijk was in de middeleeuwen een strategisch belangrijke plaats. Het was lid van Hanze, er werd dus handelgedreven met Duitse en Scandinavische steden. De visserij was er van belang. De stad kreeg verschillende keren het stapelrecht voor vis toebedeeld. Dat betekende dat '...alle vis die tussen Muiden en Kampen aan land werd gebracht, met uitzondering van Elburg (...) in Harderwijk afgeslagen en verkocht moest worden en dat daar de prijs werd vastgesteld.' Aldus Wikipedia.

De stad wisselde een aantal keren van machthebber. Vaak waren de hertogen van Gelre er de baas, maar soms zwaaide de bisschop van Utrecht er enige tijd de scepter. Eind 15e eeuw had Maximilliaan van Oostenrijk er zelfs een poosje de macht.

De stad werd een paar keer belegerd en door brand verwoest. In 1566 kwamen de burgers zelf in opstand en bestormden ze het blokhuis. De beeldenstorm en de pest trokken door de straten. Het was kortom een woelige tijd.

Daar merk je nu niets meer van. Hoewel je aan het onregelmatige patroon van pleintjes en straatjes kunt zien dat de stad niet in één keer gebouwd is, maar een aantal bouwfases heeft gehad. De vesting heeft niet de symmetrische aanleg die we eerder zagen in Naarden en het stratenplan is niet zo rechtlijnig als bijvoorbeeld het middeleeuwse Bunschoten.

Wij wandelen langs het stadhuis, naar de fraaie vispoort en daarachter, over de lege boulevard. Een enkele horecaondernemer is bezig wat stoelen naar buiten te dragen, maar het ziet er niet naar uit dat we hier ergens een kop koffie zullen kunnen krijgen.

We herinneren ons het glazen paviljoentje in de Hortustuin, waar we mensen met dampende koffie en croissants zagen en lopen weer terug het stille stadje in. Als we daar eenmaal aan de cappuccino zitten, met een appelpunt, vragen we de vriendelijke serveerster of het elke zondag zo uitgestorven is in Harderwijk. 
Ja, zegt ze, en op doordeweekse dagen ook !

Ga er dus rustig eens naar toe...



NB: Dit verhaal is geschreven in 2014, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps en Wikipedia.


vrijdag 16 februari 2018

De Zuiderzee – 27 – Harderwijk, uitgestorven straten

De moderne bezoeker kent Harderwijk waarschijnlijk vooral van het Dolfinarium. Op de frisse, vroege, zondagochtend, waarop wij de stad bezoeken, is dat zeewaterpark nog gesloten. Je zou bijna zeggen dat de hele stad nog gesloten is, want het is buitengewoon stil op straat.



Ongehinderd door enig verkeer duwt Gerard me over de keitjes van de verlaten straten. Links en rechts mooie historische gevels, door een steegje zien we de achterkant van de grote kerk. Er klinken vage orgelklanken, op het dak zit een hele rij duiven.

Van achteren gezien lijkt het een enorm kerkgebouw, maar aan de voorkant ontbreekt een deel. De toren is in 1797 ingestort en nooit meer opgebouwd. Wat rest is een deel van het schip, het dwarsschip en het koor, grotendeels gebouwd in de 15e eeuw.

In een smal straatje, rechts, zien we een slank torentje. Als we er heen lopen blijkt het een bronzen plaquette te bevatten, met een Latijnse tekst. Daarboven, in een nis en achter tralies, kijkt een gebeeldhouwde man naar buiten. Op een steen onder de buste staat zijn naam: Carolus Linnaeus en de datum 23 juni 1735.

Een ANWB-bord geeft verdere uitleg. De beroemde botanicus studeerde aan de universiteit van Harderwijk en promoveerde, hier op die dag, tot doctor in de geneeskunst. De bronzen plaquette verwijst naar Herman Boerhave, die hier in 1693 promoveerde en geëerd wordt als 'uitmuntend man en vorst der geneeskunde'.

Niet veel toeristen zullen aan Harderwijk denken als universiteitsstad. De academie sloot dan ook al ruim 200 jaar geleden, in 1811, de poorten. Een erg goede reputatie schijnt het onderwijs er niet gehad te hebben. Wie het betalen kon ging liever naar Leiden. Toch studeerden, naast Boerhave en Linnaeus, bijvoorbeeld ook de ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen, de politicus Willem Daendels en de dichter Staring af in Harderwijk.

Linnaeustorentje met ginkgo
Door een poortje betreden we een parkje met enkele fraaie bomen. Dit is de hortustuin, de voormalige plantentuin van de universiteit. De monumentale bomen staan tussen, door het late seizoen, kale perkjes. Een grote ginkgo draagt nog een deel van z'n heldergele herfstblad, verderop staat een enorme plataan, waarin een vlaamse gaai zit te krassen.

Daarachter een oude muur, een restant van een middeleeuws klooster, waartegen een modern glazen paviljoen gebouwd is. Binnen zitten mensen aan het ontbijt en brandt de open haard. Het ziet er aanlokkelijk uit, maar we besluiten toch eerst de stad verder te gaan verkennen...



NB: Dit verhaal is geschreven in 2014, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps en Wikipedia.


woensdag 7 februari 2018

De Zuiderzee – 26 – Via Ermelo naar Harderwijk

De provinciale weg van Putten naar Harderwijk loopt dwars door Ermelo. Een oud dorp is het, voor de landbouw aantrekkelijk gelegen, op de rand van de hoge zandgronden van de Veluwe en de lagere kleigronden van de Zuiderzeekust. Er zijn prehistorische grafheuvels gevonden op de Ermelosche hei en overblijfselen van het Klokbekervolk.

Smeepoort Harderwijk

In de 2e eeuw sloegen de Romeinen er een kamp op. Vlak na het jaar 1000 stond er in Ermelo al een Christelijke kerk. Dit was de oudste kerk in de wijde omgeving, gesticht door monniken uit de st. Paulus Abdij in Leusden. Aan die oude Romaanse kerk werd in de 12e eeuw een toren toegevoegd.

In de 15e eeuw en later werd het kerkgebouw verhoogd en verbouwd. Een paar aanbouwsels zijn bij een restauratie in de jaren '70 weer verwijderd, waardoor de kerk weer een authentiek middeleeuws aanzien kreeg. Van de oudste, tufstenen muren zijn aan de buitenkant nog grote delen zichtbaar.

Onze weg komt vlak langs de kerk, dus we stoppen er even om wat foto's te maken. Bij een kruispunt, wat verderop, staat een muziektent op een grasveldje, wat verder daarachter een korenmolen, 'De Koe' genaamd. Deze dateert uit 1863 en is, na een verwoestende brand in 1990, weer opnieuw opgebouwd.

Verder is Ermelo vooral bekend door de aanwezigheid van een aantal verpleeg- en verzorgingstehuizen. Het oudste is Veldwijk, dat al tegen het eind van de 19e eeuw opvang bood voor psychiatrische patiënten. Niet lang daarna opende de 'Vereeniging tot opvoeding en verpleging van idioten en achterlijke kinderen' , op het landgoed 's Heeren loo de poorten. Deze instellingen, later gevolgd door nog anderen, zorgden voor werkgelegenheid en groei van het dorp.

Ondertussen is Ermelo zowat aan Harderwijk vastgegroeid. De Harderwijkerweg lijkt wel door het bos te lopen, maar achter de bomen zijn villawijken, een camping en bedrijven. Al snel rijden we door de buitenwijken van Harderwijk, langs het moderne station en zoeken we een parkeerplaats aan de rand van de oude binnenstad.

Zoals meestal op zondagochtend, is het bijzonder rustig. We vinden dan ook, zonder moeite een plek om de auto neer te zetten, vlakbij de Smeepoort. Oorspronkelijk stond hier een grote middeleeuwse stadspoort. Nu rest daar nog maar een klein stukje van, dat ook nog eens in 1970 grotendeels gereconstrueerd is.

Aan de binnenkant is wel een sfeervol terrasje. Maar dat is nog gesloten als wij er langs wandelen... 


NB: Dit verhaal is geschreven in 2014, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps en Wikipedia.


dinsdag 30 januari 2018

De Zuiderzee – 25 – Oud Groevenbeek

We rijden over de zuiderzeestraatweg, richting Putten. Eigenlijk bevinden we ons al een poosje op het grondgebied van die gemeente, maar het dorp zelf ligt zover landinwaarts dat je er, in een tocht langs de Zuiderzee, snel aan voorbij zou gaan.

Putten is een Veluwedorp waar van oorsprong de landbouw het belangrijkst was. Een verbinding met de Zuiderzee, via de straatweg, werd pas in de 19e eeuw gelegd. We laten het dorpscentrum verder voor wat het is: een simpele kerk met wat winkelstraatjes er omheen.
Wel komen we langs het station, dat een eind buiten het centrum ligt, maar houden daarna links aan, richting Ermelo. Zo'n beetje halverwege is daar, in het bos langs de provinciale weg, een landgoed te vinden dat wel een omweg waard is: Oud Groevenbeek.


We parkeren de auto op een door Natuurmonumenten speciaal aangelegde parkeerplaats. Oud groevenbeek grenst aan een instelling voor visueel gehandicapten. Voor deze bosbezoekers, en voor mensen die van een rolstoel gebruik maken, is een verhard wandelpad aangelegd. Daarover laat ik me door Gerard het bos in duwen.

Na een korte wandeling ontwaren we tussen de bomen een schilderachtig, in lichtgeel baksteen gebouwd landhuis, met een aardig torentje. Aan de bouwstijl is te zien dat Oud Groevenbeek nog helemaal niet zo oud is. De gevel is versierd met typische Jugendstil tegels, het gebouw zelf vertoond ook neo-renaissance-elementen. De toren is versierd met grote plaquettes, zo te zien van gietijzer, met jachttaferelen.

Het landhuis is in 1907 neergezet in opdracht van J.H. Van Schermbeek. Het vervangt een ouder gebouw, dat er toen nog
geen 40 jaar stond. De tuinaanleg dateert van vlak voor 1900. In het park vind je, onder meer, een houten koetshuis, een kas waarin druiven gekweekt worden – waar men nu nog wijn van maakt – en een watertorentje, annex gasfabriekje, dat de vorm heeft van een kasteeltje met kantelen. Met de omliggende landerijen zorgde het ervoor dat Oud Groevenbeek ooit geheel zelfvoorzienend was.

Het landgoed dankt zijn naam aan een beekje dat hier stroomt en een boerderij die daar naar genoemd is. Halverwege de 19e eeuw wordt de aanzet gegeven tot de aanleg van een landgoed. In 1903 is de grond gesplitst in twee delen, die Oud- en Nieuw Groevenbeek worden genoemd. De nieuwbouw gaat in 1907 Oud Groevenbeek heten, niet omdat het huis oud is, maar omdat dat deel van het landgoed zo heette.

We wandelen wat rond het landhuis en door de herfstige bossen en maken wat foto's. Op de terugweg zien we mensen lopen bij het watertorentje. Een pad lijkt er niet direct heen te gaan, maar als we een modderig zijspoor zien wagen we ons toch een stukje die kant op.
Een drietal wandelaars, twee sportief geklede vrouwen en een man die er uitziet als een echte natuurliefhebber, komen ons tegemoet. We raken in gesprek en het blijkt dat de man natuurgids is en rondleidingen geeft op de landgoederen in de omgeving.

Als we vertellen dat we met een reeks verhalen over de Zuiderzee bezig zijn is hij direct geïnteresseerd en begint allerlei vragen te stellen. Of ik voor het gidsenexamen zou slagen betwijfel ik, maar we nemen in ieder geval, na enige tijd, met een vriendelijke handdruk afscheid. Wij om onze weg te vervolgen naar Ermelo en Harderwijk.

In Oud Groevenbeek kun je ook logeren. Het landgoed en het huis zijn momenteel in bezit van Natuurmonumenten dat er, na een grondige restauratie, vakantie-appartementen verhuurt. Zie deze website



NB: Dit verhaal is geschreven in 2014, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Gelderland 2000; Google maps en Wikipedia.


donderdag 25 januari 2018

De Zuiderzee - 24 – De Vanenburg bij Putten


In vorige hoofdstukken heb ik er wel eens over geklaagd dat je zo weinig direct langs de kust, van de oude Zuiderzee, kunt rijden. Voor fietsers zijn er hier en daar wel mogelijkheden, maar de automobilist en zijn minder valide bijrijder komen er meestal bekaaid vanaf.

Dat is tussen Nijkerk en Harderwijk wel anders. De A28 loopt daar vanaf Strand Nulde, over een afstand van 9 kilometer, pal langs het voormalige zeewater. Het is jammer genoeg een saaie snelweg en het randmeer is hier ook nog op zijn smalst. Het heet niet voor niets het 'Nuldernauw'.

Aan het strand zelf, net als aan Strand Horst, vlakbij Harderwijk, is niet veel te zien. Een strook zand, met daarnaast een grasveld, een parkeerplaats, een rij bomen en daarachter het langsrazende verkeer. We zijn eindelijk weer eens aan de kust, maar rijden dus liever landinwaarts. 




Een paar kilometer eerder zijn we langs een tankstation gekomen dat Vanenburg heet. Je zou kunnen denken dat een bekende oud-voetballer hier, na zijn carrière, een nieuw bestaan heeft gevonden. Maar het is genoemd naar een landgoed, dat tussen Nulde en Putten, een beetje plompverloren in de polder ligt.

Over de Zuiderzeestraatweg, tussen groene weiden en goedverzorgde boerenhoeves, kom je aan een met jonge eiken beplantte laan die de 'Vanenburgerallee' heet. Halverwege staat,aan de linkerkant een groot, wit, 19e eeuws landhuis, in neoklassieke stijl gebouwd.

Achter een smeedijzeren hek zie je aan de ene kant een wit koetshuis, daar tegenover, als spiegelbeeld, de oranjerie. Bovenaan de gevel van het hoofdgebouw prijkt een kleurig wapenschild. Het geheel wordt omgeven door fraai geboomte, bloembedden, bijgebouwen en waterpartijen.

De naam Vanenburg wordt al in 14e eeuwse documenten genoemd. Aanvankelijk als landgoed dat tot verschillende kloosters behoorde. In de 17e eeuw kwam het in handen van de familie van Angeren. Of die er een huis bouwden is niet zeker. Een volgende eigenaar, Hendrick van Essen deed dat in ieder geval wel. Hij liet de Amsterdamse architect Phillips Vingboons een landhuis ontwerpen.

Het wapenschild op de gevel is het enige dat daaraan nog herinnert. Een latere erfgename, Anna Frederika Everdine van Goltstein van Oldenaller, trouwde met Frederik Willem Jacob van Aylva baron van Pallandt. Zij lieten in 1868 het huidige Vanenburg bouwen. 

Niet elke rijke erfgenaam weet zijn eigen weelde op waarde te schatten. Tussen 1916 en '31 maakte een volgende baron van Pallandt zoveel schulden dat de Vanenburg verkocht moest worden. Het pand diende daarna onder meer als school, maar tijdens de bezetting, ook als gevangenis voor opgepakte Joden.

Het stond daarna een tijd leeg. Totdat het in 1996 opgekocht en gerestaureerd werd. Sindsdien doet het dienst als hotel en vergader ruimte. Daartoe zijn links naast het landgoed enkele nieuwe zalen bijgebouwd.

Even verderop, aan de Vanenburgerallee, is in 2000 een heel nieuw landhuis opgetrokken. Het heeft o.a. 2 inpandige garages, een biljartkamer, zwembad, wijnkelder, 6 slaapkamers, meerdere badkamers en een apart gastenverblijf. In september 2013 werd het verkocht voor bijna 3 miljoen euro.

Leven op grote voet is dus nog steeds mogelijk...


NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.

Zie ook: Kasteel de Vanenburg facebookpagina  

Website www.vanenburg.nl



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006; Google maps en Wikipedia.


donderdag 18 januari 2018

De Zuiderzee – 23 – Nijkerk, de waag, de haven en het stadhuis



Schuin tegenover het café aan het plein, waar we koffie dronken, staat een bronzen beeldje van twee mannen en drie koeien. Na een kleine speurtocht op internet kom ik er later achter dat het symbool staat voor 'boerenmaandag', een jaarlijks evenement met een veekeuring, oude ambachten, markt en andere attracties.

Direct achter het beeldengroepje ontspringt een grachtje. Wij wandelen aan de rechterkant verder en komen al na een meter of 10 langs een metalen voetgangersbrug, die hier een beetje ten overvloede is neergelegd. De voetgangers hadden immers ook, bij het veemarktbeeldje, de linkerkant van de gracht kunnen kiezen.

Aan de overkant staat het waaggebouw, op de luifel op nostalgische wijze 'De Waegh' genoemd. Het is in 1904 gebouwd, toen er klaarblijkelijk nog zoveel handelswaar aangeboden werd, dat het de moeite waard leek om in een nieuw pand te investeren. Sinds er geen balen tabak meer gewogen worden is er, onder meer, een restaurant in gevestigd.

Wij wandelen verder langs het grachtje en komen zo bij de haven. Er liggen een paar binnenvaartschepen, er staan moderne bedrijfspanden en een silo, waarop met grote letters de naam van het water is aangebracht: Arkervaart.

Maar aan de stadskant staat ook een oud pakhuis, een aardig restaurant en het 18e eeuwse stadhuis. Dat laat maar weer zien dat die haven en de handel die er gedreven werd, een belangrijke plaats innam in Nijkerk.

Het voorste deel van het stadhuis werd in 1743 gebouwd als woonhuis, maar al snel door de stad aangekocht, om te dienen als herberg en woning voor de havenmeester. In 1772 kwam een uitbreiding tot stand waarin het Amptsbestuur en het Landgerecht zetelden.

Sinds 1811 is het gebouw in gebruik als stadhuis. De huidige ingang is in een moderne aanbouw aan de linkerkant. Voor de deur van het oude gedeelte wordt de rode loper uitgelegd. Vermoedelijk niet voor ons, maar misschien verwachten ze later nog hoger bezoek, of een trouwerij ?

We maken wat foto's en wandelen daarna weer terug de stad in, langs de kerk en naar het rustige straatje waar de auto geparkeerd staat. De volgende etappe gaat naar Harderwijk...

Ps: De volgende Boerenmaandag is op 16 april 2018. Zie www.boerenmaandag.nl


NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006; Google maps en Wikipedia.


dinsdag 16 januari 2018

De Zuiderzee – 22 – Nijkerk, tabaksteelt en nieuwe kerk

Een van de voormalige tabakspakhuizen...
Nijkerk is een rustig stadje. Het ligt een eindje van de oude Zuiderzeekust af en de A28, die Amersfoort met Zwolle verbindt, is ruim om de oude binnenstad heen geleid. Het heeft een haven, die door de Arkervaart is verbonden met de randmeren. Maar erg veel scheepvaart is er niet.



In vroeger eeuwen was dat wel anders. Nijkerk was toen een belangrijke handelsplaats, vooral voor tabak. De teelt van de verslavende tabaksplant begon, in ons land, in de eerste helft van de 17e eeuw. Tot het eind van de 19e eeuw is het een belangrijk landbouwgewas geweest, vooral in de Gelderse Vallei en de aan oostkant van de Utrechtse Heuvelrug.



Nijkerk heeft er zijn bloei aan te danken, ook omdat het plaatsje zo handig aan de Zuiderzee lag, waardoor de handelswaar efficiënt afgevoerd kon worden. In de oude stad kun je er de sporen nog van zien, met name een aantal oude pakhuizen en enkele fraaie woningen van rijk geworden handelaren.



We parkeren de auto vlak buiten het centrum, in een rustige villawijk, Gerard laadt de rolstoel uit en rolt me de stad in. Het is nog steeds fris, maar met het zonnetje erbij toch geen onaangenaam weer.



Op de Langestraat krijgen we voor het eerst het opvallende, witte torentje van de Grote Kerk in beeld. Nijkerk betekent 'nieuwe kerk'. Men neemt aan dat het stadje zo heet omdat hier, aan het begin van de 13e eeuw, een nieuw godshuis gesticht werd, als dochterkerk van Putten.



Het ruim 57 meter hoge bouwwerk is vanaf grote afstand te zien. Het oudste gedeelte is de basis van de kerktoren, de bovenbouw daarvan is het nieuwste deel. De kerk zelf is enkele malen verwoest en weer opgebouwd, voor het laatst, na een stadsbrand, in 1540. De toren werd in 1776 opnieuw onder handen genomen en toen voorzien van zijn kenmerkende, witte spits.



Op verschillende plaatsen zijn in de kerk versieringen aangebracht, in de vorm van slingers tabaksbladeren, herinnerend aan de tijd dat de tabaksteelt de stad welvaart en voorspoed bracht. Van die welvaart zie je ook wel iets als je langs de fraaie huizen rond de kerk wandelt.



Halverwege de Langestraat is een stenen trap die afdaalt naar een smal grachtje. Wij slaan hier rechtsaf en vinden even verderop, aan het plein, een restaurant met een terras, waar twee vrouwen wat kleumend zitten te roken. Wij gaan naar binnen, om op te warmen met koffie en een appelpunt.







NB: Dit verhaal is geschreven in 2013, voor het verenigingsblad van Artishock in Soest. De situatie ter plaatse kan inmiddels veranderd zijn.



Tekeningen: Gerard Kuit , foto's Jan de Stripman

Bronnen: Jacobus Craandijk – Wandelingen door Nederland 1879; Prof. J.A. De Rijk e.a. – Wandelingen door Gooi- en Eemland 1905; Jac.P.Thijsse – Langs de Zuiderzee 1915; Monumenten in Nederland - Noord-Holland 2006; Google maps en Wikipedia.